De mensheid heeft oorspronkelijk een veel grotere spirituele kennis gehad dan men nu bezit. Deze kennis stelde de mens in staat om optimaal in harmonie met Natuur en Kosmos te leven, om lichamelijk en geestelijk optimaal en gezond te zijn. Deze Leer werd over het algemeen door "Meesters" onderwezen: zij die zichzelf ook meester waren, en dus anderen op juiste wijze konden begeleiden bij hun zoektocht naar vervolmaking.  

Toch kan deze kennis nog gereconstrueerd worden, door de vele nog behouden leringen allemaal integraal te bestuderen; vanwege vervolging door sommige dogmatische geïnstitutionaliseerde godsdiensten en overheden en machtsinstanties die de mens wilden overheersen en die dus de zelfstandige gedachte (het Licht) vreesden, is veel van deze kennis voor zover die niet vernietigd is, dus "ondergronds" bewaard gebleven, bij veelal geheime genootschappen met een zekere mate van inwijding. Zo kunnen wij ons bijvoorbeeld verdiepen in de Veda's (Geschriften waarin de oerkennis, "de Veda", "het Weten" opgetekend werd in vroege tijden, nadat de Ariërs de Indusvallei waren binnengetrokken en hun cultuur zich op vruchtbare wijze mengde met onder andere die van de daar al eerder aanwezige Dravidiërs) en de kennis die staat in het Levende woord van de Essenen (onder andere het Vredesevangelie der Essenen, Boek 1), zoals die door Professor Székely werd bestudeerd en opnieuw in boekvorm werd uitgegeven, in de wijsheidsgeschriften van de Mazdaznan-Beweging, die terug gaat op de meest oorspronkelijke bronnen “De Avesta Veda” , maar deze ook weet door te verbinden naar de Ingewijden van alle tijden, vanaf de oorsprong, die zij vinden bij Ainyahita, via Zarathustra doorlopend tot aan de "Saosjiant" (Zarathustrisch woord voor Heiland, Messias oftewel Gezalfde: In het Grieks "Chrèstos"= Christus) Jezus, en in de boeken waarin de Leer van de Universele Witte Broederschap gelezen kan worden, zoals die vanuit Bulgarije naar West Europa werd verbreid door de leerling van Meester Peter Deunov: Omraam Mikhaël Aïvanhov. Deze leer stamt via ingewijden van de Manicheeërs en Bogomielen die in moeilijke perioden in de hoge bergen van Bulgarije wisten te overleven, af van de in het wit geklede Essenen die blijkens de overleveringen de leermeesters van Mani zijn geweest. (Voor meer over Mani en diens Leer, lees: "Mani's Lichtschat" van de Rozekruis - Pers). 

 Wanneer wij goed kijken, kunnen wij zien wat met elkaar harmoniseert en elkaar versterkt. Wanneer wij dat alles gebruiken, is het ons weer mogelijk om tot volledig bewustzijn te komen, en met toewijding ons te ontwikkelen tot volmaaktheid. Lees meer…..

 

 

johannestwee.jpg

 
 
1+1 copia - kopie (2).jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Index

 

De wereldbeelden van de mens uit de oudheid

 

De Essenen

 

 

 

 

 

 

 

DE WERELDBEELDEN VAN DE MENS UIT DE OUDHEID

 

In de bijna vergeten oude beschavingen van de Oude en de Nieuwe wereld kende men opvattingen en vermoedens over de wereld, die veel verder gingen dan de kennis van de moderne mens. Die wereldbeelden hebben ooit de elementaire inspiratie gevormd voor de grote culturen van het verleden. Zij verschaften de mens van vroeger een inzicht in het leven dat tegenwoordig bijna geheel verloren is gegaan.

Toch is het nog steeds wel mogelijk om de betekenis van die oorspronkelijke oude wereldbeelden met wetenschappelijke nauwkeurigheid en filosofische intuïtie te reconstrueren aan de hand van archeologische vondsten die zijn gedaan, soms zelfs binnen de relatief recente geschiedenis. Dit toepassen van de filosofie op de archeologie is een nieuwe soort wetenschap, genaamd "Archeosofie".

Het voornaamste doel ervan is: de intuïtieve wijze die de mensen uit de oudheid hadden om zich een beeld te vormen van de wereld, weer terug te geven aan de moderne mens zodat hij daarvan gebruik kan maken. De mens uit de oudheid zag het leven precies tegenovergesteld als dat men het nu ziet, chaotisch als de wereld tegenwoordig is met al zijn analytische speculatie. De intensiteit en integriteit van het leven dat in die vroege tijd opgetekend werd staat in schrille tegenstelling tot de extensiteit en desintegratie van het moderne leven van nu. De natuurlijke ethno-filosofische cultuur van integrale normen en waarden die deze vroege volkeren tot stand brachten is wel héél verschillend van onze moderne, mechanistische en technologische beschaving, waarvan de onechte waarden wijzen op een tijd die gekenmerkt wordt door individuele neurose, diepgaande sociologische problemen en zelfs het dreigende risico van algehele thermonucleaire vernietiging.

Maar de Archeosofie gaat zelfs nog veel verder dan dat.

Etymologisch gezien heeft het Griekse woord "arch-" drie betekenissen. In de combinerende vorm archeo- wil het zeggen "oud" net als in het woord archeologie. In het voorvoegsel archi- betekent het: aards-, de voornaamste, belangrijkste, net als in aarts-engel en aarts-bisschop. Als Arche- betekent het "eerste", "oorspronkelijke", zoals in archetype. De term "Archeosofie" maakt gebruik van alle drie deze betekenissen. Het gaat hier om wijsheid die van zeer oude oorsprong is: de wijsheid die er het eerste was, al in het eerste begin, en de wijsheid die het allerbelangrijkste is.

Wanneer wij vanuit het verleden terugreizen door verscheidene eeuwen komen wij onderweg verschillende belangrijke mijlpalen tegen. De talen van nu vormen het uitgangspunt. Die talen bestaan uit een serie klanken die bepaalde ideeën symboliseren en communiceren en die worden weergegeven door alfabet-systemen die los daarvan slechts irrelevante tekens zijn. Dit alles is wel een bijzonder abstracte en verwarrende manier om kennis tot uitdrukking te brengen en wijsheid te interpreteren. Als gevolg daarvan hebben die talen dan ook honderden en honderden onderling tegengestelde filosofieën voortgebracht.

Maar wanneer wij duizenden jaren verder terug gaan, belanden we bij de eerste mijlpaal: die paar grote meesterwerken van denkers uit de oudheid.

Wanneer we de Bijbel, de Voorschriften van Pta Hotep en het Dodenboek van het oude Egypte, Lao Tzu's Tao Te Tjing, de Vier Boeken van Confucius, de Upanishads en de Veda's uit India en de Zend Avesta van Zarathustra bestuderen, wordt één belangrijk feit duidelijk: hoe verder wij terug gaan in de tijd, des te minder tegenstrijdigheden treffen wij tussen de verschillende gedachtestromingen aan.

Wanneer we tenslotte de allervroegste van die grote meesterwerken bekijken, de Zend Avesta en de Veda's, treffen we daar leerstukken aan die volledig in overeenstemming zijn met elkaar en die uitgebreide beschavingen en culturen in het leven hebben geroepen, die de leefwijze van honderden-miljoenen mensen in die culturen beïnvloed hebben. Dan komen wij tot de ontdekking dat die leren met elkaar harmoniëren omdat zij de wetten van het leven, van het universum en van de mens laten zien: wetten die nog precies hetzelfde zijn als tweeduizend of achtduizend jaar geleden. Zij zijn in harmonie omdat ze tot ons zijn gekomen in al hun oorspronkelijke eenvoud en duidelijkheid, vrij van de ketenen, die afkomstig zijn van gedachtestromingen, van het dogma en de verstarring van instellingen en bewegingen en van de geïnstitutionaliseerde religies. De filosofie kan terug gaan tot die allervroegste leren en proberen de elementaire intuïtieve gedachten te reconstrueren waaruit zij voortgekomen zijn. En dat is alles wat zij kan doen.

In onze tegenwoordige tijd zijn steriele antagonismen en geschillen tussen de verschillende religies en gedachtestromingen gebaseerd op kunstmatige tegenstellingen. Hun arsenalen vol argumenten gaan niet terug tot de oorspronkelijke bronnen, maar vallen terug op commentaren op en vertalingen van die grote boeken, waarin de oorspronkelijke betekenis vaak vervormd is, of verloren is gegaan in een verwarring van woorden. Het is daarom een enorme stap voorwaarts om terug te keren tot de oorspronkelijke bronnen en de ideeën in filosofie en religie te verduidelijken. Het belangrijkste succes van het filosofische onderzoek is die verduidelijking van ideeën en het opruimen van tegenstrijdigheden door een terugkeer naar de oorspronkelijke intuïtieve gedachten over het leven en het universum zoals zij naar voren werden gebracht in de Avesta, het Vedische wereldbeeld, de Upanishads en de oude Chinese en Egyptische filosofieën.

Maar de Archeosofie is een poging om nog veel verder te gaan dan een dergelijke filosofische reconstructie. Zij probeert namelijk door middel van wetenschappelijke methoden nog veel verder terug te gaan dan die paar elementaire boeken die zo'n enorme invloed hebben gehad op de geschiedenis der mensheid.

Een analyse van die boeken die zo ontzettend belangrijk zijn voor de mensheid maakt het overduidelijk dat zij op hun beurt weer vooraf werden gegaan door eeuwen en soms wel duizenden jaren van filosofische ideologieën. zij vertegenwoordigen een bepaald punt in de evolutie van de mens en zijn in feite de synthese van de er aan vooraf gaande tradities en culturen. Zo is de Zend Avesta bijvoorbeeld een synthese en een encyclopedie van nog eerdere Sumerische tradities.

De Veda's zijn de codificatie van ongeschreven leerstellingen die door alle voorgaande eeuwen heen overgeleverd werden.

De Archeosofie tracht chronologisch terug te gaan om de orga­nische evolutie van de ideeën en ideologieën te analyseren die vooraf gingen aan die grote boeken en om uit te zoeken uit welke bronnen zij voortkwamen.

De volgende belangrijke mijlpaal waarbij wij belanden wanneer we vanaf die meesterwerken terug reizen in de tijd is het ver­schijnen van de verschillende soorten alfabet. De eerstvolgende mijlpaal voorafgaande aan alle soorten van alfabet is die, waarbij de ideeën en de oerwijsheid op een andere wijze werden uitgedrukt, door middel van pictografieën en symbolen. Die oeroude symbolen gingen namelijk weer vooraf aan alle vormen van alfabet, aangezien zij vooraf gingen aan het schrijven van de grote meesterwerken der oudheid en die weer vooraf gingen aan onze analytische beschaving van tegenwoordig met zijn verwar­de en verwarrende woordenstroom.

Die drie belangrijke mijlpalen worden onderling van elkaar gescheiden door duizenden jaren. Het doel van de Archeosofie is, de weg te wijzen bij die enorm lange reis terug in de tijd en die oeroude symbolen en pictografieën te analyseren. het is een poging, methodisch de aloude wijsheid te reconstrueren  die zoals wij later zullen bemerken de belangrijkste van alle wijsheden is. Door middel daarvan kunnen wij niet alleen de verschillende we­reldbeelden van die vervlogen tijden kunnen reconstrueren, maar ook hun wijsheid en kennis in verband kunnen brengen met de kennis en wijsheid van dat grote meesterwerk, de Zend Avesta van Zarathustra. Het uiteindelijk doel ervan is, waarden te recon­strueren die de mens van tegenwoordig als bron van kennis zouden kunnen dienen en die in de tegenwoordige tijd van verwarring van praktisch nut zouden kunnen zijn.

 

 

 

 

 

 

 

De Esseners

Snel naar Boven

 

 

Hier volgt een stukje onderzoek aan de hand van Tammo Sypkens.Het leek gepast dit te plaatsen rond de geboortedag van Jezus (Mei), waarvan gezegd wordt dat hij alle inwijdingen van de Essenen had doorgemaakt. (copy Mazdazanan tijdschrift mei-augustus 1998, redaktie Wim Bosma.

 

Flavius Josephus, Plinius de Jongere (23-79 AD) en de Joodse filosoof Philo van Alexandrië vertellen eensluitend dat de Essenen celibatair leefden, een van de meest bijzondere aandachtspunten bij deze studie over de Essenen. Mar de Dode-zee-rollen vermelden hier niets over. In tegendeel, in meerdere passages is het een voorwaarde dat groepsleden getrouwd zijn.

De wetenschap dat de Essenen huwden, is dus na het jaar 1947 pas bekend geworden. In 1917 schreef Dr.Ha’nish in zijn boek “Jehoshua Nazir” over de Essenen: “Zij die niet trouwden leefden in gemeenschapshuizen of onderhielden een huishouden, indien men dat wenste. Hij moet dus bronnen gekend hebben, die beter dan Plinius geïnformeerd waren. Hij schrijft dan ook meteen in het begin van zijn boek dat ‘er andere bronnen zijn’, echter niet met naam genoemd, behalve de Koptische en Johanniter orden.

 

En toch haalt Dr. Ha’nish, Plinius in zijn boek aan: “de Essenen bestonden al enkele duizenden jaren lang, en één van de meest opmerkelijke feiten is dat de Essenen eigen heilige geschriften bezaten, die ze met bijzondere aandacht bewaakten”.

In zijn boek beschrijft Edmont Wilson (1956): “We doen er goed aan nu al op te merken, dat er in de leer van de Essenen elementen zijn, die de indruk wekken, dat zij uit Perzië of Babylonië gekomen zijn. Met name de doop en zonaanbidding wijzen hierop.

De Essenen, zo vervolgt Dr. Ha’nish, geloofden da God een principe is en dat Hij zich toont in de materie. Hij is gen persoon, noch verschijnt hij in de vorm van een wolk van glorie (verlichting). De Islam verkondigt precies hetzelfde. Mohammed leefde 700 AD. De Islam baseert zich grotendeels op het oude weten dan de Essenen uitdroegen. Hier wijkt het Christendom van de oude lijn af. Christus is de zoon van God, dus God is in Jezus Christus gepersonifieerd.

 

Over dierlijk voedsel schrijft Dr.Ha’nish (blz 187): “Alle voedsel was klaargemaakt op een simpele maar wetenschappelijke wijze, voornamelijk bestaand rauw voedsel. Alle vlees en dierlijke vetten werden als een soort belediging in het gezicht van God beschouwd. Josephus Flavius zelf had, zegt hij op 19 jarige leeftijd de Farizeeërs, de Sadduceeers en de Essenen aangehangen. Ook had hij al 3 jaren, zijn vlees kastijdende, in de woestijn doorgebracht bij een heilige kluizenaar, Bannus genaamd. Deze kleedde zich slechts met plantaardige stoffen, voedde zich met wat in het wild groeide en door voortdurende koude baden te nemen dwong hij zich tot kuisheid.

De Essenen, schrijft Josephus, zijn door sterkere onderlinge banden gebonden dan andere sekten: in feite vormen zij een broederschap die wel iets gemeen heeft met die van de Pythagoreërs. Pythagoras was een vegetariër.

 

Josephus spreekt van hun moed en van de bewondering die deze afdwingt. De oorlog met de Romeinen (Wilson blz.44) heeft hun ziel op alle mogelijke wijzen tot in het diepst beproefd. Ze werden er door alle mogelijke martelingen gekweld om hen er toe te bewegen hun Wetgever te lasteren of om verboden spijs te eten.

 

In de Qumram-rol 4 Q 25, met commentaren op de wetten van Mozes stat in fragment 7 dat men geen vlees eten mag; je kunt hooguit aan een buitenstaander het vlees van een dood beest verkopen als het gewoon gestorven is.

 

In de rol 11 Q 13 (blz472) wordt gesproken over het komen van MEL-CHI-ZEN-DEK. Deze persoon kennen we uit het oude testament wanneer Abraham op zoek is naar zijn religieuze achtergrond en Melchizendek in het ‘wit’ ontmoet. In de Dode-zee-rol wordt Melchizendek bijna aan God gelijk gemaakt. Door de macht van Melchizendek zal de aardse heerschappij van de Satan (hier Belial genoemd) overgaan op de ‘zonen van het licht’.

Wanneer we het hebben over de Aryanen uit Perzië dan is het woord Aryaan afgeleid van het Perzische Aria (Ariër) of Iran, en dat betekent “ land van de kinderen van het licht “. Zie “Jehoshua” blz.158 regel 1.

Tammo Sypkens 1998.

 

 

Op spiritueel gebied hebben de Essenen  een belangrijke oefening De zevenvoudige Vrede,

die beoefend werd ten tijde de Perzische vervolging van Zarathoestriers en de Judeese minderheid

de Zevenvoudige Vrede, voor de Messias-verwachtende.

De oefening werd op de Noen (12 uur) wanneer de zon het hoogst stond.

Voor het in stand brengen van en leven in VREDE met alles en iedereen UNIVERSELE VREDE

Wij kennen ditzelfde  principe ook al door het Mazdaznan lied : "Ik ben in Vrede. . . " enz

De beste tekst die ik je daarvoor kan aanraden staat op de I.B.S. website:

 

Snel naar Boven

 

 

Over jezus en zijn afstamming

 

Jezus sprak aan het kruis zijn moedertaal, het Arramees, een Perzisch dialect ( en te dien dage de hof- en omgangstaal ): “Eli, Eli, Lama Sabachtani”, Verder: “Talitha Kumi” + dochterken, sta op”, Jezus was geen Jood, Johannes 8:48: “De Joden dan antwoorden, en zeiden tot Hem: “Zeggen wij niet wel dat gij zijt een Samaritaan?” 2,Koningen 17:24: “De Koning nu van Assyrie bracht volk van Babel en van Chuta, en van Avva, en van Hamath, en Sefarvaim, en deed hen wonen in de steden van Samaria, en zij namen Samaria erfelijk in. “Deze Samaritanen richtten aldaar vuurtempels (Perzisch) op en brachten hun “Cuthim” of vuurpriesters mee: de mannen “in witte kleren”. De magiërs, die ook bij Jezus geboorte kwamen. Rev. Dr. J.Mills, zegt dat het woord “Magian” “Avestisch” is, de “Maya” was “de Heilige Zaak”, waar allen voor werkten. Jezus volgde de Zarathoestrische leringen en reinheidswetten evenals de Farizeeërs, Pharsis of Perzen ( de afgescheidenen, de reinen of Perushim), die allen leven wilden volgens een zuivere levensbasis. Plinius ( 79 n. Chr.) spreekt over „ de Esseners, dat hun Heilige Boeken al duizenden jaren hebben bestaan en dat zij deze met de grootste zorg bewaren“. Esseners zijn vegetariers. De familie van Jezus was sinds generaties vegetariër.

Paul Haupt, universiteit professor, zegt: “dat Jezus waarschijnlijk een nakomeling is van Dejoces en zelfs van Spitama, een familielid van Zarathoestra”.

Het woord “Zarathoestra” is later een “titel” geworden voor de Vredes Vorsten of Zar-Adusht’s. Zo is “Davids-Zoon” een titel en stambegrip voor de Joden, die met de afstammingslijn van Jezus niets te maken heeft. David leefde 1055 v.Chr. en de regerende klassen wisselden geregeld. Er is geen bloedverwantschap aan te wijzen tussen David en Jezus (lees: “Yehoshua” van Dr. Ha’nish; lees Hebreeuwen 3:14 en 7: 1-17)

Genesis 32:23: Jakob worstelde met een man of engel en toen Jakob hem niet liet gaan tenzij deze hem zegende, gaf de engel aan Jakob de vorstelijke titel: Is-ra-el (Ik-licht-God): (evenals in Hosea 12:5 spreekt God tot Jakob te Beth-el).

In het boek “Iesat Nassar” van Mareov lees ik, dat Josephus Flavius (de blonde Jozef, 37-95 n.Chr. een Farizeeër en Vegetariër), een bekend en tevens een der oudste geschiedschrijvers, over een paleis “Grapte” in Jerusalem schrijft en dat de hierin wonende familie alom geliefd en geëerd was en bekend stond om hun rijkdom, grote weldadigheid en liefde voor de armen. Op de plek waar dat huis “Grapte” stond, schijnt nu de “kerk van St.Anna” te staan (2Korinte 8:9: “Jezus was rijk, maar Hij is om uwentwil arm geworden”) Volgens het boek “Iesat Nassar” was de moeder van Maria een prinses Grapte van kharax-Spasini, een provincie van Parthia. Zij werd “proseliet” (d.i. een niet-Jood die de Joodse leer aanhangt) en kreeg toen de naam “Hannah”, Zij trouwde met haar neef prins Nakeeb van Adiabene. De provincie Adiabene staat op oude landkaarten. Hij was uit een oud geslacht der Meden. De rivier “Adiab” en “Diab” vloeit in de Tigris in Kurdistan. Ook prins Nakeeb ging over tot het Joodse geloof en kreeg de naam “Joachim”. Zij kregen een dochter Miryam of Maria, die “in de dienst des Heren” zou opgroeien. Zij leerde bij Elye van Kharmel (Hoge Priester in de Zarathoestrische Melchizedek Orde en lid van het Joodse Sanhedrin, dus grote wijsheid bezittend) en bij de Esseners. Jezus is geboren (volgens astrologisch overeenkomend karakter) op 23 mei 5 v. Chr. (als men de grondlegging van Rome rekent op 753v.Chr.) om 3 uur ’s morgens. Taurus is doorzettendheid en Gemini is liefde. Josef, de pleegvader van Jezus, was een “pionier” een Essener, hij was houtbewerker, artiest, bootbouwer. Hij had een boerderij en herders in dienst, die hun vrijheid kregen volgens familietraditie, wanneer de “eerste geborene” een zoon was. Jezus werd geboren op een buitentje of boerderij dat “Bethlehem” heette en bij de stad Nazareth in Galilea lag (ten noorden van Jerusalem), dat destijds een knooppunt was van Geberisme, Esseners, Gnostici, Zoroastriers, die de hoop op een “Soshyant” of Heiland levend hielden vanaf oer-oude tijden. Lukas 24:21: “En zij hoopten, dat Hij was degene, die Is-ra-el verlossen zou…” Door de “kerstening” of christinisering van Europa is de geboorte van Jezus vastgesteld geworden op 25 december; 23 december is de zonne-wende, het keerpunt van duisternis naar licht.

Uit: “De historische betrouwbaarheid van het Nieuwe Testament in het licht der 20ste eeuw”, door Dr.W.Lodder: Flavius Josephus, 37-95 na Chr. Is een historicus te Jerusalem, ten tijde van Jezus geboren. In zijn 18e boek over de periode 6-40 n.Chr. spreekt hij over bekende personen en enkele hoogwaardigheidsbekleders, o.a. over Johannes de Doper als “een deugdzaam man”. Over Jezus zegt hij” “Omstreeks deze tijd leefde Jezus, een wijs man, indien men hem een man noemen mag, want hij verrichtte ongelofelijke daden en was leraar van mensen, die gaarne de waarheid aannamen. Hij trok dan ook vele Joden en Heidenen (d.i. de anderen. Red.) tot zich. Deze was de Christus. Toen hij door Pilatus op een aanklacht van onze voornaamsten met de kruisdood gestraft was, bleven zij, die hem het eerst lief gehad hadden, hem trouw. Want hij verscheen hun weer levend ten derden dage, gelijk de Goddelijke profeten dit en duizend andere wonderlijke dingen van hem voorzegd hadden. En tot op deze dag heeft het naar hem genoemde volk der Christenen stand gehouden”. Bla75…”als eerste niet-Christen, die Jezus kende was MARIA, een Romeinse krijgsgevangene, die aan zijn vader Serapion schrijft over de grote “witte Koning”, die in zijn Wetten voortleeft”. …Een briefwisseling tussen Abgar Ukkama, vorst van Edessa en Jezus: Hij vraagt aan Jezus hem te helpen: “Abgar Ukkama, vorst van Edessa, zendt Jezus de goede Heiland, die in de plaats Jerusalem verschenen is, zijn groet. Ik heb kennis gekregen van U en van Uw genezingen, die zijn namelijk zonder geneesmiddelen en kruiden door U verricht geworden. Want zoals men vertelt, maakt Gij blinden weer ziende, doet Gij lammen gaan en melaatsen maakt Gij rein en onreine geesten en duivelen drijft Gij uit en die door langdurige ziekte bezocht zijn, geneest Gij en doden wekt Gij op. En toen ik dat alles over U hoorde, zette zich een van twee bij mij vast, dat Gij of God Zelf en van de Hemel neergedaald zijt en zulke dingen doet, of dat Gij Gods Zoon zijt, wanneer Gij het doet. Daarom is het dat ik U schrijf en U smeek tot mij te komen en de kwaal, waaraan ik lijd, te genezen. Ik heb een kleine en waardige stad, die voor ons beiden plaats biedt.” Jezus zou hierop geantwoord hebben: “Zalig zijt Gij, dat Gij in mij gelooft zonder mij gezien te hebben, niet aan mij geloven en dat juist zij, die mij niet gezien hebben, geloven en leven zouden. Wat nu betreft Uw schrijven dat ik tot U mocht komen, zo weet dat het nodig is, dat ik alles waartoe ik gezonden ben, hier volbrengen om na de volbrenging daarvan opgenomen te worden tot Hem, Die mij gezonden heft. En wanneer ik opgenomen ben, zal ik U een van mijn discipelen sturen, opdat hij Uw lijden hele en leven aan U en de Uwen schenken”. Judas Thomas heeft naderhand de apostel Thaddeus gezonden.

De koning genas en dit bracht velen tot het geloof.  …Deze brief is aan Eusebius (340 na Chr.) bekend en in zijn kerkgeschiedenis opgenomen. Eusebius zegt de brieven te hebben vertaald uit het archief te Edessa. Het staat vast, dat er in 200 na Chr. Dat er in 200 na Chr. In Edfessa een Christusvorst was.”…

De Joden die in Babylonië in ballingschap leefden, werden door de koning der Meden en Perzen, Cyrus (526 v.Chr.), de “Koning der Koningen”, nar Jerusalem teruggezonden, waar zij een tempel kregen in de “stad des Vredes”, de stad Salem, de voor de Melchi-Zendek (Hebreeuwen 7:1) destijds was gegrondvest. Esra (onder koning Cyrus, Kyros, Zon, de bevrijder der Joden) schreef een “geschiedenis” voor de Joodse gemeenschap. Hij doorspekte deze geschiedenis met aanhalingen van gebeurtenissen der omwonende volken (lees het oud-Babalonische “Gilgamesh Epos” met het Zondvloedverhaal). Onder het paleis van de Perzenkoning Darius (regeringsjaren 521-485 v.Chr.) is een kist gevonden met een gouden plaat, waarop staat: “Ik ben een afstamming van koning Vistaspes”. Vistaspes (6900-6850 v.Chr.) was een familie lid van de eerste Zarathoestra (6900 v.Chr.) en Vistaspes nam de leer van Zarathoestra over en verspreide deze over heel Iran. Later werd deze leer de staatsgodsdienst in Perzië en werd door Zend-Boden naar 5 continenten gebracht om de Broederschap en Vrede onder de mensen te brengen. De Parthische godsdienst van 64 v.Chr. – 225 na Chr. Leidde de toenmalige cultuurwereld, evenals de Griekse filosofie door hen was beïnvloed o.a. Pythagoras en Plato.

 

Snel naar Boven

 

                                                            Snel naar Boven

 

 

BRONNEN

OVER DE ESSENEN

EN

MISVATTINGEN

TEN AANZIEN VAN DE ESSENEN

 

BOEKENLIJST VAN DE

INTERNATIONAL BIOGENIC SOCIETY

 

De Leer der Essenen

VAN HENOCH

TOT DE

DODE ZEEROLLEN

Door

Edmond Bordeaux Szekely

 

 

 

 

 

VEEL VOORKOMENDE MISVATTINGEN OVER DE ESSENEN, JEZUS EN DE EERSTE CHRISTENEN

 

Ten aanzien van de Essenen bestaan veel misverstanden, grotendeels door onbekendheid met de werkelijke feiten, verder ook door bewuste misinformatie. Een belangrijk feit om eerst vast te stellen is, dat de Essenen eeuwenlang doodgezwegen zijn , terwijl er toch altijd wel informatie is geweest. Zo heeft men het vaak over "Die geheimzinnige Essenen, waarover wij niets wisten tot de vondst van de Dode Zee Rollen"; welnu: dat is nonsens. Er was altijd, en eris nog steeds heel veel in niet openbare (privé) collecties, in geheime bibliotheken, maar zelfs in bijvoorbeeld de bibliotheek van The British Museum en in bibliotheken in de U.S.S.R. (de Russische Orthodoxe Kerk bezit geschriften die niet door Rome werden gecensureerd of veranderd)

Doodzwijgen is een veel krachtiger wapen dan tegenargumenten (die allicht ook niet te vinden zijn) leveren en dit is dan ook gebeurd ten aanzien van de Essenen. Waarom? Omdat zij in feite een soort "Corpus Delicti" zijn, ten aanzien van de verduistering van bepaalde belangrijke waarheden door bepaalde instanties op religieus en zelfs op zogenaamd wetenschappelijk gebied.

Waarom komt de naam Essenen niet in de Bijbel voor, terwijl Jezus (zoals hij ten onrechte met een Latijnse naam genoemd wordt), ook wel "de Christus" (een Grieks woord, Jezus sprak zelf Aramees) genoemd het alleen over de Farizeeërs en de Sadduceeërs heeft, en dan nog in negatieve zin? En tot welke stroming zou Jezus dan zelf dus duidelijk behoord hebben?... Opvallend is hierbij, dat bij meerdere tijdgenoten en schrijvers uit ongeveer dezelfde periode WEL van alles ook over de Essenen gezegd wordt, tot zelfs op de centimeter af de maten van hun woningen en dergelijke details... Het antwoord is dus, dat de naam Essenen en alles wat met hun te maken heeft al eeuwenlang doelbewust en consequent verzwegen, ja onderdrukt is.Waarom? dat wordt pas duidelijk wanneer wij eenmaal weten WAT deze kennis zelf eigenlijk precies inhoudt. Flavius Josephus bijvoorbeeld, een geschiedschrijver die omtrent de periode van het leven van Jezus leefde, beschrijft duidelijk dat er DRIE groepen van geloven waren: De Essenen, de Farizeeërs en de Sadduceeërs. Hij heeft zelfs in de leer gelopen bij een Esseense leermeester, Banus genaamd, en een boekje geschreven waarin zijn discussies met Banus over de belangrijke leerstellingen van de Essenen tijdens zijn periode van inwijding weergegeven wordt (een soort "Collegedictaat", met de titel "De Esseense Code des Levens", in het Engels uitgegeven door de I.B.S.) In de praktijk werden al in de tijd van de kerkvaders en later alle leren verboden, die anders waren dan wat het centraal gezag in Rome tot enige waarheid verklaarde. Niet alleen werden de verkondigers van strijdige leren met hun leer onderdrukt en als het even kon vernietigd, zelfs die brieven van mensen die, met argumenten omkleed zich tegen die "ketterse" opvattingen keerden, werden verdonkeremaand omdat daarin wellicht nog delen van die "verdorven" leer vermeld werden; er werd dus eeuwen lang zeer grondig gewerkt aan het verdoezelen van bepaalde feiten. Ook is het zo, dat wanneer wij nader kijken naar leren van bepaalde kerkvaders die op het eerste gezicht niet strijdig lijken, ons pas duidelijk wordt waarom zij eigenlijk vervolgd werden, als wij kennis kunnen nemen wat zij verder als argumenten en feitelijke bewijzen gebruikten; doordat die al eeuwenlang verdonkeremaand werden, is het vaak moeilijk om daarvan kennis te nemen. Zo blijkt dus wanneer wij naar Arianus kijken, dat niet zozeer de hoedanigheid van Jezus zelf volgens Arianus een probleem was, maar wel dat Arianus een volledige kennis had over de feitelijke afstamming (inclusief de echte vader) van Jezus en van Maria, diens moeder, had, gegevens die midden vorige eeuw nog door het echtpaar Mamreov in het Midden Oosten terug gevonden konden worden, inclusief een authentieke middeleeuwse kaartje, waarop het paleis van de familie van Maria te zien viel, dat "toevallig" genoeg wèl precies op de plaats stond, waar later de Rooms Katholieke Kerk de Kerk van de Heilige Anna (moeder van Maria) gebouwd heeft; zij wisten dat dus zelf wel... Dit alles staat beschreven in de Duitse vertaling ervan: "Jesât Nassar, genannt Jesus Christus", (Drei-Eichen Verlag, 1965)

Waarom deze waarheden onderdrukt worden en hoe, staat ook beschreven in het boek "Edgar Cayce over de Dode Zee Rollen" (door Glenn D. Butler, uitg. de Ster 1986). Wat zijn nu de meest voorkomende misvattingen omtrent de Essenen?

 

1.  "DE" Essenen, als zou er maar één stroming van zijn geweest, en één vestigingsplaats

2.  De Essenen ontstonden pas een paar honderd jaar voor Christus en verdwenen na de kruisiging van Jezus

3.  De bij de Dode Zee gevonden boekrollen zouden de belangrijkste bibliotheek van "de" Essenen geweest zijn

4.  De Essenen waren een "Sekte"

5.  De Essenen leefden celibatair, waren tegen het huwelijk en kregen dus geen kinderen

6.  De Essenen hadden niets met Jezus te maken: Jezus was geen Esseen

7.  Het Christendom heeft niets met de Essenen gemeen

 

Men kan geen juist inzicht meer krijgen in bepaalde belangrijke aspecten van de Esseense religieuze zienswijze en gebruiken omdat die, hoewel zij opgenomen zijn in het Christelijk geloof van nu, vaak in essentie veranderd werden, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van:

1.  Moeder Aarde

2.  De Engelen

3.  De Communies

4.  De Gemeenschappelijke Zelfanalyse op de Sabbat

 

Maar ook ten aanzien van Jezus bestaan er misvattingen, wanneer wij eenmaal (zie punt 5 en 6 hierboven) vastgesteld hebben wie en wat hij was:

 

1.  Jezus zou een "Kerk" hebben willen vestigen

2.  De "Kerk" waarover Jezus het had, zou betekenen: een institutie, of een gebouw dat daaraan toebehoort, net als de  Tempel, waarvan hij zei, dat hij die in drie dagen weer op kon bouwen

3.  De leer van "de Christelijke Kerk" zou in overeenstemming zijn met wat Jezus bedoeld heeft, zelfs datgene wat Paulus verkondigde zou kloppen met wat Jezus bedoelde (nu gaan we er maar even van uit, dat Paulus zelfs ook de werkelijke auteur van alles is geweest wat aan hem wordt toegeschreven, en dat daaraan later niet gesleuteld is)

 

Misvattingen ten aanzien van de Essenen:

 

- "DE" Essenen, als zou er maar één stroming van zijn geweest, en één vestigingsplaats

De Essenen leefden niet alleen maar in coöperatieven (N.B.: de Essenen leefden ZEKER niet in communes, ieder had zijn eigen stukje grond met huisje waarvoor hij zelf verantwoordelijk was), er waren ook Essenen die aan de buitenrand van steden leefden, soms zelfs apart in een stad (zoals dit ook het geval was met Yasouf Bar-Matthia, in "De Kerk" Jozef van Arimathea genoemd). Behalve het "Klooster" bij de Dode Zee, waarin vooral oudere mannen woonden, die voornamelijk aan het vermenigvuldigen van geschriften toegewijd waren, was er de woonplaats van de meer "priesterlijk" gerichten bij de grot van Elia, bij de Berg Kharmel, en de verblijfplaats van de Genezers (ook wel met een Grieks woord "Therapeutae" genoemd) die in Egypte bij het meer van Mareotis woonden (hierheen vluchtte Jezus met zijn ouders in zijn vroege jeugd).

 

- De Essenen ontstonden pas een paar honderd jaar voor Christus en verdwenen na de kruisiging van Jezus

Dit gaat misschien wel op voor het klooster van Q'umRan, dat vermoedelijk omtrent 200 V.C. gesticht werd, door een minderheidsgroep (die ook bij een deel van hun opvattingen afweek van de Leer) van de Essenen, die zich afsplitste om de komst van de Messias voor te bereiden door alle religieuze geschriften weer te verzamelen en te vermenigvuldigen die door onderdrukking en culturele versnippering (veel Griekse en later Romeinse invloeden) verspreid waren geraakt. Zodoende kon Jezus er ook tijdens zijn opvoeding kennis van nemen; diens moeder werd als tempelmaagd immers al doorkneed in alle religieuze kennis, ook Jozef was als wijze oudere man hierin goed onderlegd. Overigens: een "simpele" timmerman was hij niet... Timmerlieden waren toentertijd van een heel andere sociale status dan nu. Het "gewone volk" had geen meubels ; die werden echter wèl voor de tempel gemaakt. Ook bij de (betere) huizenbouw en de bouw van schepen, die zeer belangrijk waren voor de handel en de voedselvoorziening (visvangst) waren dergelijke verhoudingsgewijs hoog opgeleide mensen zeer belangrijk; men zou hen dus tegenwoordig eerder met de term "ingenieur" aanduiden! Verder verdwenen de Essenen helemaal niet na de kruisiging, maar waren in feite de eerste christenen, voordat Paulus met zijn dwaalleer op de proppen kwam. Zij werden wel later vervolgd door zowel de Romeinen als de Farizeese joden, wier godsdienst men als "het" Joodse geloof ging zien (bij Flavius Josephus, die toen leefde, kunnen we nog lezen dat er drie stromingen waren, waartoe ook de Essenen behoorden!) Dit "werk" werd later afgemaakt door Keizer Constantijn, die de leer van Paulus in plaats van de oorspronkelijke leer van Jezus stelde en die alle laatste sporen van de Broederschap probeerde te laten verdelgen. In de geschriften van de kerkvaders is hierover nog van alles terug te vinden. Zo is overigens ook in de "Clementijnse Homilieën" te lezen, hoe Paulus probeert om de eerste christengemeenschap in Jeruzalem, die onder leiding van de broer van Jezus stond, te vermoorden. De Essenen bleven echter bestaan, zodat bijvoorbeeld de Heilige Hiëronymus hun geschriften nog heeft kunnen optekenen en de eerste Katholieke geestelijken die op de Berg Kharmel een klooster stichtten konden ook nog het een en ander van hun voorgangers leren (zie hiervoor ook "Edgar Cayce en de Dode Zee Rollen", p.117/119) Verder verbreidde hun leer zich, onder andere via Mani, die ook les kreeg van de in het Wit geklede broeders. De leer van Mani was ook zeer belangrijk bij de Bulgaren (zie het kaartje in de omslag van het boek "Mani's Lichtschat", uitgegeven door de Rozekruis-Pers) , in wier gebied uit deze zelfde traditie later de Bogomielen onstonden, en nog later de Witte Broederschap van Peter Deunov, die naar West-Europa werd gebracht door Omraam Mikhaël Aïvanhov. Ook de oorspronkelijke Ierse Keltische Kerk werd al lang gesticht voordat de eerste Paus in Rome werd ingesteld. Zij gebruikten dan ook de Joodse feestdagen, niet die van Rome, iets dat Rome later heeft kunnen veranderen, tezamen met alle andere dingen die onderling verschilden. Ook de Paterini (Italië) en de Katharen (Zuid-Frankrijk) kenden een oorspronkelijke verkondiging, die later uitgeroeid werd door het centrale gezag van de Katholieke Kerk.

 

EDGAR CAYCE over de DODE ZEE ROLLEN

p.117al.2/p.119

Hugh Lynn Cayce en zijn vrienden gingen naar Israël in de hoop enig bewijs te vinden, al was het ook nog zo weinig, dat ooit een of ander soort van Esseense gemeenschap had bestaan op de oostelijke hellingen van de Berg Karmel. Zij beseften dat hun kansen gering waren. Ze hadden zichzelf in de eerste plaats maar drie weken toebedeeld, nauwelijks voldoende voor een diepgaand onderzoek, en niemand van hen was voldoende archeologisch onderlegd om op dat terrein veel te kunnen bereiken. Maar ze kenden de Edgar Cayce-lezingen goed, dus als zij op iets stuitten, enig bewijsmateriaal, enige informatie, welke op een of andere manier iets weerspiegelde wat in de lezingen was gezegd, dan zouden ze tevreden zijn geweest. Als bovendien kon worden vastgesteld dat iets, al was het maar één ding, wat voorkwam op de koperen rol te Qumran op de Berg Karmel was gevonden, dan zouden zij meer dan overtuigd zijn geweest dat de Essenen hier waren geweest.

Zij werden tevreden gesteld, maar op een andere manier. Ze bezochten de grot van Elia. Zij zagen de fontein - de bron in feite - van Elia. Zij onderzochten de ruïnes van een oud Karmelietenklooster. Ze stonden voor wat geaccepteerd wordt als de overblijfselen van Elia's altaar. Zij liepen over de oostelijke bergwand, ze vonden wat aardewerk, stukken glas, scherven, alle van enige ouderdom, maar niet oud genoeg. Hugh Lyn Cayce vond een oude munt, en ze betraden enkele grotten die klaarblijkelijk eens bewoond waren geweest, hoewel er zich nu niets van waarde in bevond. toch was de ervaring bevredigend. Eindelijk op deze heilige berg te zijn, waar mannen en vrouwen zowel uit het Oude als het Nieuwe Testament hadden gewoond, over zijn paden te lopen, zijn lucht in te ademen, zijn grotten te betreden die zo stil waren van geheimen uit het verleden, was een spirituele schat op zich, en elke persoon in de groep voelde zich diep bewogen door het avontuur.

Zij spraken met mensen. Van een Karmelietenmonnik, een zekere Pater Elias, toevallig genoeg, hoorden ze voor het eerst de versie der Karmelieten van de oorsprong van de orde bij Elia.Pater Elias was bereid toe te geven dat er misschien ooit een Esseense gemeenschap op de berg was geweest, dat de Joodse Christenen die daar waren geweest toen de Byzantijnen arriveerden misschien enkele generaties lang erfgenamen waren geweest van Essenen, maar hij wilde er niets met zekerheid over zeggen. Als Karmeliet die nog altijd gebonden was aan het pauselijk edict om over deze zaak te zwijgen, kon hij dat niet.

Van Dr. Elgavish, directeur van het Museum der Schone Kunsten te Haïfa, vernamen zij dat op de berg Karmel vrijwel geen archeologische opgravingen waren gedaan. Er was wat geld voor een expeditie uitgetrokken door de stad, maar niet genoeg, en de tijden waren te onzeker om iets te ondernemen. Zij vernamen ook dat de aannemers door de eeuwen heen de gewoonte hadden gehad om ruïnes te gebruiken als steengroeven, en dat, als enige van de schatten, genoemd op de koperen rollen, ooit op de berg waren gevonden, ze ondertussen naar alle waarschijnlijkheid gevonden en meegenomen waren.

Toen gebeurde er iets ongewoons. Omdat Hugh Lynn Cayce en zijn vrienden, mannen van verschillende geloofsovertuigingen, dat type mens waren, begonnen zij hun dag met gebed en meditatie, en zij wisten uit ervaring dat zich op deze momenten betekenisvolle gedachten of ideeën konden voordoen. Een van hen, die voorlopig anoniem wil blijven, was op een ochtend diep in meditatief denken verzonken, toen hij met zijn geestesoog een man zag van rond de vijftig, gehuld in bijbelse - of klooster-kledij. hij droeg een donker gewaad met een kap en een gouden koord. hij liep op een manier of hij O-benen had naar een muur en klom tot op de derde sport van een ladder met vijf sporten en plaatste vervolgens een voorwerp in een ruimte in de muur.

Later op die ochtend bezocht de groep het oude klooster. Er was iets met de plek waardoor deze man het gevoel kreeg dat hij er eerder was geweest, en de gewaarwording werd sterker toen hij een ladder tegen een muur zag staan die leek op die, welke hij in meditatie had gezien, behalve dat deze tweemaal zo lang was. Alsof hij geleid werd, dwaalde deze man van de anderen af en kwam bij een oud gedeelte van de ruïnes. Hij sloot zijn ogen, wachtend. Toen hij een geluid achter zich hoorde, keerde hij zich om en zag hij daar dezelfde van een kap voorziene figuur die tegen hem zei: "Ga naar beneden naar de trap en mediteer op de derde trede". Daarna verdween de man met het gewaad.

Deze man keek om zich heen en zag tenslotte enkele traptreden, verborgen door het onkruid en struikgewas, waarvan enkele treden omlaag voerden naar de wadi. Dus daalde hij af naar de derde trede, ging daar zitten en sloot opnieuw zijn ogen. na enkele ogenblikken kwamen de volgende woorden bij hem op: "Wat je zoekt is niet hier".

 

 

- De bij de Dode Zee gevonden boekrollen zouden de belangrijkste bibliotheek van "de" Essenen geweest zijn

Bij de Joden was het gebruikelijk om de doden eerst bij te zetten in een grot of spelonk (kijk maar hoe het na de kruisiging ook volgens de traditie gebeurde met Jezus) want in de harde rotsgrond was vaak geen graf te delven. Wanneer de kadavers dan na langere tijd uitgedroogd waren, maakte men langwerpige aardewerken kruiken, waarin het gebeente (zonodig door de botten te breken, om ze terug te brengen tot de maat van de kruik) bijgezet werden; een zogenaamd "ossuarium". Aangezien de boekrollen door de Essenen als Heilig beschouwd werden, werden zij wanneer zij wat ouder werden (zodra of niet meer gelezen zouden kunnen worden doordat ze verbleekt geraakt waren of doordat zij zouden gaan scheren of verbrokkelen) niet verbrand maar in eenzelfde soort lijkvat (ossuarium) geplaatst en ook in grotten begraven, net zoals dat met de gelovigen gebeurde. De bij Q'umRan in grotten gevonden geschriften waren dus al lang afgedankt, bovendien bevond de belangrijkste bibliotheek van de Essenen zich in Alexandrië, waar hij later, terwijl hij onder de hoede van Hypathia stond, door verbranding vernield werd door toedoen van vanuit Rome opgehitste "Christenen" volgens de leer van Paulus. Over de gehele wereld zijn er in privé-collecties en in musea exemplaren te vinden van Esseense geschriften die daar al in vorige eeuwen veilig opgeborgen werden. Zo heeft Professor Szekely onder andere in het British Museum en in de privé collectie van de Habsburgers Esseense geschriften kunnen bestuderen, waarover door de geïnstitutionsaliseerde religie geen ophef gemaakt wordt. Integendeel: een exemplaar van Het Vredesevangelie der Essenen in de collectie van de Habsburgers verhuisde helaas na de publicatie van de boeken van Professor Székely naar de geheime archieven van het Vaticaan...Uiteraard houden (ook nu nog) vele bezitters zich vanwege deze gespannen toestand liever stil daarover...  

 

- De Essenen waren een "Sekte"

De Essenen waren niet meer of minder een sekte dan de Farizeeërs en de Sadduceeërs, of alle splintergroepen van "de" Christelijke Kerk (Jehova's, Vrijzinnigen, Gereformeerd Vrijgemaakt, Rooms Katholiek, en ga zo nog maar even door... en allemaal hebben zij weer een qua inhoud heel andere bijbel, hoewel die volgens hun allemaal door de persoonlijke God geschreven is, en er "geen tittel of jota aan veranderd mag worden". De "Fundamenteel" Rooms-Katholieken laten overigens elke keer dat de "onfeilbare" Paus een uitspraak doet die niet met de dan geldende versie van de "Heilige" Schrift strookt, de Bijbel daarop aanpassen...Dat gebeurt dus nog steeds.)

 

- De Essenen leefden celibatair, waren tegen het huwelijk en kregen dus geen kinderen

Niet alle Essenen leefden cebatair; zij kenden dezelfde gewoonten ten aanzien van de periodes van het leven van de mens als nu nog wel bekend is in de Vedische traditie: in de laatste levensfase gaat de man zich totaal wijden aan God. Dat vond dus bijvoorbeeld wèl plaats in het Klooster van QúmRan. Ook niet alle Rooms Katholieken zijn paters en nonnetjes! Het is zelfs zo, dat de Essenen er bijzonder veel waarde aan hechtten dat de mens zich voort plantte, omdat hij anders uit zou sterven! In de oorspronkelijke Esseense traditie was de Engel van de Aarde niet voor niets zo belangrijk (zie de Zondag- ochtend communie en de daarbij genoemde vruchtbaarheid!) Veel van de Essenen waren dus juist wèl getrouwd en hadden kinderen! Zie THE ESSENES, BY JOSEPHUS and his CONTEMPORARIES (ook in de boekenlijst van de I.B.S.)

 

 

 

 

Snel naar Boven

 

I. LEVEN EN WERKEN VAN JOSEPHUS

Zelfs in vergelijking met de niet-Joodse (Griekse of Romeinse) schrijvers is er géén die een meer authentieke en nauwgezette beschrijving van de Essenen heeft gemaakt dan de Joodse historicus, Josephus, in zijn boeken Joodse Oudheden en De Joodse Oorlog.

Josephus Flavius, de beroemde Joodse historicus, werd in 37 v.Chr. in Jeruzalem geboren.

Hij was zowel van koninklijke als van priesterlijke afkomst, doordat hij van moederskant afstamde van de Hasmonidische prinsen terwijl zijn vader, Matthias, als priester diende in de eerste van de vierentwintig ceremonieën.

De zorgvuldige opvoeding die hij genoot deed zijn grote talenten reeds op een ongebruikelijk vroege leeftijd tot bloei komen en zijn prestaties in de Hebreeuwse en de Griekse literatuur (de twee voornaamste gebieden die hij bestudeerde) deden hem al spoedig opvallen.

Nadat hij met succes aan de belangrijkste religieuze scholen van zijn tijd ("Sekten", zoals hij ze, niet geheel juist, aanduidt) onderwijs genoten had trok hij zich terug in de woestijn, bij een man die hij Banus noemt, een Esseen die volgeling van Johannes de Doper was.

Drie jaar later keerde hij weer terug naar Jeruzalem. Zo hoog sloeg men zijn bekwaamheid aan dat hij reeds op de leeftijd van zesentwintig jaar werd uitgekozen als afgevaardigde van Nero.

Toen de Joden voor de laatste en fatale maal in opstand kwamen tegen de Romeinen werd Josephus aangesteld als Gouverneur van Galilea.

Daar betoonde hij de grootste moed en wijsheid maar de opmars van de Romeinse generaal Vespasianus (67 n.Chr.)maakte elk verzet hopeloos.

De stad Jotapata, waarop Josephus teruggevallen was, werd ingenomen na 47 dagen weerstand te hebben geboden.

Samen met wat anderen hield hij zich schuil in een grot, maar zijn schuilplaats werd ontdekt.

Nadat hij voor Vespasianus was geleid zou hij naar Nero toegestuurd zijn, ware het niet dat hij, althans volgens eigen relaas, degene die hem gevangen genomen had, voorspeld had dat die nog eens keizer van Rome zou worden.

Maar toch werd hij drie jaar in een soort van lichte bewaring gesteld. Josephus was erbij in het Romeinse leger toen Titus Jeruzalem belegerde.

Na de val van Jeruzalem (70 n.Chr.) speelde Josephus een belangrijke rol bij het redden van de levens van enkele van zijn verwanten.

Hierna schijnt hij in Rome gewoond te hebben waar hij zichzelf wijdde aan het bestuderen van de literatuur.

Het exacte tijdstip van zijn dood staat niet vast. We weten alleen dat hij Agrippa II overleefde, die in het jaar 97 overleed.

Hij was driemaal getrouwd en had kinderen uit zijn tweede en derde huwelijk.

Hij schreef de volgende werken:

·         De Joodse Oorlog in 7 delen, zowel in het Hebreeuws als in het Grieks geschreven (De Hebreeuwse versie is niet bewaard gebleven);

·         De Joodse Oudheden in 20 delen, omvattende de geschiedenis van zijn landgenoten vanaf het allereerste begin tot aan het einde van de heerschappij van Nero. (De fictieve Hebreeuwse Josippon, die heel lang werd aangemerkt als de schrijver van Josephus' "Oudheden", dateert uit de 10e eeuw na Christus.

·         Tegen Apion, een verhandeling in twee delen over de Joodse oudheid, voornamelijk van waarde vanwege excerpten van oude geschiedschrijvers.

·         Een Autobiografie (37-90 na Chr.) in één boekdeel, dat kan worden gezien als aanvulling op de Oudheden.

Alle andere werken die aan hem worden toegeschreven, worden als niet authentiek beschouwd.

Het bijzondere karakter van Josephus is eenvoudig te omschrijven. Hij was in hoofdzaak eerlijk en oprecht.

Hij hield oprecht van zijn landgenoten en was trots op en vol enthousiasme voor de oude geschiedenis van zijn land. Maar het hopeloze van de poging om weerstand te bieden tegen de enorme overmacht van de Romeinen en zijn afkeer van het martelaarschap zorgden ervoor dat hij de zijde van de vijand koos in de vage hoop om aldus zijn land toch nog van dienste te kunnen zijn.

De invloed van de Griekse filosofie en leefstijl zijn duidelijk waarneembaar in al zijn geschriften.

Voorzover het om de bijbelse geschiedenis gaat, bracht hij daar een zweem van "rationalisme" in aan.

Zo spreekt hij van Mozes niet als een door God geïnspireerd, maar een humaan wetgever.

Hij betwijfelt de waarheid van het verhaal over de doortocht door de Rode Zee en de Walvis die Jonas op at.

Over het geheel genomen twijfelt hij ook aan alles waarvan men maar aanneemt dat het de mens moet onderwijzen dat er een speciaal soort Voorzienigheid is die ten gunste van het Uitverkoren Volk zou werken.

Zijn stijl is lichtvoetig en elegant en Josephus werd al vaak de "Griekse Livius" genoemd.

De Editio Princeps van de Griekse tekst verscheen in 1544 in enorme overmacht van de Romeinen en zijn afkeer van het martelaarschap zorgden ervoor dat hij de zijde van de vijand koos in de vage hoop om aldus zijn land toch nog van dienste te kunnen zijn. De invloed van de Griekse filosofie en leefstijl zijn duidelijk waarneembaar in al zijn geschriften. Voorzover het om de bijbelse geschiedenis gaat, bracht hij daar een zweem van "rationalisme" in aan.

Zo spreekt hij van Mozes niet als een door God geïnspireerd, maar een humaan wetgever.

Hij betwijfelt de waarheid van het verhaal over de doortocht door de Rode Zee en de Walvis die Jonas op at.

Over het geheel genomen twijfelt hij ook aan alles waarvan men maar aanneemt dat het de mens moet onderwijzen dat er een speciaal soort Voorzienigheid is die ten gunste van het Uitverkoren Volk zou werken.

Zijn stijl is lichtvoetig en elegant en Josephus werd al vaak de "Griekse Livius" genoemd.

De Editio Princeps van de Griekse tekst verscheen in 1544 in Basel (Froben).

De belangrijkste edities sindsdien (met voetnoten) waren die van Hudson (Oxford, 1720), Havercamp (Amsterdam, 1726), Oberthur (Leipzig, 1825-27) en Dindorf (Parijs, 1845).

Josephus werd regelmatig vertaald; de meest bekende versies in het Engels waren die van L'Estrange (Londen, 1702) en Whiston (Londen, 1737). De meest recente is die van Thackeray en Marcus in de Loeb Library.

 

 

 

Snel naar Boven

 

II. JOSEPHUS EN DE ESSENEN

Over zijn toelating tot de Orde der Essenen schrijft Josephus in zijn boek "Leven" het volgende:

"Toen ik zestien jaar oud was geworden begon ik mij te verdiepen in de verschillende religieuze sekten in ons land en hun doctrines, opdat ik, nadat ik ze wat beter had leren kennen, diegene zou kunnen uitkiezen die mij het beste toescheen." "Ik heb reeds eerder vermeld dat er drie sekten waren: de Farizeeën, de Saduceeën en de Essenen."

"Zodra ik dat besluit had genomen begon ik mij onmiddellijk op verschillende wijzen voor te bereiden, opdat ik waardig bevonden zou worden om toe te treden tot Orde der Essenen." "Om dit te bereiken, wendde ik mij tot een man die Banus genoemd werd, en van wie men mij vertelde dat hij tot de broederschap der Essenen behoorde en in de wildernis leefde." "Hij vervaardigde zijn kleren uit bast en bladeren van bomen, voedde zich met wilde vruchten, planten en kruiden hij was zo heilig dat overdag en 's nachts wel meerdere malen baadde in koud water." "In het gezelschap van die man bracht ik drie gehele jaren door, waarbij ik allerlei soorten van beproevingen, verleiding en ontbering doorstond om vervolgens naar de stad terug te keren." "De doctrine der Essenen onderwijst alle mensen dat zij vol vertrouwen hun lot kunnen toevertrouwen aan God, aangezien er niets geschiedt als hij het niet gewild heeft." "Zij zeggen dat de ziel onsterfelijk is en streven ernaar, oprecht en eerlijk te leven."

"Zij zijn de eerlijkste mensen ter wereld en houden zich altijd aan hun woord." "Zij zijn bijzonder ijverig en ondernemend en laten een grote bedrevenheid en interesse zien op het gebied van de landbouw." "Maar het meest vereerd, bewonderd en in aanzien staan wel diegenen die in de wildernis leven."

"Vanwege hun gevoel voor rechtvaardigheid dat zij altijd ten toon spreiden en de moed en onverschrokkenheid die zij tonen bij het voortdurend verdedigen van waarheid en onschuld." "Die karaktertrek wordt noch bij de Grieken noch bij enig ander volk in dezelfde hoge mate gevonden, maar heeft altijd reeds, sinds onheuglijke tijden, de Essenen gekarakteriseerd." "Zij hebben nooit dienaren." "Zij vinden dat het niet juist is, dat de ene mens de slaaf of dienaar van de andere is, aangezien alle mensen broeders zijn en God hun aller Vader." "En daarom dienen en helpen zij allen elkaar." "Als boekhouders voor de opbrengsten van hun werk op het land en hun handwerkzaamheid kiezen zij de meest deugdzamen, eerlijken en vromen van hun broeders uit.""Die vervullen ook de dienst van het priesterschap en voorzien in al hun noden, zoals voedsel en kleding."

"Zij leiden allen het zelfde leven van eenvoud, vlijt en soberheid." In zijn boek "De Bello Judaïco" (hoofdstuk 8, vs. 2-13) schrijft Josephus verder:

"De derde klasse van wijsgeren onder de Joden, en tevens de klasse die het hoogst wordt aangeschreven" Daar worden zij onthaald als de beste vrienden en nauwe verwanten door mensen die ze nog nooit eerder ontmoet hebben."

"In elke stad is er een Ouderling aan wiens zorg kleding en andere benodigdheden toevertrouwd zijn die hij minzaam uitdeelt aan degenen die daarvan nodig hebben.

"De Essenen dragen hun kleren af totdat ze geheel versleten, en niet langer te gebruiken, zijn."

"Zij kopen nooit iets van elkaar en verkopen ook nooit iets aan elkaar."

"Elk lid geeft zijn broeder bereidwillig wat deze nodig heeft van het zijne en wordt op zijn beurt ook weer door anderen voorzien van hetgeen hij nodig heeft."

"Zelfs wanneer hij denkt dat hij het nooit vergoeden kan, mag hij het zonder schaamte aannemen, aangezien dat een van hun regels is."

"De wijze waarop de Essenen God vereren is groots, heilig en majestueus."

"Tot de zon op is gekomen en de aarde met zijn stralen begroet spreken zij niet over aardse zaken, maar lezen zij en spreken zij de heilige, nederige gebeden uit die zij van hun voorvaderen geleerd hebben."

"De Ouderling deelt eenieder het werk toe waarin hij het meest bedreven is."

"Nadat zij aldus vijf uren lang gewerkt hebben, komen zij opnieuw bijeen, baden zich in koud water en trekken een wit linnen gewaad aan."

"Nadat zij zich gewassen hebben begeven zij zich naar de speciale zalen van de Orde, waar niemand hoort te komen die niet tot hun Orde behoort."

"Nadat zij de door de wet voorgeschreven ceremoniën hebben uitgevoerd begeven zij zich, perfect gereinigd, naar hun eetzalen met een zelfde eerbied alsof zij de heilige tempel binnengaan."

"Nadat eenieder in uiterste stilte en rust zijn plaats heeft ingenomen, treden de bakkers van de Broederschap binnen en delen in een bepaalde volgorde aan ieder een brood uit."

"De kok zet voor iedereen een bord met groente en andere etenswaren neer."

"Nadat dit is uitgevoerd, treedt één van de priesters naar voren en gaat voor in gebed."

"Zij beschouwen het als een ernstige zonde om uit te rusten of

enig voedsel te beroeren vóór het gebed."

"Wanneer de maaltijd voorbij is, spreekt de priester een ander gebed uit en dan wordt het danklied gezongen."

"Op deze wijze loven en danken zij God, die alle goeds gegeven heeft, zowel voorafgaand als na afloop van de maaltijd."

slagen wegens hun rechtvaardig en zedelijk leven, is die der Essenen."

"Hoewel zij zeker voortkomen uit het Joodse volk, tonen zij meer vriendschappelijkheid en liefde voor elkaar dan alle andere Joden en leiden zij een veel zedelijker leven."

"Zij schuwen en verachten zinnelijkheid als zijnde een grote zonde, maar beschouwen een leven van zedelijkheid en matiging als een grote deugd."

"Zij zijn bijzonder trots op hun wilskracht en de macht om de hartstochten en verlangens in hun leven het hoofd te bieden."

"Zij adopteren graag de kinderen van andere mensen en vooral wanneer die nog zeer jong zijn omdat ze dan nog het meest ontvankelijk voor indrukken zijn en om te leren."

"Voor zulke kinderen zijn zij bijzonder vriendelijk, zijn er bijzonder op gesteld en onderwijzen ze allerlei soorten kennis en wetenschap, moraal en religie."

"Zij staan niet afwijzend tegenover het huwelijk, maar, integendeel, vinden zij het noodzakelijk voor het in stand houden van de menselijke soort."

"Zij verachten rijkdom en materieel bezit, en de gelijke verdeling van bezit bij hen is bewonderenswaardig." "Daardoor kan men zien dat geen van hun ooit in overvloed of in gebreke leeft." "De wetten van de Orde schrijven voor dat eenieder die bij de Broederschap intreedt afstand doet van al zijn bezit en rijkdom." "Daarom ziet men onder hen noch hooghartigheid noch slaafse onderdanigheid; maar zij leven allen tezamen gelijk broeders die goed en kwaad delen." "Zij wonen niet slechts in één bepaalde stad, maar in elke stad heeft de orde wel zijn respectievelijke "opvanghuis." "In dat "huis" verblijven de leden der Broederschap wanneer zij op reis ergens aankomen en daar worden zij voorzien van alles wat zij maar nodig hebben." "Alles staat daar tot hun beschikking, als ware het hun eigen huis." "Daar worden zij onthaald als de beste vrienden en nauwe verwanten door mensen die ze nog nooit eerder ontmoet hebben."

"In elke stad is er een Ouderling aan wiens zorg kleding en andere benodigdheden toevertrouwd zijn die hij minzaam uitdeelt aan degenen die daarvan nodig hebben.

"De Essenen dragen hun kleren af totdat ze geheel versleten, en niet langer te gebruiken, zijn."

"Zij kopen nooit iets van elkaar en verkopen ook nooit iets aan elkaar."

"Elk lid geeft zijn broeder bereidwillig wat deze nodig heeft van het zijne en wordt op zijn beurt ook weer door anderen voorzien van hetgeen hij nodig heeft."

"Zelfs wanneer hij denkt dat hij het nooit vergoeden kan, mag hij het zonder schaamte aannemen, aangezien dat een van hun regels is."

"De wijze waarop de Essenen God vereren is groots, heilig en majestueus."

"Tot de zon op is gekomen en de aarde met zijn stralen begroet spreken zij niet over aardse zaken, maar lezen zij en spreken zij de heilige, nederige gebeden uit die zij van hun voorvaderen geleerd hebben."

"De Ouderling deelt eenieder het werk toe waarin hij het meest bedreven is."

"Nadat zij aldus vijf uren lang gewerkt hebben, komen zij opnieuw bijeen, baden zich in koud water en trekken een wit linnen gewaad aan."

"Nadat zij zich gewassen hebben begeven zij zich naar de speciale zalen van de Orde, waar niemand hoort te komen die niet tot hun Orde behoort."

"Nadat zij de door de wet voorgeschreven ceremoniën hebben uitgevoerd begeven zij zich, perfect gereinigd, naar hun eetzalen met een zelfde eerbied alsof zij de heilige tempel binnengaan."

"Nadat eenieder in uiterste stilte en rust zijn plaats heeft ingenomen, treden de bakkers van de Broederschap binnen en delen in een bepaalde volgorde aan ieder een brood uit."

"De kok zet voor iedereen een bord met groente en andere etenswaren neer."

"Nadat dit is uitgevoerd, treedt één van de priesters naar voren en gaat voor in gebed."

"Zij beschouwen het als een ernstige zonde om uit te rusten of

enig voedsel te beroeren vóór het gebed."

"Wanneer de maaltijd voorbij is, spreekt de priester een ander gebed uit en dan wordt het danklied gezongen."

"Op deze wijze loven en danken zij God, die alle goeds gegeven heeft, zowel voorafgaand als na afloop van de maaltijd." "Dan gaan zij weer aan het werk, waarmee zij voortgaan tot de schemer valt."

"En dan keren zij weer terug naar hun sobere maaltijd, gedurende welke zij dezelfde ceremoniën betrachten als bij hun avondmaal."

"Wanneer er leden uit verafgelegen streken zijn aangekomen, krijgen zij een ereplaats aan tafel aangeboden."

"De maaltijd wordt in de grootst mogelijke rust en stilte genuttigd."

"Geen enkel lawaai of ruzie verstoort de vredige rust in het huis."

"Om de beurt, en met gedempte stem, nemen zij het woord, hetgeen eenieder die dit niet gewend is vreemd zal voorkomen."

"Zij betrachten een grote matigheid in hun manier van leven."

"Zij eten en drinken slechts datgene dat zij echt nodig hebben."

"Over het geheel genomen doen zij niets zonder medeweten en toestemming van hun ouderlingen."

"Maar het wordt altijd geheel aan hun eigen vrije wil overgelaten om uit welwillendheid en compassie te handelen jegens allen die behoeftig zijn, uit alle lagen der samenleving."

"De hongerige voeden, de naakten kleden en de thuislozen onderdak bieden."

"De zieken troosten en de gevangenen bezoeken, bijstaan en bemoedigen."

"De weduwen en wezen troosten, helpen en beschermen."

"Zij laten zich nooit overmannen door woede, haat of kwaadwilligheid."

"Het zijn voorzeker voorvechters van vertrouwen, oprechtheid en eerlijkheid."

"Als ware dienaren en bemiddelaars van de vrede."

"Hun "Ja" en "Nee" zijn hun even heilig als de aller-plechtigste eed."

"Behalve de eed die zij afleggen bij hun intreden tot de Orde binden zij zich nooit door middel van enige eed, noch in hun privé-leven, noch in het openbare leven."

"Zij schuwen het afleggen van eden en godslasterlijkheid evenzeer als het plegen van meineed."

"Zij vinden dat de man wiens woord zonder zweren niet toereikend garantie biedt, zijn gehele aanzien tegenover al zijn medemensen verloren heeft."

"Zij bestuderen met volharding en interesse oude geschriften."

"Daarbij geven zij de voorkeur aan die, welke de bedoeling hebben, het lichaam te harden en te sterken en de geest te heiligen." "Zij bezitten een diepgaande kennis op het gebied van de heelkunde, en bestuderen die ijverig."

"Bestuderen en zijn vertrouwd met alle medicinale kruiden en planten, waaruit zij geneesmiddelen voor mens en dier bereiden."

"Ook kennen zij het gebruik en de waarde van de mineralen als medicijn, en verrichten veel goeds door het gebruik hiervan bij het genezen van de zieken."

"Niet iedereen die tot de Broederschap wil toetreden, wordt ook zo maar toegelaten."

"Alvorens toegelaten te kunnen worden moet men eerst een vol jaar als proefperiode buiten de Orde doorstaan."

"Dan moet men volgens bepaalde voorschriften en regels leven."

"Gedurende die tijd moet men zich door het volhouden van een strikt moreel en deugdelijk leven het lidmaatschap waard bewijzen."

"Men krijgt een spade, een voorschoot en een wit gewaad verstrekt."

"Vervolgens wordt men weer onderworpen aan nieuwe beproevingen."

"Nadat de noviet die doorstaan heeft, wordt hij met water besprenkeld, ofwel "gedoopt" ten teken van zuiverheid van geest en het bevrijd zijn van de materiële zaken."

"Nadat hij zo zijn zelftucht bewezen heeft en zijn wilskracht en andere kwaliteiten beproefd zijn, en hij vervolgens waardig bevonden is, wordt hij eindelijk als volwaardig lid tot de Broederschap toegelaten."

"Maar alvorens hij ten overstaan van de Broederschap enig voedsel beroert, legt hij eerst de volgende heilige eed af:

"Boven alles God te vrezen."

"Hij moet, eerlijk en rein van hart, rechtvaardig en eerlijk handelen jegens al zijn medemensen."

"Noch in een opwelling, noch daartoe aangezet door iemand anders dient hij iemand anders te schaden of te kwetsen."

"Zijn gehele leven lang dient hij onrechtvaardigheid te schuwen."

"En altijd onbevreesd de waarachtigheid en de rechtvaardigheid te bevorderen."

"Verder belooft hij plechtig, altijd de heersers der wereld te gehoorzamen, aangezien niemand buiten Gods wil de macht heeft."

"Wanneer hij zelf heerser wordt, belooft hij zijn macht niet te zullen misbruiken."

"En een voorbeeld voor zijn onderdanen te zullen zijn door een deugdzaam leven, soberheid en eenvoudige kledij."

"Hij dient ten allen tijde de waarheid lief te hebben en onoprechtheid te schuwen."

"Zijn geest te behoeden voor onzuivere gedachten of opwellingen."

"Zijn handen nooit vuil te maken aan onrechtvaardig verkregen gewin."

"Hij belooft, nooit ook maar iets uit de wetten van de Orde op een andere wijze te interpreteren of uit te leggen dan hij het onderwezen heeft gekregen van de heilige voorvaderen."

"Trouw de boeken en archieven van de Orde te verbergen en er voor te zorgen."

"Volgens een speciale voorschrift de namen van de engelen waarmee vroeger de voorvaderen communiceerden."

"Dat was de eed die elk lid moest afleggen en die zo heilig werd geacht, dat zij liever de meest gewelddadige dood zouden sterven dan hem te breken."

"Het lid dat zijn eed brak of dat betrapt werd op enigerlei misdaad of ondeugd, of waarvan kon worden bewezen dat hij die handeling gepleegd had, werd uit de Broederschap gestoten."

"Over het algemeen werden die mensen bijzonder oud en ik heb er zelf meerdere gekend die een buitengewoon hoge leeftijd bereikten."

"Ik neem aan dat dit komt door hun leven van matiging, werkzaamheid en strikte regelmaat."

"Hun moed en buitengewone rust kan zelfs niet verstoord worden

door de grootste rampen, tegenspoed of problemen."

"Zij kunnen lijden en pijn onder de grootste kalmte en geesteskracht verdragen."

"Bij het verdedigen van al wat goed en rechtvaardig is verkiezen zij met graagte de dood boven het leven."

"Gedurende de Romeinse oorlog werden zij inderdaad onderworpen aan grote rampspoed en lijden."

"Men allerlei soorten van marteling uitgedacht en toegepast om ze hun geloof te doen loochenen en hun Wetgever te doen bespotten."

"Maar al die pogingen waren tevergeefs."

"Onverzettelijk in hun vastberadenheid hebben ze al die beproevingen stilzwijgend en met groot uithoudingsvermogen doorstaan."

"Velen van hen hebben midden in dat lijden hun vijanden nog met het scherpe zwaard van het woord der waarheid van repliek gediend."

"En vervolgens hebben zij, tot grote verbazing van de omstanders, kalm van geest en met een vreugdevolle gelaatsuitdrukking, de geest gegeven, in de rotsvaste overtuiging en geloof dat hun lichaam tot stof zal vergaan, maar dat hun ziel onsterfelijk is en eeuwig zal blijven leven."

"Zij zeggen dat de geest gedurende het leven op aarde aan het lichaam geketend is als een gevangene in zijn cel."

"Maar dat, wanneer die ketenen verbroken zullen worden, door slijtage en verval, dan de geest bevrijd wordt uit de gevangenis van het lichaam."

"Terwijl hij reeds de hemelse zegening voelt, snelt hij omhoog naar het heldere koninkrijk van vreugde en vrede."

"Zij zijn het er over eens, dat vrome geesten, alvorens ze tot de vreugde van de hemel worden toegelaten worden, in de ruimte over de wateren zweven, zonder last te hebben van regen, sneeuw, koude of hitte."

"Zij beweren dat de mens door het leerstuk van de onsterfelijkheid van de ziel wordt bevorderd en aangemoedigd tot een deugdzaam leven en het mijden van de zonde."

"Velen der Essenen zijn al vaker als profeten onder de mensen voor het voetlicht getreden."

"Zij hebben hun gewaarschuwd voor wat er zou gebeuren."

"Het is voor die heilige mannen gemakkelijker om te profeteren omdat zij vanaf hun prilste jeugd al de leerstelling over God en zijn aard hebben bestudeerd."

"Zij krijgen les uit mooie boeken en de geschriften van de profeten en zij groeien in wijsheid en zuiverheid van hart."

"Hun voorspellingen kwamen maar al te vaak uit en dat deed hun aanzien onder het volk als heiligen en profeten toenemen."

"De Essenen menen dat eenieder die niet trouwt daardoor het voortbestaan en de bestemming van de mens beperking oplegt, omdat de mens anders al spoedig op zou houden te bestaan."

"Maar vooraleer zij trouwen, stellen zij degene die zij zich tot vrouw hebben uitverkoren voor een periode van drie jaar op de proef."

"Als na die drievoudige beproeving en reiniging de vrouw kuis en getrouw bevonden werd, en in staat om kinderen ter wereld te brengen, dan trouwden zij haar."

"Zij hadden nooit geslachtsgemeenschap met hun vrouw tijdens de zwangerschap."

"Om daardoor te tonen dat zij niet getrouwd waren uit wellust, maar om het bevel van Jehova, om "Vruchtbaar te zijn, toe te nemen in getal en de aarde te vervullen, op te volgen."

"Wanneer de vrouwen baden of zich wassen, gaan zij gekleed in een linnen gewaad."

"Dienovereenkomstig dragen de mannen wanneer zij baden een voorschoot of riem om het middel."

"Bij alles wat zij doen betrachten zij grote ordelijkheid en kuisheid."

"Terecht hebben zij het verdiend om een voorbeeld voor het leven van andere mensen genoemd te worden."

Snel naar Boven

 

III. PHILO EN ANDERE SCHRIJVERS UIT DE EERSTE EEUW

OVER DE ESSENEN

Plinius de oudere beschrijft in zijn boek de Natuurlijke geschiedenis hun gewoonten aldus: "Een ras op zich, het opmerkelijkste van alle rassen op de gehele wereld."

Volgens Josephus volgden de Pythagoreeërs en Stoïcijnen hun leefwijze en principes na.

Hij beschouwt hun als de oudsten der ingewijden, die de tradities van Centraal-Azië via de Egyptenaren overgeleverd kregen.

Ook doet hij verslag van hun buitengewone gave voor het voorspellen van de toekomst, nadat zij zich door langdurig vasten hadden voorbereid en hij zegt dat hun voorspellingen altijd uitkwamen.

Alle eigentijdse schrijvers vermelden dat de Essenen, verre van dat zij een sekte waren van mensen die zich alleen maar bezig houden met bespiegelingen op het gebied van de metafysica, integendeel, dat het mensen van de daad waren, die hun religieuze, morele, sociale en wetenschappelijke denkbeelden in praktijk brachten.

In Palestina en Syrië werden zij Essenen genoemd.

De leden van de sekte in Egypte, vooral diegenen die aan de oever van het meer van Mareotis vlakbij Alexandrië leefden, werden in het latijn Therapeutae genoemd en in het Grieks Therapeutai; met andere woorden: genezers.

De belangrijkste drie bronnen waaruit wij leven en leer van de Essenen uit de Eerste Eeuw kunnen reconstrueren zijn de filosoof Philo uit Alexandrië, de Joodse historicus Flavius (beiden eigentijds) en Plinius de Oudere.

Verder bezitten wij tegenwoordig nog bijzonder waardevolle passages uit geschriften van Epiphanius, Eusebius, Hyppolytus en Porphirius, aan welke lijst ook Strabo en Chaeremon, die ook waardevolle informatie verschaffen, toegevoegd dienen te worden.

Om hun wijze van leven in praktijk te kunnen brengen, die aanzienlijk afweek van die van de overige Joden, vormden de Essenen een aantal groepen waarvan de grootste en belangrijkste zich aan de Noordwestkust van de Dode Zee bevond, vlakbij de monding van de Jordaan.

De op één na grootste, maar niet minder belangrijke gemeenschap bevond zich aan de oever van het meer van Mareotis, vlakbij Alexandrië.

De andere, kleinere, groepen speelden in historisch opzicht geen rol van betekenis.

Gedurende de loop van de week leefden de meesten van hun apart, maar elke zevende dag kwamen zij bijeen om gezamenlijk te praten, eten, baden en bidden.

Alle schrijvers zijn het er over eens dat zij nooit vlees aten en niets anders dronken dan regenwater of vruchtesap (zoals most van druiven).

Ook vertellen zij dat de Essenen zich voornamelijk in leven hielden met de vruchten van bomen en struiken en de groente en zaden van het veld.

De meeste andere schrijvers vermelden dat de Essenen van de Eerste Eeuw gek op muziek waren en dat zij altijd opgewekt waren. Zo kunnen we zien dat zij wel heel erg ver verwijderd waren van de strenge soberheid van de latere Christelijke kloosters.

In het bijzonder prezen die schrijvers de melodische schoonheid van hun muziek, de technische bedrevenheid van hun musici en de beeldende kracht van hun bewegingen en dansen.

Daaraan voegen zij verder nog toe dat zij bijzonder vriendelijk en gul waren tegen bezoekers, die zij alleen op de Sabbat ontvingen.

De Essenen van de eerste Eeuw waren zonder enige uitzondering gekant tegen het leven in de grote stad. Zij leefden altijd buiten en altijd aan de oever van meren en rivieren.

Door hun dagelijkse manier van leven en het voorbeeld dat zij daarmee gaven hadden zij grote invloed op de mensen die bij hun in de buurt woonden.

Zij waren tegen luxe en zinnelijk genot en leidden zelf een natuurlijk leven in eenvoud.

Elk van hen bezat één enkel wit gewaad, elk at bij de maaltijd één enkel gerecht en allen werkten zij door tot het vallen van de duisternis.

Zij hechtten grote waarde aan hun gemeenschappelijke maaltijden die altijd bij zonsondergang plaatsvonden ,vooraf gegaan door een speciaal gebed en waaraan men in stilte deel nam.

Hun belangrijkste gemeenschappelijke bezigheid was landbouw en boomteelt.

Hieraan namen allen, zonder uitzondering, gedurende de helft van de dag deel.

Buiten deze bezigheden vormden zij drie groepen, waarbij men vrijelijk kon kiezen voor een meer intellectuele bezigheid in de vorm van geneeskunst, astronomie of opvoedkunde.

Hun tijdgenoten beschouwden hun wel als de erfgenamen van de Chaldeeuwse en Egyptische astronomie en de heelkunde van de oude Perzen.

Hun systeem van opvoeding werd al evenzeer hemelhoog geprezen door hun tijdgenoten en wordt aangeduid als "peripatetisch," hetgeen wil zeggen dat over het algemeen de meester met zijn discipelen langs de oever van het meer of in hun tuinen wandelde.

Elke zevende dag hadden zij een feestdag die in een sfeer van vreugde en tevredenheid gevierd werd.

Zij volhardden altijd in hun eenvoudige leefwijze en voeding en noch door geweld noch door verleiding kon men hun ooit af brengen van hun karakteristieke wijze van leven en hun principes.

In hun gemeenschappen kenden zij vier graden die gebaseerd waren op individuele verdienste, ontwikkeling en leeftijd.

De leiders van hun gemeenschappen betrachtten ten aanzien van wat zij aten een buitengewone striktheid en eenvoud.

Die leiders gaven hun gemeenschappen minder leiding door regels en wetten dan wel door hun persoonlijk voorbeeld en hun individuele superioriteit.

Alle schrijvers zijn het er over eens dat zij geheime overleveringen, rituelen en leringen kenden die alleen aan ingewijden bekend werden gemaakt.

Zij benadrukten altijd dat het, om hun leringen te kunnen begrijpen, noodzakelijk was om vele jaren opeen een zuiver leven te leiden en zichzelf zodoende in lichamelijk, intellectueel en moreel opzicht te verbeteren.

Om die reden kenden zij een noviciaat van drie jaren alvorens zij tenslotte iemand in de Broederschap opnamen.

De resultaten wijzen uit dat dit een uitstekend systeem was, aangezien er in hun gehele geschiedenis geen geval van uitzetting of ongehoorzaamheid vermeld wordt.

Na zeven jaren van inkeer begonnen zij de kandidaten in te wijden in hun traditionele geheimen en gedurende de daaropvolgende jaren gingen zij voort met steeds meer van hun geheimen te onthullen totdat die ingewijden de allerhoogste graad van inzicht verworven hadden.

Over het algemeen werden zij bijzonder oud; het was maar heel zelden dat zij voor hun honderdtwintigste verjaardag stierven en velen werden zelfs nog ouder ook.

Josephus vertelt ons over de eed die zij iedere kandidaat lieten afleggen na afloop van de drie jaar, alvorens hij werd toegelaten tot de gemeenschappelijke maaltijd.

"Alvorens de kandidaat wordt toegestaan het gemeenschappelijk voedsel aan te raken, dient hij een eed af te leggen."

"Hij dient vroom zijn jegens de Godheid, en rechtvaardig jegens de medemens."

"Hij mag niemand schaden, noch uit eigen vrije wil, noch op bevel van anderen."

"Hij dient altijd het onrechtvaardige schuwen en vasthouden aan het rechtvaardige."

"Hij dient altijd aan iedereen het goede voorbeeld geven."

"Hij dient zich loyaal betonen jegens zijn meesters, aangezien hun macht afkomstig is van God en Zijn engelen."

"Hij mag nooit zijn persoonlijke mening of autoriteit aan anderen opleggen."

"Hij mag nooit bijzondere of weelderige kleding dragen."

"Hij dient te houden van de waarheid en alles dat vals is te mijden."

"Hij dient zijn handen zuiver te houden, vrij van alle stoffelijke ongerechtigheden en zijn ziel vrij van alle onreine gedachten."

"Hij mag nooit geheimen hebben voor zijn broeders en hij mag die nooit verraden, zelfs al kost dat hem het leven."

"Hij dient de heilige Geschriften , boeken en tradities met de grootste zorg te bewaren."

"Hij zal nauwgezet de namen en inzettingen der engelen onthouden, die hij geleerd heeft."

Philo vergelijkt (in Quod Omnis Probus Liber, xii-xiii) de Essenen met de Perzische Magiërs en de Indische Yogi's.

Zij leidden een gemeenschappelijk leven en ieder van hun verrichtte bepaald werk in de landbouw en handwerkzaamheden.

Landerijen, huizen, gereedschappen en boeken waren allemaal gemeenschap-pelijk bezit. De opbrengst van hun gemeenschappelijke inspanning werd gelijkelijk over hun allen verdeeld.

Al hetgeen zij aan bezittingen over hielden deelden zij uit onder de armen.

Zij genazen zonder enige vergoeding alle zieken die naar hun toe kwamen.

Behalve de armen en de zieken hielpen zij ook de ouden van dagen en de wezen.

Zij weerhielden zich ervan, politieke opinies te uiten.

Zij veroordeelden altijd de slavernij in niet mis te verstane bewoordingen.

Zij leefden in volstrekte gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, dit in tegenstelling tot de gewoonten en sociale structuur in de tijd waarin zij leefden.

De ouderlingen die de jeugd opvoedden genoten altijd het grootste respect, maar toch was dat geen systeem van hiërarchie.

Om bestuurstechnische redenen kozen zij bepaalde leiders.

Maar als allerbelangrijkste hadden zij hun traditionele geheimenissen gebaseerd op de angelologie, de grondwetenschap van al hun leringen.

Epiphanius vermeldt in zijn Panarion de Hemerobaptisten, een groep van Essenen die als belangrijkste riten het baden, afwassingen en dagelijkse lichaamsoefeningen hadden.

Hegesippus en Justinus de Martelaar zeggen soortgelijke dingen over hun.

Wij weten van andere schrijvers dat het baden 's ochtends niet alleen gedaan werd door de groep die door Epiphanus beschreven werd, maar zonder uitzondering door de Essenen van elke leefgemeenschap.

De ochtendbaden werden gevolgd door speciale ademhalingsoefeningen en lichaamsoefeningen.

De Hemerobaptisten waren par excellence de medische groep der Essenen, die zich volledig toelegden op genezingen en baden.

Zij hadden zowel vrijgezellen als gehuwden onder hun leden.

Alvorens in het huwelijk te treden volgden zowel mannen als vrouwen bepaalde methoden van zuivering en gedurende een vol jaar aten zij speciale voeding die hun door de ouderlingen voorgeschreven werd.

Ook golden er speciale voedingsvoorschriften voor vrouwen gedurende de periode van de zwangerschap.

Zij hadden een speciaal boek genaamd Tradities van de Voorvaderen omtrent de Onbevlekte Ontvangenis naar de letter waarvan zij streng leefden.

De kinderen werden, vanaf het moment dat zij één jaar oud geworden waren, door de oudere pedagogen opgevoed, maar zij werden wel door hun moeder gevoed.

Studie, oefening en opvoeding van de kinderen stonden onder speciaal toezicht van de ouderlingen.

Maar het meest bijzondere was in de ogen van de (oningewijde) schrijvers wel de grote mate van plechtigheid tijdens het gemeenschappelijke avondmaal op elke Sabbat, dat wil zeggen, op de vooravond van Zaterdag (Vrijdagavond).

Voor die gelegenheid was eenieder in het wit gekleed.

Zij begonnen de maaltijd met het gebed, een ritueel en plechtige meditatie.

Nadat zij hun karig maal in absolute stilte genuttigd hadden werd er gemusiceerd.

Zij bespraken samen wat ze de afgelopen week zoal gedaan hadden en maakten plannen voor de komende week.

Nadat zij met de kinderen spelletjes gedaan hadden eindigde de avond met een gezamenlijke wandeling langs de oever van het meer of de rivier.

Volgens hun tijdgenoten beschouwden zij de avond als het begin van de dag.

Des avonds wijdden zij zich aan hun studie en concentratie op het spirituele.

Zij deelden de dag op in veertien delen en deelden hun werk en overige activiteiten in overeenstemming hiermee in.

Het jaar verdeelden zij in dertien gelijke delen.

De ouderlingen schreven in navolging van de oude tradities speciale voedings- en leefregels en oefeningen voor die elke maand weer anders waren.

Het was niet zonder reden dat de eigentijdse schrijvers de Essenen beschouwden als een apart soort ras. Zij verschilden inderdaad van de andere mensen, zowel wat betreft hun principes als wat betreft hun dagelijks leven in de praktijk.

Er zijn maar weinig punten waarover de schrijvers het met elkaar oneens zijn.

Wij kunnen zodoende uit hun praktisch unanieme verslag een vrijwel volledige reconstructie maken van hun dagelijks leven en hun morele opvattingen.

Het belangrijkste punt waarover alle schrijvers het eens waren is, dat de Essenen van de Eerste Eeuw in moreel opzicht een hoog aanzien genoten onder de verschillende andere joodse sekten en de naburige volkeren. Dat zij in hoog aanzien stonden valt niet te betwisten.

 

Bij geen van de schrijvers uit de oudheid vinden we ook maar enig ongunstig oordeel over de Essenen vermeld.

Zij waren de enige sekte die totaal geen vijanden had en die zelfs door de meest ironische schrijvers niet bekritiseerd werd.

De Essenen van de Eerste eeuw hebben de mensheid de grootste persoonlijkheden van de oudheid geleverd: de profeten van de laatste tijd, Johannes de Doper, Jezus de Christus, en Johannes de Geliefde Discipel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

- De Essenen hadden niets met Jezus te maken: Jezus was geen Esseen

Jezus verbleef niet in Q'umRan, in Zuidelijk Israël (het Koninkrijk Juda sinds de dood van Salomo), maar omdat dat niet de enige Essenen waren, wil dit niets zeggen. Nazareth lag ook vlakbij de berg Kharmel. Daar, in Noordelijk Israël (het feitelijke Koninkrijk Israël sinds de dood van Koning Salomo) leefden de belangrijkste priesters en leiders van de Essenen, een feit dat door de Katholieke kerk stil gehouden wordt; toch weten zij hiervan (zie het boek van Edgar Cayce over de Dode Zee Rollen, p. 117/119). Ook uit de gedeelten uit Dode Zee Rollen die meer recent vertaald werden, maar waaraan de reiligieuze authoriteiten zo min mogelijk ruchtbaarheid gaven, blijkt de Esseense identiteit van Jezus, de Leraar der Gerechtigheid (Maran ha Zadok), en uit de getuigenis van een van de Essenen afgesplitste religieuze groepering (afgesplitst nadat Jezus in de plaats van Johannes trad om te gaan verkondigen), die ondanks eeuwenlange vervolging nog steeds bestaat: de Mandeeërs.

 

- Het Christendom heeft niets met de Essenen gemeen

Zoals het christendom er NU uitziet zijn de verschillen inderdaad veel groter dan ten tijde van de eerste, oorspronkelijke christengemeenschappen, van vóór de afwijking door Paulus en vóór de vervolging op last van Constantijn. Toch zijn er nog enorm veel dingen gemeenschappelijk. Zo zijn er momenteel een heleboel dingen in de bijbel onbegrijpelijk, totdat zij in het licht van de Esseense leringen bezien worden: dan is het ineens begrijpelijk geworden, en worden ook de manipulaties aan de tekst veel duidelijker.

 

Esseense elementen die opgenomen in werden het Christelijk geloof, maar essentieel veranderd zijn:

 

- Moeder Aarde

De rol die Moeder Aarde vervult in het Esseense wereldbeeld, is door de vrouw-onvriendelijke houding in de Katholieke kerk sinds Augustinus uit het christendom uitgebannen; hiervoor in de plaats kregen de katholieke gelovigen de "maagd" Maria.

 

- De Engelen

Engelen worden nog steeds gebruikt in de Katholieke kerk: alleen niet om mee te communiceren zoals de Essenen dat deden!

 

- De Communies

De communies met de Engelen verdwenen in de Katholieke versie van de leer van Christus; hiervoor in de plaats kwam de communie in de vorm van het avondmaal, waarbij men het vlees en het bloed van Christus meent te nuttigen, terwijl de Essenen en Jezus toch echt volledig vegetarisch leefden, geen dieren aten en zeker niet deden aan kannibalisme!

 

- De Gemeenschappelijke Zelfanalyse op de Sabbat

In plaats van de gemeenschappelijke van alle leden van de gemeenschap wat er die week goed en wat er fout gegaan was, waarbij iedereen zijn naaste kon steunen met advies en medegevoel, en ieder daarvan groeide in zelfstandigheid, werd vervangen door de biecht, waarbij de gelovige passief werd en de geestelijke in de rechterstoel kwam te zitten.

 

Misvattingen ten aanzien van Jezus, wanneer wij eenmaal (zie punt 5 en 6 hierboven) vastgesteld hebben wie en wat hij was:

 

- Jezus zou een "Kerk" hebben willen vestigen (zie hiervoor wat H.G.Wells schreef in "The Outline of History") ...Het is hier nodig om de aandacht van de lezer weer even te vestigen op de diepgaande verschillen tussen het op dat moment reeds volledig ontwikkelde Christendom ten tijde van Nicea en de leer van Jezus van Nazareth. Alle christenen houden vol dat het laatste volledig opgesloten ligt in het eerste, maar dat ligt hier buiten ons bereik. Wat echter heel duidelijk is, is dat de leer van Jezus een profetische leer was, van het nieuwe type, dat met de Hebreeuwse profeten begonnen was. Deze leer was zeker niet van priesterlijke aard, kende geen ingewijde tempel en geen altaar. Er kwam geen ritus of ceremonie bij te pas. Het enige offer dat erbij gebracht werd was dat van "een gebroken en berouwvol hart". De enige vorm van organisatie die deze leer kende, was een organisatie van predikers, en het belangrijkste daarvan was de preek. Maar het volledig ontwikkelde Christendom van de vierde eeuw was, hoewel het als kern de leringen van Jezus behield, voornamelijk een priesterlijke religie van een type dat de wereld al duizenden jaren gekend had. Het middelpunt van het ingewikkelde ritueel ervan was een altaar, en de essentiële daad van verering was het offer van de mis door een ingewijde priester. En het kende een snel groeiende organisatie, bestaande uit dekens, priesters en bisschoppen.

Maar al is het Christendom dan ook uiterlijk steeds meer gaan lijken op de verering van Serapis, Ammon of Bel-Marduk, dan dienen wij toch in de gaten te houden, dat zelfs de priesterschap toch nog wat nieuwe kenmerken bezat. In geen enkel opzicht werd er gebruik gemaakt van enige quasi-goddelijke afbeelding van God. Er was geen hoofd-tempel, waarin God woonde, omdat God overal was. Er was geen heilige der heiligen. de wijd en zijd verbreide altaren waren allemaal toegewijd aan de onzichtbare universele Drie-eenheid zelfs in zijn meest archaïsche aspecten nog had het Christendom iets nieuws. Iets bijzonder belangrijks dat wij hier vast dienen te stellen is de rol die de Keizer gespeeld heeft voor het vastleggen van het Christendom. Niet alleen werd het concilie van Nicea uitgeroepen door Constantijn de Grote , maar alle grote concilies, de twee in Constantinopel (in 381 en 553) Ephese (431) en Chalcedon (451) werden op bevel van de keizer uitgeroepen. En het is heel duidelijk dat in veel van de geschiedenis van het Christendom de geest van Constantijn de Grote net zo duidelijk, of zelfs nog duidelijker, naar voren komt als de geest van Jezus. Hij was, zoals we al eerder zeiden, een pure alleenheerser...

 

Het woord Kerk is een verbastering van het Griekse woord "Kuriakos", wat wil zeggen: "van de Heer", oftewel: degenen die aan de Heer toebehoren (die in de wereld, maar niet van de wereld, maar van God, van "het Koninkrijk Gods en Zijn Gechtigheid" zijn! Bij lezing van het evangelie blijkt Jezus zelf op een heel andere wijze te hebben geleefd dan de priesters en dominees van nu; die lijken in hun doen veel meer op de door Jezus zo verfoeide Farizeeën en Schriftgeleerden, met hun tempels, offerranden en voorbedes.

 

- De "Kerk" waarover Jezus het had, zou betekenen: een institutie, of een gebouw dat daaraan toebehoort, net als de Tempel, waarvan hij zei, dat hij die in drie dagen weer op kon bouwen

De Essenen zeiden: "Het lichaam is de Tempel van de geest, en de geest is de Tempel van God". Hiermee wordt ook volledig duidelijk wat Jezus precies bedoelde met Tempels en Kerken in de zin van gebouwen. Overigens staat er ook in de bijbel (Hand. 17: 24): "God, die de wereld gemaakt heeft, en alles wat daarin is, woont niet in Tempels, door mensenhand gebouwd". Dit geeft tezamen een heel duidelijk beeld van waar het om gaat. En in 1Cor. 3: 16 zegt zelfs Paulus tot de gemeente van Corinthe en sluit daarbij niemand van de gelovigen uit: "Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?"

 

- De leer van "de Christelijke Kerk" zou in overeenstemming zijn met wat Jezus bedoeld heeft, zelfs datgene wat Paulus verkondigde zou kloppen met wat Jezus bedoelde (nu gaan we er maar even van uit, dat Paulus zelfs ook de werkelijke auteur van alles is geweest wat aan hem wordt toegeschreven, en dat daaraan later niet gesleuteld is) De oorspronkelijke leer van Jezus, zoals die te lezen valt in het Vredesevangelie, is een heel andere dan welke nu in de geïnstitutionaliseerde religie verkondigd wordt, waarbij vanuit een aan Paulus toegeschreven leer alles wordt geïnterpreteerd wat Jezus gezegd heeft, of gewoonweg in plaats van wat Jezus onderwees de afwijkende leer van Paulus gedicteerd wordt.

Snel naar Boven

 

BRONNEN

OVER DE ESSENEN

 

 

 

Meer over de Essenen valt te lezen in :

·         Geschriften van de International Biogenic Society

·         Geschriften van de Universele Witte Broederschap

·         Geschriften van de A.R.E. (Edgar Cayce Boeken)

·         Geschriften van de Mazdaznan

·         Geschriften van de Rozekruisers

·         Geschriften van Vrijmetselaars

·         Geschriften van de Lorber-Stichting

·          

Overige Boeken:

·         Herinneringen aan Essenen (Ank-Hermes)

·          

Over de oorsprong van de Essenen, en de Oorspronkelijke Leer der Ingewijden:

·         Serie "De Meesters van het Verre Oosten"

·         Zarathustrische geschriften

·         Mazdaznan boeken

·         Vedische geschriften

 

 

BOEKENLIJST VAN DE

INTERNATIONAL BIOGENIC SOCIETY

 

 

 

 

 

 

BOEKEN GESCHREVEN DOOR

EDMOND BORDEAUX SZEKELY

·         THE ESSENE WAY - BIOGENIC LIVING. The Essene-Biogenic Encyclopedia

·         SEARCH FOR THE AGELESS, I: My Unusual Adventures on the Five Continents in Search for the Ageless

·         SEARCH FOR THE AGELESS, II: The Great Experiment: the Conquest of Death

·         SEARCH FOR THE AGELESS, III: The Chemistry of Youth

·         THE ESSENE GOSPEL OF PEACE, BOOK ONE

·         BOOK TWO, THE UNKNOWN BOOKS OF THE ESSENES

·         BOOK THREE, LOST SCROLLS OF THE ESSENE BROTHERHOOD

·         BOOK FOUR, TEACHING OF THE ELECT

·         THE DISCOVERY OF THE ESSENE GOSPEL: The Essenes & the Vatican

·         ESSENE BOOK OF CREATION

·         THE ESSENE JESUS

·         THE ESSENE TEACHINGS OF ZARATHUSTRA

·         THE ESSENE BOOK OF ASHA

·         THE ZEND AVESTA OF ZARATHUSTRA

·         ARCHEOSOPHY, A NEW SCIENCE

·         THE ESSENE ORIGINS OF CHRISTIANITY

·         THE ESSENE TEACHINGS, FROM ENOCH TO THE DEAD SEA SCROLLS

·         THE ESSENES, BY JOSEPHUS and his CONTEMPORARIES

·         THE ESSENE SCIENCE OF LIFE

·         THE ESSENE CODE OF LIFE

·         THE ESSENE SCIENCE OF FASTING

·         THE COSMOTHERAPY OF THE ESSENES

·         THE LIVING BUDDHA

·         TALKS

·         TOWARD THE CONQUEST OF THE INNER COSMOS

·         JOURNEY THROUGH A THOUSAND MEDITATIONS

·         FATHER, GIVE US ANOTHER CHANCE

·         THE ECOLOGICAL HEALT GARDEN AND THE BOOK OF SURVIVAL

·         THE TENDER TOUCH: Biogenic Sexual Fulfilment

·         MAN IN THE COSMIC OCEAN

·         THE DIALECTICAL METHOD OF THINKING

·         THE EVOLUTION OF HUMAN THOUGHT

 

 

Snel naar Boven

 

 

DE OORSPRONKELIJKE LEER DER INGEWIJDEN

 

 

 

Een nadere toelichting

THEORETISCHE ACHTERGROND:

Karma

Reïncarnatie

Het credo van de internationale biogenic society

Biogene levenswijze

Biogene voedingswijze

 

PRAKTIJK, OEFENINGEN:

De Biogene meditatie (International Biogenic Society)

De Communies met de Engelen en de Universele Vrede (International Biogenic Society)

De Ochtend oefeningen (Universele Witte Broederschap)

De "Macht van de Adem" (Mazdaznan-Ademhalingsoefeningen)

 

 

 

 

DE ESSEENSE WIJSHEID

DE BIOGENE LEEFWIJZE

Biogenic

door

EDMOND BORDEAUX SZEKELY

 

 

 

Maak vol toewijding een plan voor je redding.

Een filosofie die omvattend genoeg is om alle kennis te bevatten

Is daarvoor onmisbaar.

Een systeem van meditatie dat je het vermogen kan geven

Om je geest te concentreren op wat dan ook

Is daarvoor onmisbaar.

Een soort levenskunst die ons in staat zal stellen

Om al onze handelingen te benutten als de beste hulpmiddelen op het Pad

Is daarvoor onmisbaar.

Wees oplettend en volhard onophoudelijk in je streven.

- Buddha

 

Snel naar Boven

 

Het leven begint altijd weer opnieuw.

De Engel van de Aarde omhelst het zaadje

En schenkt het Leven.

De kus van de Engel van het Water

Doet het zaadje ontwaken.

De warmte van de Engel van de Zon

Doet het zaadje groeien.

Het kleine plantje buigt in de bries –

De Engel van de Lucht maakt dat het sterk wordt.

Het kleine plantje is heilig.

Het baadt in de Stroom des Levens van de Eeuwige Ordening.

-Uit: de Psalmen van Dankzegging uit de Dode Zee Rollen

 

Snel naar Boven

 

DIT BOEK BESTAAT UIT TWEE DELEN:

1:DE ESSEENSE WIJSHEID

(de filosofie)

2: DE BIOGENE LEEFWIJZE

(de praktijk)

NIEUWE PERSPECTIEVEN – NIEUWE HORIZONTEN – NIEUWE GRENZEN

 

Grauw zijn alle theoriën

Maar groen is de boom des levens

- Goethe

 

Snel naar Boven

 

 

De Leer der Essenen

VAN HENOCH

TOT DE

DODE ZEEROLLEN

Door

Edmond Bordeaux Szekely

he1

 

 

INHOUDSOPGAVE

VAN DEEL 1:

DE ESSEENSE WIJSHEID

 

VOORWOORD

DE SPIRITUELE NALATENSCHAP VAN ROMAIN ROLLAND

DE INTERNATIONAL BIOGENIC SOCIETY

 

DE ESSEENSE WIJSHEID

                                                                 HET VISIOEN VAN HENOCH

                                                                   DE BOMEN VAN MOEDER AARDE

                                                                   DE STERREN VAN DE HEMELSE VADER

                                                            DE ZEVENVOUDIGE GELOFTE

                                                           DE BROEDERSCHAP EN DE ENGELEN

                                                     UIT DE DODE ZEE ROLLEN

 

DE ESSENEN EN HUN LEER:

DE ENE WET

DE ESSEENSE BOOM DES LEVENS

DE ESSEENSE COMMUNIES

DOEL EN BETEKENIS VAN DE COMMUNIES

DE OCHTEND-COMMUNIES

DE AVOND-COMMUNIES

                                                                                                                                                                           DE NOEN-CONTEMPLATIES                                                                                                                               

DE GROTE SABBATH

 

DE ZEVENVOUDIGE VREDE

VREDE MET HET LICHAAM

VREDE MET DE GEEST

VREDE MET DE FAMILIE

VREDE MET DE MENSHEID

VREDE MET DE CULTUUR

VREDE MET HET KONINKRIJK VAN MOEDER AARDE

VREDE MET HET KONINKRIJK VAN DE HEMELSE VADER

EXCERPTEN UIT HET VREDESEVANGELIE DER ESSENEN

DE BIOGENE LEEFWIJZE    Deel 2

 

 

Snel naar Boven

 

he2

En Enoch wandelde met God;

en hij was niet;

want God nam hem tot zich.

Genesis 5: 24

 

 

Szekely

Edmond Bordeaux Székely

 

 

VOORWOORD

Het jaar 1928 was in mijn leven een heuglijk jaar, wanneer ik zo een halve eeuw terugkijk. Tot mijn grote verrassing was onverwachts één van de beste uitgevers van Frankrijk bereid om mijn vertaling in het Frans van Het Vredesevangelie der Essenen, het resultaat van mijn intensieve onderzoek in de archieven van het Vaticaan (zie hiervoor mijn boek: De Ontdekking van het Vredesevangelie der Essenen), uit te geven nadat ik dat wel drie jaren lang alleen maar had kunnen verspreiden door middel van de stencilmachine. Hoewel ik er op die manier een bescheiden aantal van tweeduizend van heb uitgegeven, leidde deze uitgave toch tot wat misschien wel het belangrijkste keerpunt was van mijn leven. Want plotseling kreeg ik de ingeving om een exemplaar toe te zenden aan Romain Rolland, de auteur van mijn favoriete roman, Jean Christophe. Voor dat prachtige verhaal, en voor zijn pamflet Boven de Strijd, een oproep aan Frankrijk en Duitsland om de waarheid en menselijkheid te respecteren gedurende hun strijd in de Eerste Wereldoorlog, kreeg hij in 1915 de Nobelprijs voor de Litteratuur toegekend. Ik wist niet wat ik moest verwachten, maar ik voelde dat ik de idealen van Het Vredesevangelie der Essenen eenvoudigweg moest delen met iemand die in zijn verhaal over de vriendschap tussen een jonge Duitser en een jonge Fransman op zo’n fantastische wijze de "harmonie tussen de tegengestelden" had weten te symboliseren, waarvan hij geloofde dat die uiteindelijk tot stand zou kunnen worden gebracht tussen naties over de gehele wereld. Ik schreef een opdracht voorin dat exemplaar, met de volgende woorden: "…Aan de schrijver van Het Leven van Tolstoy en Mahatma Gandhi – mijn gids door de wisselvallige labyrinthen van de twintigste eeuw…"

 

DE SPIRITUELE NALATENSCHAP VAN ROMAIN ROLLAND

Een week later ontving ik een enveloppe, met een poststempel van Villeneuve, Vaud. Meteen wist ik, dat die van hem afkomstig was. Ik opende hem heel langzaam, zeer voorzichtig. Die brief overtrof al mijn onuitgesproken verwachtingen. Het was niet slechts een formeel briefje, waarmee ik bedankt werd voor het boek, maar een echte brief. Één zin in het bijzonder bleef mij bij: "Ik twijfel er geen moment aan, dat de gemeenschappelijke oorspronkelijke bron van de elementaire filosofie van Tolstoy en Gandhi, zonder dat zij dit zelf weten, de Eeuwige Leer van het Vredesevangelie der Essenen is. Dat is een weergaloze openbaring, een lofzang op het Universele Leven, op de solidariteit tussen alles wat leeft." Maar het deel van de brief dat mij het meest dierbaar was, was een uitnodiging om hem elke middag dat ik maar wilde eens op te komen zoeken, "Als je er tenminste zin in hebt om een nutteloze oude man op te zoeken, die een teruggetrokken leven leidt in zijn tuin en zijn bibliotheek, maar die nog steeds wel een actief punt in het universum probeert te zijn."

Een paar dagen later al wandelde ik over een landwegje, terwijl ik af en toe een paar bessen plukte die langs het pad groeiden, en keek aandachtig uit naar het herkenningspunt dat die twee rijen populieren vormden, die mij zouden moeten leiden naar het afgelegen huisje op het platteland van de heer Rolland. Eindelijk kwamen zij in zicht, en ik volgde hen naar een eenvoudig rustiek hek. Ik werd ontvangen door een dame met wit haar, waardig maar vriendelijk, die mij verzocht om in de bibliotheek van de meester te gaan zitten. Zij vertelde me dat hij in de tuin een boom aan het snoeien was, maar zo naar mij toe zou komen.

Ik was blij dat ik wat tijd kreeg om even wat bij te komen, en terwijl ik om mij heen keek in het met boeken gevulde heiligdom (want dat was het zeker voor mij), ontwaarde ik verscheidene van mijn oude vrienden: een heel erg versleten exemplaar van Epictetus, en een in leer gebonden exemplaar van de Meditaties van Marcus Aurelius, die levendige herinneringen bij mij opriepen aan mijn schooljaren bij het Klooster van de Piaristen (zie de Ontdekking van het Vredesevangelie der Essenen). Ook zag ik een paar veel gelezen boeken over het India van de oudheid, en een Franse vertaling van het boek van Tolstoy Over het Leven. Voordat ik de gelegenheid kreeg om op zoek te gaan tussen nog honderden andere schatten, verscheen hij plotseling – heel eenvoudig gekleed in een overhemd met opgerolde mouwen en een gekreukte broek. Meteen al was ik getroffen door zijn diep gelegen, indringende ogen, die vol warmte naar mij keken vanuit een fijnbesneden, mager gezicht, dat ouder scheen dan zijn ongeveer zestig jaar, en dat onuitwisbaar getekend werd door edelheid van karakter, geestelijke integriteit, en de onmiskenbare genialiteit van zijn kunstzinnigheid.

"Dus jij bent mijn jonge vriend die dat grote meesterwerk vertaald heeft," zei hij, terwijl hij mijn hand schudde met een verbazende kracht en energie. "Ga zitten, en vertel mij eens hoe je dat ontdekt hebt."

Op een of andere wijze vond ik mijn spraak terug en ik probeerde alles zo beknopt mogelijk te beschrijven, maar meermalen werd ik onderbroken door allerlei soorten vragen die blijk gaven van zijn diepe interesse en rusteloze geest. Al gauw verloor ik mijn gevoel van ontzag en ging ik op in een heerlijk gesprek, dat wel zo’n twee uur duurde (maar slechts tien minuten toescheen). Uiteindelijk leunde hij achterover en keek mij aan met die fantastische ogen, zo vol warmte, begrip, liefde en wat ik alleen maar kan omschrijven als de wijsheid van alle eeuwen. Hij zei: "Weet je, je zou een boek moeten schrijven, waarin wij kunnen lezen hoe we die tijdloze wijsheid van de Essenen in praktijk kunnen brengen in ons dagelijks leven, in deze woelige eeuw. Geef het dan een niet-religieuze titel, om te voorkomen dat er enig verband wordt gelegd met de orthodoxe kerken, en probeer zo praktisch mogelijk te zijn." ik maakte hem duidelijk dat ik het daar gloeiend mee eens was, maar waagde er mijn twijfel over uit te spreken of ik daar wel een uitgever voor zou weten te vinden. Hij glimlachte geruststellend en zei de volgende woorden, die mij verbaasden: "Als je wilt, dan schrijf ik daar graag een voorwoord voor, en ik zou zelfs graag een goed woordje voor je doen bij Felix Alcan." Ik sta niet vaak met de mond vol tanden, maar nu was dat zo, en om mijn pogingen om hem te bedanken te redden, omhelsde hij mij, en hij zei: "Er zullen nog moeilijke tijden aanbreken, mijn zoon. Laat ons alle krachten des levens verenigen tegen de krachten des doods."

Het eerstvolgende wat ik mij weet te herinneren is dat ik terug liep tussen de rijen populieren, en maar nauwelijks kon geloven wat er gebeurd was. De grootste schrijver van de hele wereld van dat moment had wel meer dan twee uur lang met mij gepraat en aangeboden om het voorwoord voor mijn volgende boek te schrijven! En hij had mij nog aangeraden om dat boek te gaan schrijven ook! Het was pas nadat ik een paar kilometer gelopen had, en vele handenvol bessen gegeten had, dat ik mij weer enigszins normaal voelde.

Ik ging meteen aan het werk en maakte het boek af in drie maanden. Ik stuurde het manuscript op naar hem, en terwijl ik het opstuurde vroeg ik me nog af, of die hele belevenis eigenlijk niet slechts een mooie droom geweest was. Als dat zo was, dan had ik hem in ieder geval niet alleen gehad, want al gauw ontving ik van de heer Rolland een voorwoord, dat alweer mijn stoutste verwachtingen overtrof – een prachtig essay, waarin zijn voorspelling stond van de komende depressie en wereldoorlog (hetgeen zijn cryptische woorden verklaarde, toen wij afscheid namen: "Er zullen nog moeilijke tijden aanbreken,") en de mogelijke wijzen om dat alle naderhand weer te boven te komen. Hij beëindigde het voorwoord met die onvergetelijke opdracht, die ik nog steeds kon horen: "Laat ons alle krachten des levens verenigen tegen de krachten des doods."

Mijn boek, La Vie Biogenique (De Biogene Leefwijze), werd met groot enthousiasme ontvangen, vooral door jonge mensen. Het werd tot een soort bijbel voor de vele groepen meisjes en jongens die zich toentertijd aangetrokken voelden tot het zachte klimaat van het Zuiden van Frankrijk, en leefden in kleine coöperatieven (geen communes), en tot een nieuwe wijze van leven probeerden te komen die het soort van oorlog, waaronder hun ouders hadden moeten lijden, onmogelijk zou maken. Het waren fantastische idealisten, met een stralende blik in de ogen, en met in de ene hand het Vredesevangelie der Essenen, en in de andere La Vie Biogenique. Met bijzondere genegenheid herinner ik mij een klein groepje Franse Essenen die ik heb geholpen om zich op praktische wijze te organiseren, zodat zij een natuurlijk, creatief en spiritueel leven in eenvoud konden leiden, volgens de voorschriften van mijn twee boeken. Ik heb over hen geschreven in Deel 1 van Search for the Ageless, waarbij ik hen en hun heroïsche inspanningen probeer te gedenken. Want hun dromen hielden maar kort stand. Het was voorbeschikt dat de oorlog van hun ouders zich op een zelfs nog veel grotere schaal zou herhalen, en triest genoeg kwam Romain Rolland’s voorspelling uit.

Toen ik vlak voor de oorlog vertrok om mijn etnologische en archeologische onderzoekingen op alle vijf de continenten (zoals beschreven staat in Deel 1 van Search for the Ageless) te verrichten, verloor ik alle contact met Frankrijk en kreeg Frankrijk een serie gebeurtenissen te verduren die dat land voor altijd veranderd hebben: de oorlog, de Duitse bezetting, de naoorlogse crises, en zo… Het was pas in 1975 dat er iets gebeurde dat die hele prachtige, op een droom gelijkende periode tussen de twee oorlogen weer in de herinnering bracht.

In een boekwinkeltje in Costa Rica kwam ik toevallig een Franse uitgave tegen van mijn Vredesevangelie der Essenen en in het voorwoord daarvan las ik tot mijn grote verbazing, dat ik in 1938 omgekomen was bij een schipbreuk in de Golf van Mexico! (Die schipbreuk is waar genoeg gebeurd, maar het is duidelijk dat ik die overleefd heb, dankzij Esseense methodes, zoals beschreven in Search for the Ageless). De schrijver van dit slechte nieuws betreurde verder het feit, dat het vanwege mijn vroegtijdig overlijden niet meer mogelijk zou zijn om ooit nog Deel 2 en 3 van het Vredesevangelie der Essenen te pakken te krijgen en uit te geven. Dit bracht mij ertoe om een humoristische brief te schrijven naar de uitgever, Pierre Genillard te Génève, waarin ik hem inlichtte dat de geruchten omtrent mijn dood grotelijks overdreven waren en dat ik niet alleen springlevend was, maar dat ik zelfs de twee overgebleven delen van het Vredesevangelie der Essenen al geschreven had, en al in het Engels uitgegeven had.

Na verloop van tijd ontving ik een tamelijk een nogal onthutste brief van Pierre Genillard, ter ere van de "wederopstanding van Dr. Bordeaux" waarin hij mij ervan verzekerde dat hij het voorwoord van de volgende editie van het Esseense Evangelie zou herzien. Blijkbaar heeft hij dat ook gedaan, want twee jaar later werd ik in 1977 in Californië, vlak voor de opening van het International Essene Seminar, dat ik elk jaar houd, onverwachts opgebeld vanuit Parijs. De verbinding was opmerkelijk goed (die ging waarschijnlijk per satelliet) en het eerste wat ik hoorde, was het gekrakeel van vele stemmen die allemaal tegelijk probeerden te praten. Hun zegsman, Pierre, nam het tenslotte over en vertelde mij een verbazingwekkend verhaal.

Toen ik Frankrijk verlaten had, zoals ik al eerder vermeld heb, liet ik ook, in een paar kleine Esseense coöperatieve gemeenschappen die ik had helpen oprichten, een dapper stel jonge, idealistische pioniers achter van een nieuwe leefwijze – een leefwijze die gebaseerd was op vrijwillige, creatieve eenvoud die geïnspireerd was op de Esseense Broederschap uit de oudheid. De oorlog en de bezetting hadden niet alleen een einde gemaakt aan de gemeenschappen, maar hadden de jongelui ook op tragische wijze uiteen gedreven: sommigen waren al meteen door de Nazi’s gedood, anderen stierven vechtend in de ondergrondse, terwijl weer anderen omkwamen in concentratiekampen. Maar een paar overleefden het, en kregen een gezin. Hun kinderen groeiden op in een totaal andere wereld, terwijl zij zich totaal niet bewust waren van de dromen van hun ouders over een ideale Esseense samenleving. Zij vergaten mijn boeken totaal en sloten zich aan bij het establishment, en werden overheidsdienaren, zakenlui en zo, en hadden de Esseense litteratuur van hun ouders verbannen naar de zolder, de kelder, of de stoffige bovenste planken van een weinig gebruikte bibliotheek. Toch hadden zij, misschien om onbekende onderbewuste redenen, contact gehouden met elkaar, en toen zij op hun beurt trouwden en kinderen kregen, begonnen die kinderen – de kleinkinderen van mijn eerste jonge Essenen –uit allerlei stoffige hoeken en gaten, uit oude kapotte koffers op zolder, uit vergeten kartonnen dozen in een hoekje van de kelder, mijn boeken te voorschijn te halen. En die jonge jongens en meisjes – gelijk een reïncarnatie van André, Renée, Marcel en de rest - gingen uit volle overtuiging de tijdloze Esseense leringen en biogene principes aanhangen, en besloten die idealen te doen herleven, waar hun grootouders hun leven voor hadden gegeven. In mijn boek La Vie Biogenique, hetzelfde boek dat ik met Romain Rolland’s zegen geschreven had, vonden zij een praktische gids om de principes ten uitvoer te kunnen brengen, die beschreven werden in het Vredesevangelie der Essenen, en hoewel zij ervan overtuigd waren dat ik dood was (dankzij het ontroerende overlijdensbericht dat zij gelezen hadden in het voorwoord van de Franse uitgave), hadden zij zich vol enthousiasme georganiseerd in een indrukwekkende beweging, de Societé Biogenique Internationale. Pas nadat zij goed en wel georganiseerd waren, met een actief en toenemend ledental, hadden zij in een nieuwe Franse uitgave van het Vredesevangelie der Essenen (dat geïnspireerd was door mijn brief) gelezen dat ik nog leefde in goede gezondheid, wederopgestaan uit mijn zeemansgraf (Het voorwoord had als titel: La Resurrection de Dr. Bordeaux). Zij hadden na weten te speuren waar ik mij bevond , hadden mijn telefoonnummer te pakken gekregen en nu hielden zij een intercontinentaal gesprek met mij, en vertelden mij opgewonden dat zij mijn "spirituele kleinkinderen" waren, en "de toorts overgenomen hadden" voor een hele nieuwe generatie van Biogene Essenen.

Wel, ik was tegelijkertijd verbaasd, verrukt en diep ontroerd. Ik kon weer dat gevoel van ontzag voelen voor de kracht van de Esseense leringen, om het hart van naar waarheid zoekende idealisten te beroeren, ongeacht hun achtergrond, nationaliteit, positie, leeftijd of wat dan ook. De macht van de waarheid en niets dan dat had die jongelui ertoe geïnspireerd en hun op het pad gezet van hun grootouders, en vóór hen ook andere moedige, idealistische intellectuelen in alle voorafgaande generaties. Met tegenzin hingen wij op, nadat we afgesproken hadden dat zij een delegatie van twaalf zouden afvaardigen om de Franse Esseense Biogene Beweging te vertegenwoordigen op ons volgende International Essene Seminar in 1978.

En nu was ik, op mijn beurt, geïnspireerd. Ik besloot dat dit wel het minste was dat ik kon doen, nadat ik wederopgestaan was uit mijn schipbreuk, om nog wat meer wederopstanding te bewerkstelligen. Ik besloot dan ook om mijn boek uit 1928 over de Biogene Leefwijze opnieuw op te zetten, en het aan te passen aan de levensomstandigheden van de wereld van nu. Voilà, zo is dit boek dan tot stand gekomen: The Essene Way – Biogenic Living.

 

DE INTERNATIONAL BIOGENIC SOCIETY

Nu nog een paar woorden over de International Biogenic Society. Toen ik in 1928 de drukproeven La Vie Biogenique van de uitgever ontving, vroeg Felix Alcan mij, of ik enig idee had, wat er moest gebeuren met die twee extra pagina’s die aan het einde overgebleven waren. Ik kon mij nog herinneren hoe Romain Rolland had gesproken over het helpen van de mensheid om de principes van het Vredesevangelie der Essenen op een praktische wijze toe te passen, en daarom heb ik toen de statuten van een internationale organisatie van broederschap opgetekend, om mannen en vrouwen van goede wil over de gehele wereld bijeen te brengen, en alles terzijde te leggen wat ons zou kunnen verdelen, en ons te concentreren op alles wat ons zou kunnen verenen; in de woorden van Romain Rolland, "om alle krachten des levens te verenen tegen de krachten des doods." Ik zond de tekst voor de twee pagina’s naar Romain Rolland, en vroeg hem of hij Voorzitter zou willen worden van de "International Biogenic Society," zoals ik die toen noemde. Hij beantwoordde met een enthousiaste brief, waarin hij zei dat hij, hoewel hij al te oud was om nog actief deel te nemen in zo’n organisatie, vereerd zou zijn om medeoprichter te kunnen zijn van zo’n organisatie samen met mij, en hij zei dat ik "de fysieke energie van de jeugd had om de toorts voort te dragen in de duisternis." Wel, ik voelde mij vereerd en blij, dat ik werd beschouwd als medeoprichter naast Romain Rolland, en nadat ik onze beider namen onder de statuten gezet had, zond ik het manuscript naar Felix Alcan, die het precies zo afdrukte op de laatste twee pagina’s van mijn boek. Dat waren de twee pagina’s die niet alleen mijn "spirituele kleinkinderen" inspireerden om de International Biogenic Society opnieuw op te richten in Frankrijk, maar mij er ook toe inspireerden om hem in de Verenigde Staten opnieuw te organiseren, in de hoop dat hij daar net zo succesvol zou opbloeien.

De eerste zes maanden van het nieuwe bestaan ervan hebben alles overtroffen wat ik mij maar kon voorstellen. De Esseense Biogene Leefwijze, zoals die wordt uitgedragen door de International Biogenic Society, heeft wel twee-, drie-, en zelfs vier maal zoveel volgelingen gekregen, en het einde is nog niet in zicht. Er is nu een vrij groot ledental, niet alleen in de Verenigde Staten, maar in alle Engelstalige landen en in vele andere delen van de wereld. Om dat te vieren, doet het mij bijzonder veel genoegen om dit 50e. lustrum te kunnen markeren met de publicatie van The Essene Way – Biogenic Living – in feite een heruitgave en reïncarnatie van mijn oorspronkelijke boek La Vie Biogenique – een kind van mij en een petekind van Romain Rolland in 1928.

Als deze uitgave in het Engels van mijn oorspronkelijke publicatie in het Frans de lezer ertoe kan stimuleren om een actief punt in het heelal te worden en lid te worden van de International Biogenic Society, dan zal het doel van dit boek bereikt zijn. Ik heb de woorden van Romain Rolland nooit kunnen vergeten, en dat zal ik ook niet, die hij sprak toen wij zo lang geleden in Frankrijk, onder die hoge populieren, afscheid van elkaar namen: "Laten wij alles terzijde leggen wat ons verdeelt, en ons concentreren op al wat ons vereent. Laten wij alle krachten des Levens mobiliseren tegen de krachten des doods."

EDMOND BORDEAUX SZEKELY

Forest Home, British Columbia, 1977.

 

 

De Leer der Essenen

VAN HENOCH

TOT DE

DODE ZEEROLLEN

Door

Edmond Bordeaux Szekely

Snel naar Boven

 

DE ENE WET

De leer die Mozes van de berg Sinaï meebracht werd vijftienhonderd jaar later nog steeds in praktijk gebracht door de Esseense broederschappen in Palestina en Egypte.

Wie zijn leer begrijpt, begrijpt de waarde die de praktijken van de Essenen voor de mens van nu hebben.

Mozes was degene die de Wet uitvaardigde, de Ene Wet (=Wet der Wetten,Vert.). Hij vestigde het monotheïsme dat niet alleen de fundamentele leerstelling zou worden van de Esseense broederschappen, maar ook van de gehele westerse beschaving. De meest gezaghebbende informatie die we over zijn leer hebben komt van hun broederschappen.

Volgens hun traditie wordt zijn leven ingedeeld in drie perioden die symbolisch zijn voor de ervaringen die ieder mens in het leven heeft. Gedurende de eerste periode van veertig jaar, waarin hij als prins van Egypte leefde, volgde hij het pad der traditie en ontving hij alle beschikbare educatie en kennis. Hij bestudeerde de rituelen van Isis, Amon-Ra en Osiris, de voorschriften van Pta-Hoteb, het Egyptische Dodenboek en overleveringen die vanuit het Oosten kwamen naar Egypte, het culturele centrum van de wereld in die tijd. Maar met al zijn studie kon hij geen innerlijke dynamiek vinden of een verenigend principe dat het universum kon uitleggen en de problemen van het leven .

Gedurende de tweede periode van zijn leven bracht hij veertig jaar door in de woestijn, terwijl hij het pad der natuur volgde en het boek der natuur bestudeerde, zoals zovele andere genieën en profeten deden, waaronder ook Jezus. In de enorme uitgestrektheid van de woestijn met zijn eenzaamheid en stilte, werden grote innerlijke waarheden voortgebracht. In deze periode van zijn leven ontdekte Mozes de Ene Wet: de totaliteit van alle wetten. Hij bevond dat deze ene Wet alle manifestaties van het leven beheerste en dat hij het gehele universum bestuurde. Voor hem was het grootste van alle wonderen, om te ontdekken dat alles functioneert onder de werking van één wet. Toen geraakte hij tot het idee van de totaliteit van alle wetten. En deze totaliteit noemde hij de Wet, gespeld met een hoofdletter "W". Allereerst nam hij waar dat de mens in een dynamisch, voortdurend veranderend universum leeft: planten en dieren groeien en verdwijnen weer, de maan wordt telkens groter en weer kleiner om te zien. In de natuur of bij de mens bestaat geen volstrekt statisch punt.

Hij zag dat de Wet zich manifesteert in een voortdurende verandering en dat er achter die verandering een plan van Kosmische Orde op grote schaal schuilt .

Hij ging begrijpen dat de Wet de grootste kracht is en de enige in het universum en dat alle andere wetten en alle dingen deel uitmaken van de ene Wet. De wet is aan geen enkele andere wet (of wetten) onderworpen. Hij is eeuwig, onvernietigbaar en kan niet nietig verklaard worden. Een plant, boom, menselijk lichaam of zonnestelsel hebben elk hun eigen wetten: in mathematisch, biologisch en astronomisch opzicht. Maar de ene, allerhoogste macht: de Wet, schuilt achter alle andere wetten.

De Wet regelt alles wat plaats heeft in het gehele universum en in alle andere universums: alle activiteit, alle schepping, of het nu mentaal of fysiek is. Hij beheerst alles dat bestaat in fysieke manifestatie, in energie en kracht, in bewustzijn, in alle kennis, alle gedachten, alle gevoel, in elke realiteit. De wet schept leven en gedachten.

De som totaal van het leven op alle planeten in het gehele universum werd door de Essenen de kosmische oceaan van leven genoemd. En de som totaal van de gedachtenstromen in het universum werd de kosmische oceaan van gedachten genoemd, oftewel, in modernere terminologie: kosmisch bewustzijn.

Die kosmische oceaan van leven en kosmische oceaan van gedachten vormen een dynamische eenheid waarvan de mens een onafscheidelijk deel uitmaakt. Elk "denklichaam" (Esseense term, Vert.) van elke individu staat in voortdurend innerlijk contact met die eenheid. Die eenheid is de Wet, het Eeuwige Licht waarvan Mozes sprak.

Mozes zag dat de Wet overal gebroken werd. Egypte was gebouwd zonder enige achting ervoor. Ondanks de grote militaire en politieke macht van het land, was er geen wet dat iedereen gelijke rechten had. Overal kwam ellende en slavernij voor . Rijken zowel als armen leden even hard onder onderdrukking, epidemieën en plagen. Hij leerde dat het veronachtzamen van de Wet, van de wetten van de natuur, verantwoordelijk was voor alle vormen van kwaad en dat zowel heersers als overheersten hiervoor even hard de schuld droegen.

Het werd Mozes duidelijk dat al datgene wat tot stand gekomen was als resultaat van het breken van de Wet zichzelf vernietigt en mettertijd verdwijnt. Alleen de Wet is eeuwig.

De derde periode van het leven van Mozes, de Exodus, begon toen hij besloot om de rest van zijn dagen te wijden aan het verwezenlijken en toepassen van de Wet en om de mensheid ermee in harmonie te brengen. Alle wereldhervormers worden geconfronteerd met schijnbaar onoverwinnelijke obstakels wanneer het zuivere idee botst op de tegengestelde kracht van de traagheid van de menselijke geest en tegenwerking door de gevestigde orde. Dit vertegenwoordigt een revolutie van het dynamische tegen het statische, van hogere waarden tegen pseudo-waarden, van vrijheid tegen slavernij, en dat blijft dan ook niet beperkt tot éénmaal in de hele geschiedenis en ook niet tot de mensheid als geheel, maar dit doet zich herhaaldelijk voor in het leven van elke individuele mens.

Toen Mozes erachter was gekomen dat hij de Egyptische heersers en de volksmassa's niet kon veranderen, keerde hij zich tot een kleine minderheid, het in slavernij en verdrukking verkerende volk Israël, in de hoop hun te kunnen bekeren en een nieuwe natie te kunnen grondvesten die volledig gebaseerd was op de Wet. En hij was de enige in de hele geschiedenis die er ook in geslaagd is, zo'n natie op te richten.

Mozes zag het universum als één gigantische kosmische ordening waarin onuitputtelijke bronnen van energie, kennis en harmonie bestonden, die ter beschikking stonden van de mens. Hij had zich altijd de twee legenden herinnerd van zijn voorvader Jacob die met een engel had gevochten en hem overwonnen had en later een visioen kreeg van engelen die langs een ladder tussen hemel en aarde naar boven en beneden klommen. Hij identificeerde die engelen als de natuurkrachten en de krachten van het bewustzijn van de mens en hij zag in dat die krachten en machten de verbindings-schakel tussen de mens en God waren. Hij stelde vast dat God de grote universele Wet was.

Hij kwam ook tot de conclusie dat, wil de mens God ooit kunnen bereiken, hij eerst meester zal moeten worden over alle krachten die manifestaties zijn van God, oftewel de Wet. Hij wilde zijn volk maken tot: "Sterk mèt de Wet", hetgeen de betekenis van het woord Israël is. Verder wilde hij een systeem van leven creëren dat het voor hun ook mogelijk maakte om de engelen te overwinnen zoals hun voorvader Jacob dat gedaan had. Dit was de fundering van de "occulte"(=met betrekking tot het verborgene,Vert.) wetenschap zoals die tegenwoordig genoemd wordt, of van de kennis van de engelen, die later betiteld zou worden als "angelologie".

Mozes wilde dat zijn volgelingen zich zouden realiseren dat zij op elk moment van hun leven en op alle punten van hun bestaan voortdurend in contact staan met alle krachten van het leven en het zichtbare en onzichtbare universum en dat zij, als ze bewust in contact treden met die krachten en zich voortdurend daarvan bewust worden, kunnen genieten van een volmaakte gezondheid, van geluk en harmonie van lichaam en geest en elk onderdeel van hun leven .

De methode om in contact te treden met die krachten stond gegraveerd op de eerste twee stenen tafelen die hij mee naar beneden bracht vanaf de berg Sinaï, maar die hij vernietigde toen hij merkte dat de overgrote meerderheid van zijn volk nog niet toe was aan zijn leer, net zoals de overgrote meerderheid van de mensheid er heden ten dage nog niet klaar voor is en dat misschien nog wel vele generaties lang niet zal zijn. Maar aan de weinigen die er klaar voor waren onderwees hij de methode die op de tafelen was aangegeven: de Communies met de engelen die binnen de Esseense broederschappen door de eeuwen heen bewaard gebleven zijn en die tegenwoordig door de mens nog steeds beoefend kunnen worden.

Dat maakte deel uit van de esotherische leer die door Mozes onderwezen werd en die al vijf eeuwen voor de komst van het Christendom werd toegepast binnen de Esseense Broederschappen.

In de latere Esseense tradities werd het abstracte idee van de Wet uitgedrukt door het symbool van de boom, die de Boom des Levens genoemd werd. Mozes ontving een grote openbaring toen hij in de woestijn de brandende braambos zag.

Dit vertegenwoordigde twee aspecten van het universele leven: warmte en licht. De warmte van het vuur symboliseerde het levensvuur, vitaliteit in de materiële wereld. Het licht, dat het menselijk bewustzijn symboliseerde, vertegenwoordigde het licht der wijsheid als tegenstelling tot het duister van de onwetendheid in het immateriële universum. Tezamen vertegenwoordigen ze het gehele universum en het idee dat de mens, temidden van dit alles, leven en vitaliteit ontleent aan alle krachten van de kosmos.

De Essenen symboliseerden deze leer in hun Boom des Levens die voor hun in concrete vorm uitbeeldde dat de mens een eenheid van energie, gedachten en emoties was en een eenheid van levenskracht die voortdurend in verbinding stond met de totaliteit van energiën in het universum. Mozes wilde de mens graag in harmonie zien leven met de wetten die al die energiën binnen en buiten de mens beheersen, en hij wilde graag dat de mens zich daarvan bewust werd en ze op elk moment van zijn leven zou benutten.

Tijdens zijn bestuderen van de totaliteit van de Wet verkreeg Mozes een intuïtieve kennis over het ontstaan van de wereld (N.B.: volgens Mazdaznan- overlevering leerde Mozes dit alles van zijn schoonvader, Jethro, die op de berg Sinaï leefde, een Zarathustrisch herder-priester, die uit die bron ook het scheppingsverhaal van Genesis overleverde) en het begin van alle dingen. En aan dit begin van alle dingen ontleende hij de wetten voor het dagelijks leven. Hij leerde dat alle dingen deel uitmaken van het geheel, dat in overeenstemming met de wet is samengesteld. En de zeven elementen of elementaire krachten van het leven verschenen in zeven grote cycli van de schepping, in elke cyclus één element. Hij groepeerde de dagen van de week in een daarmee overeenkomende cyclus van zeven, waarbij het zo werd gezien dat elke dag overeenkwam met één van de elementen. In de Esseense tradities werd dit gesymboliseerd door de zeven-armige kandelaar, waarvan de kaarsen elke zevende dag, op de Sabbat, aangestoken werden om de mens te herinneren aan de zeven cycli en de zeven elementaire krachten van de zichtbare wereld en de zeven elementaire krachten van het menselijk bewustzijn.

De drie perioden van het leven van Mozes, gedurende welke hij de Wet en zijn manifestaties ontdekte, vertegenwoordigen de drie perioden waarin het leven van bijna elke mens verdeeld kan worden:

·         De eerste periode, Egypte, werd ook wel de periode van de slavernij genoemd, van de duisternis van onwetendheid, wanneer het vrije vloeien van vitale energie wordt verhinderd door onwetendheid en valse waarden. Het "Egypte" van de mens, zijn slavernij, bestaat uit het totaal van zijn afwijken van de Wet.

·         De tweede periode van het leven van Mozes komt overeen met de woestijn in het leven van de individu, wanneer zijn valse waarden van hem af vallen en hij niets dan leegheid voor zich ziet. In díe periode heeft de mens het meest dringend behoefte aan innerlijke leiding opdat hij zijn weg terug kan vinden naar het Licht, de Wet.

·         De derde periode, de Exodus (=ex-`odos,grieks, d.w.z.: uitweg, Vert.)is voor elk mens mogelijk. Het Licht dat de weg naar de Exodus wijst is er altijd. De slavernij van de mens in zijn "Egypte" is nooit voor eeuwig. De Exodus onder Mozes duurde veertig jaar lang, maar dit was nog maar het begin op het pad van de intuïtie, het pad van het leren te leven in harmonie met de wetten van het leven, de natuur en de kosmos. Een Exodus voor de mensheid kan slechts worden bereikt door de cumulatieve inspanningen van vele mensen gedurende vele generaties. Maar hij KAN bereikt worden en ZAL bereikt worden. Er is altijd een Kanaän, dat geen mythisch utopia is, maar een levende realiteit. De exodus is het pad dat leidt naar Kanaän, het pad dat Mozes betrad, het pad ook waarheen de Esseense geloofsuitoefening de weg verlicht.

"Ik dank U, Hemelse Vader, omdat Gij mij hebt geplaatst bij een bron van vliedende stromen, bij een levende bron in een land van droogte, die een eeuwige tuin vol wonderen water geeft:

de Boom des Levens, mysterie der mysteriën, die zijn eeuwig-blijvende takken laat groeien om eeuwig te planten om hun wortels te laten verzinken tot in de stroom des levens vanuit een eeuwige bron.

En Gij, Hemelse Vader, bescherm hun vruchten met de engelen van de dag en van de nacht en met vlammen van eeuwig Licht dat in alle richtingen schijnt."

Uit de "Dankliederen"(Psalmen) van de Dode Zee Rollen VIII (viii. 4-12)

                                                                                   Snel naar Boven

 

DE ESSEENSE BOOM DES LEVENS

Het schijnt dat de mens zich, van zolang af als er optekeningen bewaard gebleven zijn, al heeft gerealiseerd dat hij werd omringd door onzichtbare krachten . In cultuur na cultuur van het verleden heeft hij een bepaald soort symboliek gebruikt om zijn relatie met die krachten, temidden waarvan welke hij zich beweegt, uit te drukken. Dit mystieke symbool, dat deel uitmaakt van bijna alle godsdiensten en occulte leren, wordt de Boom des Levens (Levensboom) genoemd. In de uiterlijke legende en de innerlijke wijsheid heeft de diepste intuïtie van de mens zich daar op gericht.

Door Zoroaster (Zarathustra) werd hij beschouwd als de wet zelf en als het middelpunt van zijn filosofie en denkwijze. In de verborgen leer van Mozes, het Esseense boek Genesis, was dit de Boom der Kennis in de Tuin van Eden, bewaakt door Engelen: de Essenen noemden hem de Boom des Levens.

Aan het eerdere begrip van de Boom voegden de Essenen toe wat de schrijvers uit de oudheid de Angelologie noemden. Die kennis van de Engelen kwam bij de Essenen in hun broederschap in Palestinanaar voren. Hun engelen waren de krachten van het universum.

Bij veel van de oude volkeren was het bekend, dat die onzichtbare krachten een bron van energie en kracht waren en dat het leven van de mens in stand gehouden werd door het contact daarmee. Zij wisten dat tot op de hoogte dat de mens die krachten kon benutten, hij vooruit zou gaan in zijn individuele ontwikkeling van lichaam en geest, en dat wanneer hij zichzelf ermee in harmonie zou brengen, zijn leven voorspoedig zou zijn. Bepaalde mensen kenden niet alleen die krachten, maar kenden ook bepaalde methoden om ermee in contact te treden en ze te benutten.

In vele landen ging men ervan uit dat de krachten in twee soorten bestonden: goed en kwaad, en voor eeuwig tegengesteld aan elkaar en elkaars tegenstander. In zijn Zend Avesta beschreef Zarathustra de Ahura's en Frashivi's als de krachten van het goede, die voor eeuwig strijden tegen de kwade Khrafstra's en Deva's. De Tolteken in Mexico en Midden-Amerika hadden een wereldbeschouwing waarin de krachten van het goede het Leger van Quetzalcoatl, de Gevederde Slang, werden genoemd en de krachten van het kwade het Leger van Tezcatlipoca, de Jaguar waren. Die twee legers werden in de Tolteekse afbeeldingen uitgebeeld als in voortdurende strijd met elkaar verwikkeld. In de Zoroastrische en Tolteekse beeldvorming waren de destructieve krachten voortdurend in gevecht verwikkeld met de constructieve krachten.

Het wereldbeeld van de Essenen verschilde in dit opzicht van die wereldbeelden en alle andere, dat door hun alleen de positieve en constructieve krachten in het universum erkend werden. De engelen van de Essenen komen overeen met de krachten van het goede bij Zoroaster: de Ahura's en Fravashi's en met de goede krachten van de Tolteken, het Leger van Quetzalcoatl.

Men geloofde dat het de rol van de mens in het Universum was om de goede, positieve krachten zó te versterken dat de negatieve krachten overwonnen zouden worden en van de aardbodem zouden verdwijnen.

De Esseense Boom des Levens vertegenwoordigde veertien positieve krachten, waarvan er zeven hemels oftewel kosmisch waren en zeven aards oftewel terrestrisch. De Boom werd afgebeeld met zeven wortels die naar beneden, de aarde in, reikten en met zeven takken die naar boven, hemelwaarts, reikten en op die manier de verhouding van de mens tot zowel de aarde als de hemel symboliseerden. De Mens werd in het middelpunt van de boom afgebeeld, halverwege tussen hemel en aarde.

Levensboom_klein_2b

Het gebruik van het getal zeven maakt integraal deel uit van de Esseense traditie die op verschillende uiterlijke wijzen is overgebracht naar de Westerse cultuur, zoals in de zeven dagen van de week.

Elke wortel en tak van de boom vertegenwoordigde een verschillende kracht of macht. De wortels vertegenwoordigden de aardse krachten en machten: Moeder Aarde, de Engel van de Aarde, de Engel van het Leven, de Engel van de Vreugde, de Engel van de Zon, de Engel van het Water en de Engel van de Lucht. De zeven takken vertegenwoordigden de kosmische machten: de Hemelse Vader en zijn Engelen van het Eeuwige Leven, Scheppend Werk, Vrede, Kracht, Liefde en Wijsheid. Dit waren de Esseense engelen van de zichtbare en de onzichtbare werelden.

In de oude Hebreeuwse en Middeleeuwse literatuur kregen deze engelen namen: Michaël, Gabriël, enzovoorts. Ook werden zij in de religieuze kunst afgebeeld in menselijke gestalte en met vleugels en gekleed in golvende gewaden, zoals in de fresco's van Michael Angelo.

De Mens, in het middelpunt van de boom, werd gezien als omringd door een magnetisch veld, door al de krachten, oftewel engelen, van hemel en aarde. Hij werd afgebeeld in de meditatiehouding, met de bovenhelft van zijn lichaam boven de grond en de onderhelft in de aarde. Dit duidde aan dat één deel van de mens verbonden is met de hemelse krachten en een ander deel met de aardse krachten. Deze zienswijze lijkt heel nauwkeurig op die van Zoroaster, die het universum voorstelde als een raamwerk van rijken, met de mens in het middelpunt en de verschillende krachten boven en onder zich. Hij komt ook overeen met het Tolteekse ritueel dat op de treden van hun pyramides werd voltrokken, met de mens in het midden van alle krachten.

Die positie van de mens in het midden van de Boom, met de aardse krachten onder zich en de hemelse krachten boven zich, komt ook overeen met de positie van de organen in het materiële lichaam. Het gebied van de spijsverterings- en voortplantings-organen in de onderste helft van het lichaam, die dienen om zichzelf en de menselijke soort (stoffelijk) in stand te houden, behoren tot de aardse krachten. Daarentegen zijn de longen en het brein (de hersenen), gesitueerd in de bovenste helft van het lichaam, de middelen om mee te ademen en te denken en zodoende de mens door te verbinden met de fijnere krachten van het universum.

Het contact met de engelenkrachten dat door de Boom des Levens verzinnebeeld werd was het allerbelangrijkste in het dagelijks leven van de Essenen. Zij wisten dat zij om in harmonie met die krachten te zijn zich bewust moesten inspannen om ermee in contact te treden. De schrijvers van de oudheid zeiden dat de Essenen buitengewoon praktische mensen waren. Hun denkbeelden waren niet slechts theorieën; zij wisten precies hoe ze voortdurend bewust konden blijven van de krachten rondom hen en hoe ze hun kracht konden absorberen en hen in actie brengen in hun dagelijkse leven.

Zij bezaten de diepe wijsheid om te begrijpen dat die krachten bronnen waren van energie, kennis en harmonie met behulp waarvan de mens zijn lichaam kan omvormen tot een steeds gevoeliger instrument om de krachten te ontvangen en bewust te benutten. Verder beschouwden zij het als de belangrijkste activiteit van de mens gedurende zijn hele leven om zichzelf in harmonie te brengen met de krachten van de Hemelse Vader en Moeder Aarde.

De kenmerken van elk der verschillende krachten waren hun heel duidelijk en zij wisten wat zo'n kracht voor eenieders individuele leven betekende en hoe hij benut kon worden. Zij begrepen ook de onderlinge verhouding tussen de krachten en zagen het zo, dat elke hemelse kracht als tegenpool een aardse kracht heeft en elke aardse kracht als tegenpool een hemelse kracht. Die in relatie tot elkaar staande hemelse en aardse krachten stonden op het "schema" van de Esseense Boom des Levens diagonaal tegenover elkaar geplaatst, de ene boven en de andere onder de mens. Zodoende loopt de lijn, die getrokken kan worden tussen elk van de paren tegengestelde krachten precies door het middelpunt van de Boom, waar de mens zich bevindt.

De aan elkaar tegengestelde krachten onder en boven de mens corresponderen als volgt met elkaar:

·         De Hemelse Vader en Moeder Aarde

·         De Engel van het Eeuwige Leven en de Engel van de Aarde

·         De Engel van Scheppend Werk en de Engel van het Leven

·         De Engel van de Vrede en de Engel van de Vreugde

·         De Engel van de kracht en de Engel van de Zon

·         De Engel van de Liefde en de Engel van het Water

·         De Engel der Wijsheid en de Engel van de Lucht

Die onderlinge verhoudingen lieten de Essenen zien dat wanneer een individu in contact treedt met welke aardse kracht dan ook, hij óók in contact staat met een bepaalde hemelse kracht. Hierdoor konden zij begrijpen hoe noodzakelijk het is om in volstrekte harmonie te verkeren met elk der krachten en engelen, zowel van de zichtbare als van de onzichtbare wereld. De symbolische Boom des Levens maakte het de mens duidelijk hoe onlosmakelijk hij verbonden was met àlle krachten, kosmisch zowel als terrestrisch en liet de mens ook zien in welke relatie hij of zij ermee stond.

"Ik ben U dankbaar, Hemelse Vader,

want Gij hebt mij tot eeuwige hoogte verheven

en ik wandel in de wonderen van de vlakte.

"Gij gaf mij leiding om te bereiken

Uw eeuwige gezelschap

vanuit de diepten der aarde

"Gij hebt mijn lichaam gezuiverd

om mij bij het leger der engelen van de aarde voegen

en mijn geest om te bereiken

de vergadering der engelen van de hemel.

"Gij gaf de mens eeuwigheid

om bij het ondergaan en opkomen van de zon

Uwe werken en wonderen te prijzen

in vreugdevol gezang."

-Uit de "Dankliederen"(Psalmen) van de Dode Zee Rollen VI (iii, 19-36)

Snel naar Boven

 

DE ESSEENSE COMMUNIES

 

DOEL EN BETEKENIS

De symbolische Boom des Levens stelde de Essenen in staat te begrijpen dat zij omringd waren door krachten, of engelen, van de zichtbare wereld ofwel natuur en van de onzichtbare, kosmische wereld. De communies laten zien hoe elk van die krachten voor lichaam en bewustzijn van de mens benut wordt.

Men zegt dat de communies hun oorsprong vinden bij Esnoch, ofwel Henoch en dat zij opnieuw door Mozes (op de twee stenen tafelen die hij de éérste keer van de berg Sinaï mee naar beneden bracht) aangeboden zijn aan Esraël, de uitverkorenen van het volk. Op het tweede stel stenen tafelen dat hij mee naar beneden bracht stonden de Tien Geboden, de uitwendige (exoterische) leer, die hij gaf aan de rest van het volk (die het gouden kalf gemaakt en aanbeden hadden,Vert.), Israël. Maar die kleine minderheid, Esraël, ofwel de Essenen, hield van dat moment af 's ochtends en 's avonds zijn communies met de aardse en hemelse krachten en regelden hun levens in overeenstemming met de inspiratie die ze daarvan ontvingen.

De Communies hebben drie directe doeleinden:

Het eerste is : de mens bewust maken van de activiteiten van de verschillende krachten en vormen van energie die hem omringen en voortdurend naar hem toe vloeien vanuit de natuur en de kosmos.

Het tweede is : hem bewust te maken van de organen en centra in zijn lichaam die die stromen van energie kunnen ontvangen.

Het derde is : een verbinding tot stand brengen tussen de organen en centra en de ermee corresponderende krachten zodat ze elke stroming kunnen absorberen, beheersen en benutten.

De Essenen wisten dat de mens verschillende systemen in zijn lichaam had om de verscheidene energieën van voedsel, lucht, water, zonnestraling en dergelijke op te kunnen nemen. En zij wisten ook dat elk individu die krachten door zijn eigen bewuste pogingen voor zichzelf moet beheersen en benutten en dat niemand anders dat voor hem kan doen.

De Communies werden elke ochtend en avond uitgevoerd, waarbij elke morgen bij het opstaan werd gemediteerd over een volgende aardse kracht, en elke avond voor het slapen gaan op een volgende hemelse kracht, iedere dag van de week. Dit kwam bij elkaar op in totaal veertien Communies per periode van zeven dagen.

Bij elk van de Communies concentreerde men zich op de aangewezen kracht en dacht daarover na en mediteerde erover, zodat de kracht kon worden geabsorbeerd en bewust benut kon worden met elke intensiteit die maar benodigd was. En hier volgt nu een uitleg over het doel van elke Communie:

 

DE MORGENCOMMUNIES

MOEDER AARDE - ZATERDAGMORGEN

Het doel van deze communie was, eenheid tot stand te brengen tussen het fysieke lichaam van de mens en de bronnen van voeding die de aarde bood.

Dit werd bereikt door al de verschillende voedingsstoffen te beschouwen en zich te realiseren dat het lichaam gevormd is uit de elementen van de aarde en dat het met deze elementen gevoed wordt door middel van de planten op deze aarde. Dit leert ons de betekenis en het belang kennen van het natuurlijke voedsel van de aarde dat door Moeder Aarde wordt geleverd in harmonie met de wetten die het leven op aarde beheersen. Daardoor leert de mens de hoogst belangrijkste rol kennen die natuurlijk voedsel speelt voor zijn gezondheid en vitaliteit en wordt hij zich bewust van de stofwisselingsprocessen in zijn lichaam. Verder leert hij hoe hij de krachtige energie kan ontvangen die hij ontleent aan het voedsel en hoe hij die kan absorberen en ook leert hij hoe hij die energie in zijn lichaam kan bewaren. Zo ontwikkelt hij geleidelijk aan het vermogen om alle voedingsstoffen die hij eet en alle energie die daarin zit perfect op te nemen en te benutten; op die manier kan hij uit dezèlfde hoeveelheid voedsel méér voedingswaarde halen.

Deze Communie was een van de belangrijkste middelen waardoor de Essenen zo'n opmerkelijke gezondheid in stand konden houden.

DE ENGEL VAN DE AARDE - ZONDAGMORGEN

De Engel van de Aarde van Moeder Aarde was de kracht van het opwekken en regenereren. Het belangrijkste idee van de Essenen was, gelijk aan dat van Zoroaster, om een steeds grotere overvloed van leven te creëren. het doel van de Communie was: de opwekkende krachten van het leven om te zetten in de regeneratie van het menselijk lichaam. Zij meenden dat die kracht in de mens dezelfde natuurkracht was als de leven-opwekkende natuurkrachten in de bovenlaag van de aarde, die alle plantengroei van de aarde laat ontstaan.

Deze Communie heeft daarom te maken met het aardoppervlak waar van alles ontkiemt en met de kracht van de vruchtbaarheid en de klieren en de leven-verwekkende organen. Hij leerde het belang van de leven opwekkende kracht van de bodem kennen en van de regenererende kracht van de seksuele energie in het klierstelsel. Hij maakte de mens bewust van de leven verwekkende krachten in en rondom hem en stelde hem in staat om meer ontvankelijk te zijn bij het absorberen van deze grote kracht, en hem de baas te worden, richting te geven en te benutten.

Het buitengewone vermogen van de Essenen om zichzelf te regenereren hadden zij voornamelijk doordat ze door het beoefenen van deze Communie seksuele energie om konden zetten.

DE ENGEL VAN HET LEVEN - MAANDAGMORGEN

Deze Communie was toegewijd aan leven, gezondheid en vitaliteit van het menselijk lichaam en van de gehele planeet en bracht een dynamische eenheid ertussen tot stand.

Hij leerde de mens de rol van de vitaliteit voor zijn welzijn kennen en maakte hem bewust van alle ontelbare activiteiten van de levenskracht in en rondom hem, zodat hij in staat was om die in de vereiste intensiteit naar elk deel van zijn lichaam te dirigeren.

Dit gaf de Essenen hun verbazingwekkende vermogen om de levenskracht, vooral van bomen en bossen, te absorberen.

DE ENGEL VAN DE VREUGDE - DINSDAGMORGEN

Alle vormen van schoonheid werden bij deze Communie vol vreugde beschouwd om de mens bewust te maken van de schoonheid van de natuur en de vreugde in hemzelf in elk deel van zijn wezen.

Dit vermogen om vreugde te absorberen over de schoonheid van de natuur: het opkomen en ondergaan van de zon, bergen, bloemen, kleuren, geuren enzovoorts, was een van de middelen waardoor de Essenen de innerlijke harmonie en sereniteit wisten te bereiken die zo'n indruk maakte op hun tijdgenoten .

DE ENGEL VAN DE ZON - WOENSDAGMORGEN

De Essenen mediteerden over de Zon als een grote levende kracht in de terrestriale natuur, een altijd aanwezige bron van energie zonder welke er op de aarde, in de oceaan of in de atmosfeer geen leven zou zijn. Zij mediteerden over het effect van de zonnestralen die niet ophouden bij het oppervlak van het lichaam, maar die het lichaam binnendringen op het punt waar de zonnevlecht zich bevindt en die het lichaam en het zenuwstelsel baden in de straling van de Zon. Dit punt is de oudste eenheid in het menselijk lichaam.

Het doel van deze Communie was: ontvankelijk te worden voor de zonne-energie en een volmaakte eenheid te bereiken tussen het zelf en de zon, en zijn kracht door het lichaam te verspreiden.

Doordat de Essenen deze methode gebruikten werden bepaalde abnormale toestanden vaak genezen op een manier die de vroege geschiedschrijvers wonderbaarlijk toescheen.

DE ENGEL VAN HET WATER - DONDERDAGMORGEN

De Essenen vonden dat de kringloop van het water in de natuur overeen kwam met de kringloop van het bloed in het lichaam. Zij wisten dat alle organen evenals hun voedsel voornamelijk bestonden uit water, dat ook op de aarde essentieel is voor het leven. De perfecte toestand van het lichaam is afhankelijk van de kwaliteit van het bloed en op dezelfde wijze is de perfecte toestand van de fysieke omgeving ook afhankelijk van de kwaliteit van het beschikbare water.

Bij deze Communie werden alle vormen van water beschouwd: rivieren, kreekjes, regen, het sap in bomen en planten enzovoorts, dat als een levende realiteit de eenheid tussen het water van het lichaam en het water van de planeet tot stand brengt en het zo mogelijk maakt om de bloedstroom naar wens naar elk deel van het lichaam te leiden of daarvan terug te trekken (Vert.: visualisatie!).

Deze kracht stelde de Essenen in staat om vele lichamelijke toestanden van ziekte te genezen, alleen maar door langdurige en inspannende behandeling. Dit was één van de redenen waarom de Essenen zo'n enorme zelfbeheersing hadden en een bijna ongelofelijke bestandheid tegen pijn.

DE ENGEL VAN DE LUCHT - VRIJDAGMORGEN

Het doel van deze Communie was: de mens bewust te maken van de dynamische eenheid tussen lucht en leven en dat de ademhaling de verbindende schakel is tussen het lichaam en de kosmos, dat waar er leven is , daar ook ademhaling is en dat als het ene ophoudt, het andere ook ophoudt. Zo spelen de atmosfeer van de omringende natuur en de lucht in het lichaam een verbazingwekkend belangrijke rol voor de gezondheid en de vitaliteit.

Deze Communie ging vergezeld van een bepaald soort diepe rythmische ademhaling (Vert.:zie de Mazdaznan-technieken!) die de Essenen in staat stelde om een bepaald soort energie uit de atmosfeer te absorberen en een wederzijdse verhouding tussen het zelf en het universum tot stand te brengen.

Deze Communies met Moeder Aarde en haar Engelen waren de bron waaraan de Essenen hun bijzondere leefwijze: hun wijze van eten, afwassingen met koud water, zonnebaden, ademhalingstechnieken enzovoorts ontleenden, die door hun tijdgenoten : Josephus, Philo en Plinius, met zoveel verbazing werden beschreven.

 

DE AVOND - COMMUNIES

Op dezelfde wijze dat de zeven ochtenden van de week toegewijd waren aan de krachten van de zichtbare wereld, werden de zeven avonden gewijd aan de krachten van de onzichtbare rijken, oftewel de Engelen van de Hemelse Vader.

DE HEMELSE VADER - VRIJDAGAVOND

Deze Communie met de Hemelse Vader, de Schepper, het Licht, de Ahura Mazda van Zoroaster, was de centrale Communie van de Essenen, toegewijd aan de totaliteit van de kosmische wetten en aan de realisatie dat het universum een proces van voortdurende schepping is, waarin de mens zijn aandeel op zich moet nemen door het werk van de Schepper op aarde voort te zetten.

Het doel van de Communie is: de mens het belang te leren van eenheid met de eeuwige en grenzeloze kosmische oceaan van al de hogere straling van alle planeten, om hem ontvankelijk te maken voor die krachten, zodat hij kosmisch bewustzijn kan verkrijgen dat hem in staat stelt om zich te verenigen met de kosmische stromingen. Hierdoor kan hij de in hem aanwezige creatieve bekwaamheden ten uiterste ontwikkelen, en leren het scheppende principe in zijn leven en zijn omgeving toe te passen. De Essenen wisten dat wanneer een man dàt doet, hij zijn uiteindelijke doel kan bereiken: de vereniging met de Hemelse Vader, het ultieme doel van alle Essenen en het onderliggende doel dat al hun handelingen, gevoelens en gedachten leidde.

DE ENGEL VAN HET EEUWIGE LEVEN- ZATERDAGAVOND

De Essenen waren van mening dat het doel van het universum alleen maar het eeuwige leven kon zijn, onsterfelijkheid; en dat dit door de mens bereikt kan worden wanneer hij steeds meer de voorwaarden schept, die noodzakelijk zijn voor zijn steeds hogere mate van individuele evolutie. Zij geloofden vast dat er geen grens was aan zijn mogelijkheid tot vooruitgang, aangezien de kosmos een onuitputtelijke voorraad van energie is, die de mens ter beschikking staat bij het perfectioneren van zijn ontvankelijke organen en centra.

Door deze communie kan de mens de intuïtieve kennis opwekken die hij bezit omtrent de eeuwigheid van het leven in het universum en zijn eigen eenheid met dit eeuwige leven en de gehele kosmische orde. Daardoor kan hij het belang leren kennen van het overstijgen van de zwaartekracht van de aardse gedachtestromen en zich bewust worden van de activiteit van de hogere stromen, en hun rol bij de evolutie van de individu en van deze planeet.

Dit overstijgen van de zwaartekracht en het absorberen en benutten van de hogere stromingen van deze planeet en alle andere planeten was de hoogste mystieke prestatie van de Essenen.

DE ENGEL VAN SCHEPPEND WERK - ZONDAGAVOND

Deze Communie was toegewijd aan alle grote dingen die door menselijke arbeid geschapen zijn: de grote meesterwerken der literatuur, kunst, wetenschap, filosofie en alles dat de mens als een superstructuur op de natuur heeft gecreëerd, de dingen van grote waarde die door voorgaande generaties zijn voortgebracht en geërfd zijn door de tegenwoordige generatie.

Het doel van deze Communie was: het belang te leren van creatief werk en de bijzonder belangrijke rol daarvan voor de ontwikkeling van de individu. Hij diende er ook toe, hem in staat te stellen om energie en kracht te absorberen van alle creatieve werken der mensheid, al haar meesterwerken en om die kracht bij alle manifestaties van zijn bewustzijn te gebruiken.

Binnen de Esseense broederschappen voerde iedereen een of ander creatief werk uit, voor de vooruitgang van zichzelf, de Broederschap of de mensheid als geheel. De Essenen beschouwden scheppend (creatief) werk als de meest adequate wijze om liefde tot uitdrukking te brengen .

DE ENGEL VAN DE VREDE - MAANDAGAVOND

De Communie met de Engel van de Vrede was toegewijd aan de diepe intuïtie van de mens met betrekking tot de vrede in hemzelf en met het gehele oneindige universum. In de Esseense levensbeschouwing is de vrede één van de meest waardevolle schatten van de mens en tenzij hij de ware betekenis ervan beseft kan hij geen spiritualiteit hebben, zonder welke zijn leven geen enkele zin kan hebben. Zij geloofden dat het de meest directe plicht van de mens was om vrede te creëren met zichzelf en met alles om zich heen en dat het werken aan vrede binnen in jezelf begint.

De Essenen benutten alle bronnen van vrede in het gehele universum en geven deze door aan de wereld. Eén manifestatie daarvan was in hun altijd gebezigde groet:"Vrede zij met U."

DE ENGEL VAN DE KRACHT - DINSDAGAVOND

De Essenen zagen het gehele universum als een kosmische oceaan van leven waarin stromingen van kosmische kracht voortdurend alle vormen van leven op alle planeten verenigen en de mens met alle andere organismen verbinden.

Deze Communie maakte de mens bewust van die kosmovitale krachten die hem omringden en binnenin hem heen waren. Door ontvankelijk te worden voor hun activiteit kan hij ze absorberen door middel van zijn zenuwstelsel en ze op elk terrein van zijn leven benutten.

De Essenen konden deze stromen in een opmerkelijke mate absorberen en benutten.

DE ENGEL VAN DE LIEFDE - WOENSDAGAVOND

Liefde werd door de Essenen beschouwd als het hoogste creatieve gevoel en zij geloofden dat er overal een kosmische oceaan bestaat die alle vormen van leven verbindt en dat het leven zèlf al een uitdrukking van liefde is.

Het doel van deze communie is: de mens het belang en de betekenis te leren van die hogere gevoelsstromen in zichzelf en in het omringende universum en om hem bewust te maken van en ontvankelijk te maken voor die stromingen als een sterke bron van energie en kracht die hij bij alle manifestaties van zijn bewustzijn kan concentreren en gericht kan inzetten.

In de levensbeschouwing van de Essenen beschadigt een individu die enige andere vorm van leven buiten zichzelf beschadigt, zichzelf evenzeer, vanwege de dynamische eenheid van alle vormen van leven in de kosmische oceaan van liefde. De Essenen brachten sterke gevoelens van liefde tot uiting ten opzichte van de gehele mensheid, dichtbij en ver weg, en ten opzichte van alle vormen van leven op aarde en in de oneindige ruimte.

Deze liefde die zij voelden was er de oorzaak van, dat ze als broederschap communaal samenleefden; om die reden verdeelden zij al wat zij aan voedsel over hadden onder de behoeftigen en getroostten zij zich bijzonder veel moeite om de onwetenden te onderwijzen en de zieken te genezen. Zij brachten hun liefde tot uiting door middel van hun daden.

Dit vermogen om hogere stromen van gevoel aan te trekken en uit te zenden was één van hun grote mystieke prestaties.

DE ENGEL DER WIJSHEID - DONDERDAGAVOND

Het denken werd door de Essenen gezien als zowel een kosmische als een cerebrale (hersen-,Vert.) activiteit. Zij dachten dat er een kosmische oceaan van gedachten is die de alle ruimte vult en die alle gedachten bevat (gedachten vormen de hoogste en krachtigste van alle kosmische energiën, en vergaan nooit en raken nooit verloren).

Door af te stemmen op alle gedachtenstromen in het universum en de gedachten van alle grote denkers door de Communie met de Engel der Wijsheid ontwikkelde de mens zijn vermogen om krachtige harmonieuze gedachtenstromen te creëren en intuïtieve kennis en wijsheid te verkrijgen.

Door het beoefenen van deze Communie hadden de Essenen een grote bedrevenheid in het uitzenden en ontvangen van sterke gedachtenstromen.

Deze Communie met de Engel van de Wijsheid completeert de veertien Communies van de Essenen. De Ochtendcommunies hebben betrekking op de vitaliteit van het lichaam en hun cumulatieve effect is het geleidelijk aan sterker worden en revitaliseren van elk orgaan van het lichaam door het bewuste beheersen en richten van de krachten van de aarde.

De zeven Avondcommunies zijn toegewijd aan de krachten van de geest die de hogere ontwikkeling van de mens leiden. Hun cumulatieve effect is het revitaliseren van de geesten alle hogere krachten in de individu, hetgeen hem in staat stelt om alle hogere oceanen van liefde, leven en gedachte te ontvangen en zich daar op af te stemmen en zodoende geleidelijk aan alle hogere mogelijkheden van zijn wezen te ontwikkelen.

Elk van de veertien Communies vertegenwoordigt een bepaald evenwicht tussen de mens die het tot stand brengt en de engel ofwel kracht waarmee gecommuniceerd wordt.

 

DE MIDDAG-CONTEMPLATIES (overpeinzingen)

Een derde groep van uitoefeningen van meditatie werd iedere dag van de week om 12 uur 's middags beoefend. Dit waren de contemplaties die de Hemelse Vader vroegen, zijn Engel van de Vrede te zenden om de verschillende aspecten van het leven van de mens in harmonie te brengen. Voor de Essenen was vrede zó belangrijk, dat zij daaromtrent een speciale leer hadden die zij de Zevenvoudige Vrede noemden.

Het uitvoeren van de veertien Communies brengt een innerlijke gewaarwording ofwel een verruiming van het bewustzijn

De Zevenvoudige Vrede laat ons de toepassing in de praktijk zien van dat verruimde bewustzijn in het dagelijks leven van de individu in zijn relatie tot de verschillende aspecten van het leven.

Deze Vredes-Contemplaties werden in de volgende volgorde uitgevoerd:

(hierbij duiden wij "12 uur 's middags" aan als "Mid-Dag")

Vrijdag Mid-Dag: Vrede met het Lichaam

Donderdag Mid-Dag: Vrede met de Geest

Woensdag Mid-Dag: Vrede met de Familie

Dinsdag Mid-Dag: Vrede met de Mensheid

Maandag Mid-Dag: Vrede met de Cultuur

Zondag Mid-Dag: Vrede met Moeder Aarde

Zaterdag Mid-Dag: Vrede met de Hemelse Vader

Een uitleg van deze zeven aspecten van het leven van het leven van de individu wordt in een volgend hoofdstuk gegeven.

Elke zevende dag, de Esseense Sabbat, was toegewijd aan één der aspecten van de vrede en er werden gemeenschappelijke bijeenkomsten gehouden, buiten de individuele contemplaties. Die bijeenkomsten dienden ertoe, de collectieve toepassing van de bepaalde vrede, waarop men zich op die Sabbat concentreerde, te overdenken.

 

DE GROTE SABBAT

Elke zevende Sabbat werd de Grote Sabbat genoemd en was

toegewijd aan de Vrede met de Hemelse Vader. Dit was de transcendente (bovenzinnelijke) Vrede, die alle andere aspecten van de vrede in zich verenigde. Op die manier werd stuk voor stuk aandacht besteed aan alle fasen van het leven van de mens.

Zo verliep bij de Essenen het patroon van hun Communies met de kosmische- en natuur-krachten en de contemplatie over alle aspecten van de vrede die hun lieten zien hoe ze de krachten in hun individuele leven toe konden passen. In geen enkel ander systeem zullen wij er een equivalent van kunnen vinden. Hierachter schuilt de wijsheid van achtduizend jaren. Het is niet zo maar een formaliteit of een ritueel: het is een dynamische, intuïtieve ervaring. Het kan de eenheid van de mensheid tot stand brengen.

De Essenen beoefenden deze Communies en Contemplaties al meer dan tweeduizend jaar geleden. Wij kunnen die nú, vandaag de dag, ook beoefenen.

 

DE ESSEENSE COMMUNIES:

 II- DE FEITELIJKE UITVOERING

 Fragmentarische optekeningen van oude tradities die aan ons overgeleverd zijn tonen ons dat de mens gedurende eonen van tijd geleidelijk aan een soort van zintuig begon te ontwikkelen waarmee hij de stromen van kracht die in en rondom hem stromen in zich op kan nemen en ze bewust kan benutten als bronnen van energie, harmonie en kennis.

De Essenen geloofden dat het ontwikkelen van die plaatsen van ontvankelijkheid een essentieel deel was van de ontwikke­ling van de individu. Zij geloofden ook dat systematische en dagelijkse beoefening van de juiste methode noodzakelijk was voor de ontwikkeling ervan.

Het eerste deel van hun Communies leerde betekenis en doel van elk der veertien aardse en kosmische krachten. Het tweede deel was de feitelijke uitoefening ofwel de techniek waardoor dit zintuig ontwikkeld kan worden.

Door deze beoefening kunnen de "subtiele centra" (Vgl.: chakra's, Vert.) van het lichaam geopend worden en kan toegang verleend worden tot de universele voorraad van alle kosmische krachten. Het doel hiervan was: alle organen van het stoffe­lijke lichaam in harmonie te brengen met alle heilzame stromen van de aarde en de kosmos, zodat ze benut kunnen worden voor de ontwikkeling van de individu en de planeet.

Vele andere volkeren kenden een dergelijke techniek. De Sumeriërs, de Perzen ten tijde van Zoroaster en de Hindoes met hun systemen van yoga, waarvan er negen van de oorspronkelijke veertien bewaard zijn gebleven, allen probeerden het zelfde doel te bereiken.

De techniek die de Essenen gedurende duizenden jaren mondeling van generatie op generatie overleverden, werd in hun Broeder­schappen pas aan de novieten bijgebracht nadat een proeftijd van zeven jaar opleiding volbracht was. Dan moest de noviet de Grote Zevenvoudige Gelofte afleggen, om nooit zonder toestemming de communies te onthullen en nooit de kennis en kracht die daardoor verkregen werd voor materiële of zelfzuchtige doeleinden te misbruiken.

                Snel naar Boven

PROLOOG TOT DE COMMUNIES

Voordat een Esseen de woorden van de feitelijke communie uitsprak, herhaalde hij altijd plechtig en vol eerbied de volgende proloog (inleidend woord, Vert.):

"Ik betreed de Eeuwige en Oneindige Tuin vol eerbied voor de Hemelse Vader, Moeder Aarde en de Grote Meesters, vol eerbied voor de heilige, zuivere en reddende Leer en vol eerbied voor de Broederschap der Uitverkorenen."

Dan dacht hij vol eerbied aan de engel of kracht waarmee hij zou gaan communiceren en contempleerde over zijn betekenis en doel voor zijn eigen leven en lichaam, zoals onderwezen is in het eerste deel over de Communies (zie hoofdstuk 4,I).

Na deze proloog sprak hij de feitelijke woorden van de Communie uit.

                        Snel naar Boven

DE OCHTENDCOMMUNIES ZELF

1

Om met Moeder Aarde te communiceren op Zaterdagmorgen, zei hij: "Moeder Aarde en ik zijn één. Zij geeft het voedsel des Levens aan mijn gehele lichaam."

Wanneer hij deze woorden beëindigd had contempleerde hij over alle eetbare fruit, graan of andere planten en voelde hij de stromen van Moeder Aarde in zich vloeien en de stofwisseling van zijn lichaam intensiveren en leiden. 

2

Op Zondagmorgen communiceerde hij met de Engel van de Aarde en zei: "Engel van de Aarde, treed mijn voortplantingsorganen binnen en regenereer mijn gehele lichaam."

Terwijl hij dit zei contempleerde hij over de leven verwekkende bodem en het groeiende gras en voelde de stromen van de Engel van de Aarde zijn seksuele energie omzetten in regenererende kracht.  

3

Op Maandagmorgen communiceerde hij met de Engel van het Leven met de volgende woorden: "Engel van het Leven, treed mijn ledematen binnen en geef mijn gehele lichaam kracht."

Dan contempleerde hij over bomen en hij voelde hoe hij levenskracht van bomen en wouden in zich opnam.    

4

De woorden van de Dinsdagmorgen-Communie met de Engel van de Vreugde luidden: "Engel van de Vreugde, daal neer en geef schoonheid aan alle wezens op aarde."

Dan voelde hij dat hij trillingen van vreugde van alle schoonheid van de natuur in zich opnam terwijl hij contempleerde over de kleuren van de opkomende en ondergaande zon, het gezang van een vogel of de geur van een bloem.  

5

Bij de Woensdagmorgen-Communie hoorden de volgende woorden: "Engel van de Zon, treed mijn Zonne-Centrum binnen en geef mijn hele lichaam het vuur des levens."

Bij het spreken van deze van deze woorden contempleerde hij over de zonsopkomst en voelde hij en richtte hij de opgehoopte zonnekracht die straalde door zijn Zonne-Centrum , dat bij de Zonnevlecht gelegen is en zond hij de kracht naar alle delen van zijn lichaam. 

6

De Donderdagmorgen-Communie met de Engel van het Water werd gedaan met de volgende woorden: "Engel van het Water, treed binnen in mijn bloed en geef aan mijn hele lichaam het water des Levens."

Terwijl hij dit zei contempleerde hij over de wateren van de aarde: in de regen, de rivier, het meer, de zee of waar dan ook en hij voelde hoe de stromen van de Engel van het Water de bloedsomloop intensiveerde en leidde.  

7

Bij de Communie met de Engel van de Lucht op Vrijdagmorgen zei de Esseen: "Engel van de Lucht, treed mijn longen binnen en geef mijn gehele lichaam de lucht des Levens."

Degene die communiceerde contempleerde de atmosfeer terwijl hij dit zei en hij haalde ritmisch adem. (Vgl. Mazdaznan- ademhalingsoefeningen, Vert.)            

  Snel naar Boven

DE MIDDAGCONTEMPLATIES ZELF

De Middag Contemplaties, die elke dag aan een ander van de zeven aspecten van de Vrede toegewijd waren, werden gericht aan de Hemelse Vader en er werd hem gevraagd om de Engel van de Vrede aan allen te zenden en verder ook een bepaalde andere engel om achtereenvolgens elk der aspecten van de Zevenvoudige Vrede te versterken. Hier volgen de woorden:

Vrijdag middag: (Vrede met het Lichaam):

                     Onze Vader, die in de hemelen zijt,

                     wilt aan allen zenden

                     Uw Engel van de Vrede;

                     en naar ons lichaam

                     de Engel van het Leven.

 

Donderdag middag: (Vrede met het de Geest):

                     Onze Vader, die in de hemelen zijt,

                     wilt aan allen zenden

                     Uw Engel van de Vrede;

                     en naar onze geest

                     de Engel van de Kracht.

 

Woensdag middag: (Vrede met de Familie):

                     Onze Vader, die in de hemelen zijt,

                     wilt aan allen zenden

                     Uw Engel van de Vrede;

                     en naar onze familie en vrienden

                     de Engel der Liefde.

 

Dinsdag middag: (Vrede met de Mensheid):

                     Onze Vader, die in de hemelen zijt,

                     wilt aan allen zenden

                     Uw Engel van de Vrede;

                     en aan de mensheid

                     de Engel van het Werk. 

 

Maandag middag: (Vrede met de Cultuur):    

                     Onze Vader, die in de hemelen zijt,

                     wilt aan allen zenden

                     Uw Engel van de Vrede;

                     en naar onze kennis

                     de Engel der Wijsheid.

 

Zondag middag: (Vrede met het Koninkrijk

               van Moeder Aarde):

                     Onze Vader, die in de hemelen zijt,

                     wilt aan allen zenden

                     Uw Engel van de Vrede;

                     en naar het koninkrijk van Moeder Aarde

                     de Engel van de Vreugde.

                     

Zaterdag middag: (Vrede met het Koninkrijk van

                de Hemelse Vader):

                     Onze Vader, die in de hemelen zijt,

                     wilt aan allen zenden

                     Uw Engel van de Vrede;

                     en naar Uw Koninkrijk, o Hemelse Vader, 

                     Uw Engel van het Eeuwige Leven.

Snel naar Boven

DE AVONDCOMMUNIES ZELF

Hier volgen de woorden van de avondcommunies met de Hemelse Vader en zijn Engelen:

1

De Vrijdagavond-Communie met de Hemelse Vader begon als volgt:

"De Hemelse Vader en ik zijn Eén."

Mettertijd bracht deze Communie eenheid met de eeuwige en onbegrensde kosmische oceaan van alle hogere straling van alle planeten, terwijl het kosmische bewustzijn wakker wordt ge­maakt en de individu uiteindelijk vereend wordt met de Allerhoogste Macht.

2

De Zaterdagavond-Communie met de Engel van het Eeuwige Leven luidde:

"Engel van het Eeuwige Leven, daal op mij neer en geef mijn geest het Eeuwige Leven."

Terwijl deze woorden gesproken werden contempleerde de individu over de eenheid met de gedachtestromen van de hogere planeten en verzamelde hij kracht om de sfeer van zwaarte­kracht van de aardse gedachtestromen te overwinnen.  

3

Op Zondagavond gaf de Communie met de Engel van Scheppend Werk de volgende opdracht: "Engel van Scheppend Werk, daal neer op de mensheid en geef aan alle mensen overvloed."

Nu contempleerde men over bijen die aan het werk waren en concentreerde men zich op het creatieve werk van de mensheid op alle terreinen van het bestaan.  

4

De Maandagavond-Communie met de Engel der Vrede werd gedaan met de volgende woorden: "Vrede, vrede, vrede, Engel van de Vrede, Wees altijd overal."

De individu contempleerde nu over de wassende maan en het maanlicht en riep om algehele vrede op alle terreinen van het bestaan en visualiseerde die.  

5

De Dinsdagavond-Communie met de Engel van de Kracht luidde: "Engel van de Kracht, daal neer op mijn Handelend Lichaam en leid mij bij al mijn daden."

Terwijl hij contempleerde over de sterren, hun straling en de kosmische oceaan van Leven voelde de individu dat het zenuwstelsel van zijn Handelend Lichaam de kosmovitale kracht van de sterren in zich opnam.                    

6

De Woensdagavond-Communie was met de Engel van de Liefde. De volgende woorden werden gesproken: "Engel van de Liefde, daal neer op mijn Gevoels-Lichaam en zuiver al mijn gevoelens."

Terwijl dit werd gezegd, zond het Gevoels-Lichaam zowel hogere stromen van gevoel uit naar alle wezens op de aarde en in de kosmische oceaan der Liefde als dat het die daarvan aantrok.  

7

De Donderdagavond was toegewijd aan de Engel der Wijsheid die als volgt toegesproken werd: "Engel van de Wijsheid, daal neer op mijn Gedachten-Lichaam en verlicht al mijn gedachten."

Hogere stromen van gedachten werden dan uitgezonden en aangetrokken door het Gedachten-Lichaam terwijl de individu contempleerde over alle gedachten op de aarde en in de kosmi­sche oceaan van gedachten.

Dit zijn de traditionele woorden van de Communies met Moeder Aarde en de Hemelse Vader en hun Engelen. Het cumulatieve ( steeds sterker wordende, Vert.) effect van het regelmatig elke week herhalen van elk van deze Communies stelt de individu vroeger of later, afhankelijk van zijn of haar capa­citeit, doorzettingsvermogen en de mate van zijn ontwikkeling, in staat om die stromen van energie in alle manifestaties van zijn bewustzijn voor zijn eigen ontwikkeling en die van de gehele mensheid en de planeet in zich op te nemen, benutten en te leiden. 

 

 

                                                                      p51he

"Moge Hij u zegenen met allerlei goeds,

moge Hij u behoeden voor alle kwaad

en uw hart verlichten met de kennis van het leven

en u begunstigen met eeuwige wijsheid.

En moge Hij u Zijn Zevenvoudige zegeningen geven

voor eeuwigdurende Vrede."

Uit: "Het Handboek der Discipline"

van de Dode Zee Rollen.

p52he

Snel naar Boven

 


DE ZEVENVOUDIGE VREDE

De Zevenvoudige Vrede van de Essenen omvatte het totaal van hun inwendige leer. Hun Boom des Levens en de Communies leerden de mens zijn verwantschap met de veertien krachten van de zichtbare en de onzichtbare wereld. De Zevenvoudige Vrede legt zijn relatie uit tot de delen van zijn eigen wezen en zijn medemensen en laat zien hoe hij vrede en harmonie kan creëren op de zeven terreinen van zijn leven.

Harmonie betekende voor de Essenen: vrede. Zij geloofden dat het leven van een mens in zeven afdelingen verdeeld kan worden: fysiek, mentaal, emotioneel, sociaal, cultureel, de relatie tot de natuur en de relatie tot de gehele kosmos.

De mens, zo geloofde men, heeft drie soorten van lichaam die in elk van die afdelingen functioneren: een handelend lichaam, een gevoelslichaam en een denklichaam (gedachtenlichaam). De hoogste kracht van het denklichaam is wijsheid. De hoogste kracht van het gevoelslichaam is liefde. De functie van het handelend lichaam is, de wijsheid van het denklichaam en de liefde van het gevoelslichaam te vertalen in actie in de sociale en culturele wereld van de individu en in zijn benutting van de aardse en hemelse krachten.

De Zevenvoudige Vrede legt de benutting van die machten en krachten uiterst duidelijk uit. Elke mid-dag werd een Vredes-Contemplatie gehouden met één aspect van de vrede. En elke Sabbat was collectief gewijd aan één ervan, zodat de volledige cyclus die tijdens de duur van zeven weken voltooid werd alle fasen van het leven van de mens bestreek.

I - VREDE MET HET LICHAAM

Het woord dat de Essenen gebruikten om het fysieke lichaam aan te duiden, zowel in het Aramees als in het Hebreeuws, duidde de functie van het lichaam aan: handelen, bewegen.

Dit verschilt hemelsbreed van de andere zienswijzen. De Grieken bijvoorbeeld verheerlijkten het lichaam wegens zijn esthetische kwaliteiten, zijn proporties en schoonheid en waren zich niet bewust van enig dieper doel. De Romeinen beschouwden het lichaam gewoon als een instrument voor kracht en macht om naties te veroveren en de Romeinse adelaar in verre landen in de bodem te planten. De middeleeuwse Christenen verachtten het lichaam en beschouwden het als oorzaak van alle problemen van de mens, een barrière tussen mens en God.

De Essenen hadden een veel dieper begrip hieromtrent dan de eerder genoemden. Zij wisten dat alle wetten van de natuur en de kosmos gemanifesteerd worden in het handelend lichaam, dat zich gedurende honderdduizenden jaren ontwikkeld heeft; daarin kan ook de sleutel tot het gehele universum gevonden worden.

Zij bestudeerden het in relatie tot de rol van de mens in het universum en hun visie op die rol was grootser dan enige andere ooit geweest is. Zij geloofden dat de mens drie rollen speelt: de eerste bij zijn individuele ontwikkeling; de tweede ten aanzien van de planeet waarop hij woont, en de derde als deel van de kosmos.

Het handelend lichaam is belangrijk bij al deze drie rollen. Het is geschapen door God, gecreëerd door de wet om de Schepper te dienen en op geen enkele wijze inferieur aan enig ander hulpmiddel van de mens of ook maar iets anders in het universum. Het is klaar voor het moment dat de mens bewust gebruik zal gaan maken van de aardse en spirituele energiën ervan.

De Essenen wisten dat de mens geen geïsoleerd wezen is dat alleen is in het universum, maar slechts één temidden van de andere wezens op deze aarde en andere planeten, die allen handelende lichamen hebben die zich ontwikkelen, net als dat van de mens. Al die handelende lichamen zijn daarom verwant aan elkaar en beïnvloeden elkaar. Eenieder's individuele lichamelijke gezondheid en vitaliteit zijn daarom van uiterste belang voor zowel hemzelf als voor alle andere wezens op aarde en op alle andere planeten.

De dagelijkse praktijken van de Essenen waren ontleend aan die dynamische alzijdige visie op het handelende lichaam als integraal deel van het gehele universum en hun buitengewone gezondheid en vitaliteit was daar een resultaat van.

Zij die toetraden tot hun Broederschappen werden erin getraind, hun handelend lichaam te perfectioneren in al die drie rollen en zij werden erin onderwezen, hoe zij het moesten aanpassen op het voortdurend veranderende krachtenveld waarin het leeft en beweegt.

Het effect van verschillende soorten voedsel en van alle verschillende natuurkrachten van de aarde (zon, lucht en water) op het lichaam werd hun

tuurkrachten van de aarde (zon, lucht en water) op het lichaam werd hun ook onderwezen. Zij moesten bepaalde rituelen volgen om die krachten te benutten, zoals ze iedere dag beginnen met een bad en afwassing met koud water en het lichaam éénmaal per dag een zonnebad te geven. Door ervaring in de praktijk leerden zij ook de vitaliserende kracht van het werk in de velden, wijngaarden en tuinen kennen.

Zij leerden hoe ziekte wordt veroorzaakt door afwijken van de wet en hoe ze de ziekten die het gevolg waren van het afwijken moesten genezen. Ook werden hun de kwaliteiten en genezende krachten van verschillende kruiden en planten en van de heliotherapie en hydrotherapie (genezing door toepassing van zon en water) geleerd en het juiste dieet voor elke kwaal. Zij kregen instructie in de juiste wijze van ademhaling (vgl. Mazdaznan!,Vert.)en de macht die gedachten-kracht heeft over het handelend lichaam.

Zij leerden de materiële en spirituele waarde van matigheid in alle dingen kennen en dat vasten een wijze was om het lichaam te regenereren en wilskracht te ontwikkelen en op die wijze hun spirituele kracht te doen toenemen.

Die praktijken gaven het handelend lichaam vrede en harmonie. Maar toch werd er nooit tevéél belang aan toegekend. De aandacht en zorg die zij eraan besteedden waren uitsluitend om het in goede gezondheid te houden als werktuig waarmee ze daden van wijsheid en liefde jegens hun medemens konden volvoeren. Op die wijze had het handelend lichaam deel aan de ontwikkeling van de individu, de planeet en de kosmos, en stelde de individu zo in staat om medeschepper met de wet en God te worden.

Dit was de eerste vrede die beoefend werd door de Essenen: vrede met het lichaam. (De "M", of het Materiële bij de Mazdaznan, Vert.)

II - VREDE MET DE GEEST

De essentie van de leer over de Zevenvoudige Vrede was geconcentreerd rondom de vrede met de geest; de geest was namelijk in de Esseense terminologie de schepper van de gedachte. De Essenen geloofden dat de gedachte een hogere kracht was, die sterker was dan zowel de kracht van zowel gevoel als handeling, omdat hij zèlf de aanzet tot beiden geeft.

De totaliteit aan gedachten van de individu werd het denklichaam, of gedachtenlichaam genoemd. (het Denklichaam is te vergelijken met de"I" ofwel het Intellectuele, bij de Mazdaznan-leer) De totaliteit van gedachten in alle honderden miljoenen op het hele aardoppervlak vormt het planetaire denklichaam en de totaliteit van alle gedachten in het hele universum vormt het kosmische denklichaam ofwel de kosmische oceaan van gedachten.

De Essenen geloofden dat het denklichaam van de individu net als zijn handelend lichaam drie functies had: een individuele, een planetaire en een kosmische functie.

De individuele functie is: de gedachten-kracht te benutten voor het leiden en richten van de stromen van gevoel in het gevoelslichaam van de individu en de handelingen van zijn handelend lichaam. Het denklichaam kan dit doen omdat dit het gevoelslichaam en het handelend lichaam door en door doordringt.

De planetaire functie is: het bijdragen van edele en verheffende gedachten aan het planetaire denklichaam. De gedachten van een individu vormen een krachtveld om hem heen dat te vergelijken is met het magnetische veld om een magneet-pool heen. De gedachten van de individu stromen voortdurend dit krachtveld in en ook worden ze uitgezonden en ook ontvangt het gedachtenstromen van het planetaire denklichaam waarvan het deel uitmaakt. Elke individu leeft, beweegt, denkt, voelt en handelt zodoende binnen die hem omringende planetaire atmosfeer van gedachten, waaraan hij zelf ook voortdurend bijdraagt. Hij is verantwoordelijk voor de gedachten die hij bijdraagt, voor alle gedachten die hij uitzendt.

De derde functie van het denklichaam, zijn kosmische functie, is niet zo gemakkelijk vervuld. De kosmische oceaan van gedachten, waarvan de planetaire gedachten-atmosfeer slechts een oneindig klein deeltje vormt, bestaat uit alle gedachten in het universum die verheven genoeg zijn om bevrijd te raken van de planetaire krachten die ze op hun bepaalde eigen planeet vasthouden. Slechts die allerhoogste gedachten die de planetaire zwaartekracht van hun eigen planetaire atmosfeer overwonnen hebben worden verenigd met de oneindige kosmische oceaan van gedachten.

Die kosmische oceaan van gedachten vertegenwoordigt de perfectionering van de wet, de almachtigheid van de wet en de alom-tegenwoordigheid van de wet. Hij heeft altijd al bestaan en zal altijd blijven bestaan. Hij is ouder dan alle planeten van het zonnestelsel, ouder dan het tegenwoordige zonnestelsel zelf en dan de melkweg en het ultra-galactische stelsel.

Hij is eeuwig en oneindig en leidt alle stappen van de kosmische en planetaire ontwikkeling in de oneindige kosmische oceaan van leven.

De kosmische functie van ieders denklichaam is: gedachten van zo'n veel hogere kwaliteit te scheppen dat zij zich kunnen verenigen met die kosmische oceaan van gedachten.

De Essenen geloofden dat het denklichaam het grootste geschenk is dat hij van zijn Schepper gekregen heeft. Want dàt alleen stelt hem in staat om zich bewust te worden van de Wet, hem te begrijpen, in harmonie ermee te werken, de manifestaties ervan in al zijn contexten te herkennen in zichzelf, in elke cel en molecule van zijn fysieke lichaam, in al het bestaande en zich zijn alom-tegenwoordigheid en almachtigheid te realiseren. Door zich bewust te worden van de Wet,

door hem te begrijpen, door ermee in harmonie te handelen, wordt de mens mede-schepper naast God; in het gehele universum bestaat er niets dat van hogere waarde is.

Door die allersterkste gedachten-kracht, die grootste van alle schatten die de mens bezit en zijn aanspraak op edelheid, heeft de mens het vermogen en de vrijheid om alles te bereiken wat hij wèrkelijk wil, om alles te bereiken waarnaar hij

streeft dat in harmonie is met de Wet en daardoor in de eeuwige staat van perfectie te leven die de Wet is.

Wanneer de mens in harmonie met de Wet denkt kan hij èlke disharmonie die hij in het verleden gecreëerd heeft alsnog herstellen tot harmonie en kan hij zijn denklichaam, zijn gevoelslichaam en zijn handelend lichaam herscheppen. Hij kan àlle ziekten van zijn stoffelijke lichaam genezen en volledige harmonie in zijn omgeving en wereld scheppen.

Maar wanneer de gedachtenstromen in het denklichaam niet in overeenstemming met de Wet zijn kan niets anders harmonie scheppen in de wereld van de individu.

De Essenen wisten dat slechts een kleine minderheid van de mensheid gebruik kan maken van de grote capaciteit van het denklichaam. Zij wisten dat de meerderheid zijn denklichaam volkomen willekeurig gebruikt zonder zich te realiseren dat hun gedachten gebruikt kunnen worden om op te bouwen of te vernietigen. Een bijna automatische opeenvolging van gedachten, ideeën en gedachtenassociaties gaat zonder bewuste richting door hun geest. En toch kunnen zèlfs die dwalende gedachten-elementen sterke krachten in het leven roepen die het gevoelslichaam en het handelend lichaam volledig doordringen, elk atoom en elke cel doordringen en elk deeltje ervan in vibratie brengen. Van die vibraties gaat straling uit die, afhankelijk van de aard van de gedachte, harmonieus of onharmonieus is.

Wanneer de mens zich niet bewust wordt van het bestaan van de Wet, zal hij er zonder te weten van afwijken omdat hij omringd wordt door krachtvelden van onharmonieuze gedachten die hem aanzetten tot afwijken van de Wet. Die afwijkingen veroorzaken alle imperfecties in deze wereld, alle beperkingen en negativiteit in zijn gedachten en gevoelens en lichamelijk welzijn, zijn omgeving, in de samenleving en op de gehele planeet. Elke keer dat de mens een lagere gedachte creëert of toelaat, laat hij een slechte kracht toe in zijn wereld.

Die slechte gedachte reageert naarmate de sterkte ervan op zijn gevoelslichaam. Dit veroorzaakt een emotionele onbalans in zijn gevoelslichaam, die op zijn beurt weer reageert op zijn fysieke lichaam.

Die onevenwichtigheid veroorzaakt automatisch weer verdere afwijkingen, verdere disharmonie, verdere ziekten in het gevoels- en gedachtenlichaam. En die disharmonie en die ziekten veroorzaken een onharmonieuze atmosfeer rondom de individu die de gedachten-, gevoels- en handelende lichamen beïnvloedt van alle anderen die zich niet bewust zijn van de Wet en die niet weten hoe zij zich moeten beschermen tegen het ontvangen van al die slechte gedachten die door elke enkele afwijking van gedachten van een individu al in het leven geroepen worden.

Dus èlke individu die een slechte gedachte heeft, een beperkende, negatieve of onharmonieuze gedachte, zet een kettingreactie van afwijkingen in werking die zich verspreidt over de gehele planeet en alle planetaire werelden en daar zelfs nog verdere afwijkingen, negatieve gedachten, beperkingen en disharmonie veroorzaakt.

Die disharmonie is net zo besmettelijk als vele ziekten dat zijn. Maar de grote Esseense meesters onderwezen de mens hoe hij die golven van disharmonie direct bij de oorsprong kon voorkomen, al vóórdat de eerste onharmonieuze gedachte gevormd wordt. Zij onderwezen de juiste wijze van denken, de manier om nooit van de Wet af te wijken en nooit ook maar enige gedachte toe te laten tot het bewustzijn die niet volledig perfect waren. Die grote meesters onderwezen ook dat de mens vrij is om mèt de wet mee te werken als hij dat verlangt, zodat hij een steeds grotere harmonie en perfectie creëert in zijn eigen wereld en in de wereld buiten hemzelf. De mens probeert voortdurend manieren te ontwikkelen om zijn leef-omstandigheden te verbeteren. Maar hij doet dit maar al te vaak zonder de Wet in acht te nemen. Hij probeert vrede en harmonie te vinden door materiële middelen, technische ontwikkelingen en economische systemen terwijl hij zich niet bewust is dat de omstandigheden van disharmonie die hij zelf heeft veroorzaakt nooit door materiële middelen verholpen kunnen worden. De oceaan van lijden en disharmonie die de mensheid heeft gecreëerd kan slechts teniet gedaan worden wanneer de mensheid de wet van de harmonie in het denklichaam in werking laat treden. Slechts door volledig meewerken met de Wet kan vrede en harmonie op de planeet worden gebracht. Dat is de leer van de oude Essenen wat betreft vrede met de geest.

III- VREDE MET DE FAMILIE

De derde soort vrede van de Essenen, vrede met de familie, heeft te maken met vrede in het gevoelslichaam, harmonie in de emoties. Met de term familie bedoelden de Essenen de personen uit de directe omgeving van de individu, de mensen die in zijn dagelijks leven en gedachten voorkomen: zijn familie, verwanten, vrienden en collega's. Volgens de Esseense overlevering is de harmonie met die mensen afhankelijk van het gevoelslichaam. De natuurlijke functie van het gevoelslichaam is: liefde uitdrukken.

Dit is de mensheid keer op keer verteld door de grote meesters: Jezus, Buddha, Zoroaster, Mozes en de Profeten.Aan de mens is de wet gegeven dat hij van zijn Schepper moet houden met zijn gehele denk-, gevoels- en handelende lichaam. Het leven in al zijn ambiances, dimensies en verschijningsvormen is een demonstratie van scheppende liefde.

Goddelijke liefde is een grote kosmische kracht, een kosmische functie. Het is de wet van àlledrie de lichamen van de mens, maar hij wordt het krachtigst uitgedrukt door middel van het gevoelslichaam. Het gevoelslichaam bestaat uit alle stromen van gevoel en emotie die een individu ervaart en zelf uitzendt, de atmosfeer rondom hem heen in.

Net zoals de denklichamen van alle individuen op de hele planeet er een gedachten-atmosfeer rond-omheen creëren, creëren alle gevoelslichamen een planetaire gevoelsatmosfeer die onzichtbaar en onschatbaar is, maar die een enorme invloed en macht heeft. Elk gevoel en elke emotie die door een individu gecreëerd worden gaan deel uitmaken van de gevoelsatmosfeer van de aarde en veroorzaken een resonans van meetrillen met alle soortgelijke gevoelens in de atmosfeer van de aarde.

Wanneer er een lager gevoel wordt uitgezonden, raakt de schepper ervan onmiddellijk afgestemd op alle soortgelijke lagere gevoelens in het gevoelslichaam van de aarde. Zodoende opent hij de poort voor een vloedgolf van destructieve kracht die eraan komt stormen en zijn gevoel, en vaak ook zijn geest, begint te overheersen en die zijn eigen lage gevoelens versterkt net zoals een luidspreker geluid versterkt of intensiveert. Die destructieve kracht beïnvloedt het fysieke lichaam van de individu direct. Hij tast het functioneren van de endocriene klieren en het hele klierenstelsel aan. Hij produceert doet ziekte-cellen ontstaan die de vitaliteit verminderen, het leven bekorten en die resulteren in oneindig lijden. Het is dus ook niet verwonderlijk dat de statistieken zo enorm hoge getallen aantonen van zenuw- en andere ziekten, ondanks het enorme aantal hospitalen, sanatoria, medische organisaties, laboratoria en de vorderingen die op het gebied van hygiëne en geneeskunst gemaakt zijn.

Door zijn gevoelslichaam is de mens een zichzelf vergiftigende automaat geworden wegens zijn afwijken van de wet, zijn handelen zonder enige kennis van de wet, ertégen in plaats van in overeenstemming ermee.

De Essenen wisten dat er zich in het gevoelslichaam van bijna iedereen een enorme hoeveelheid disharmonie bevindt. En door het bestuderen van het gevoelslichaam van baby's en van de primitieve mens vonden ze uit hoe dit kwam.

Het gevoelslichaam van een baby neemt het eerste het verschijnsel van het primitieve instinct tot zelfbehoud van het kind in zich op. Angst rijst naar aanleiding van een plotselinge beweging of geluid, woede komt op door het beperken van de vrijheid van de baby en liefde ontstaat door het bevredigen van zijn honger en andere behoeften. Angst en woede zijn lagere gevoelens, het gevoel van liefde is bij de baby, hoewel het op zich genomen een hoger gevoel is, nog maar rudimentair aanwezig. Het gevoelslichaam van de baby is een vulkaan van emoties, waarvan de meeste lager zijn. Zijn denk- lichaam functioneert nog niet. Een primitief mens heeft een soortgelijk gevoelslichaam.

Zijn emoties, die al evenzeer geconcentreerd zijn op het instinct tot zelfbehoud, zijn een sterke kracht die zijn embryonale denklichaam compleet overheersen.

Zowel bij een kind als bij een primitieve mens ontwikkelt het gevoelslichaam zich lang voor het denklichaam. Dit is nodig om het fysieke lichaam tegen gevaar te beschermen en zo zijn leven te behoeden. Het instinct tot zelfbehoud is een natuurwet. Het is volledig in harmonie met de wet om ermee in overeenstemming te handelen totdat de mens de macht heeft ontwikkeld om te denken en een weg uit het gevaar te beredeneren.

Maar omdat het gevoel al een zo veel langere tijd dan het denken heeft gefunctioneerd, neigt het ertoe, het denken te domineren, zelfs nadat het kind opgegroeid is en de primitieve mens beschaafd is geworden. Bij de overgrote meerderheid van de mensheid van tegenwoordig overheerst het gevoelslichaam het denklichaam.

Dat is de oorzaak van het allereerste afwijken van de wet door de mens. Door de macht van het denken kan de mens elke situatie in zijn leven veel adequater aan dan door onnadenkende emotie. Maar het handelen van de meeste mensen is veel vaker een uitdrukking van impulsen in het gevoelslichaam dan van redelijk denken. Dit resulteert in een enorme onbalans in hun lichaam. Omdat de volwassen beschaafde mens zich zover ontwikkeld heeft dat hij kan denken, zou het denken hem bij zijn handelingen moeten leiden. Wanneer hij toestaat, dat ze overheerst worden door emoties en gevoelens, zoals dat in zijn kindertijd ook het geval was, laat hij zijn kracht geheel uit hun ritme en harmonie geraken.

Dat veroorzaakt een toestand van psychologische terugval in zijn hele bestaan. Als gevolg daarvan blijven zijn daden en handelingen egocentrisch en egoïstisch net als die van een kind of een primitieve mens. Maar wanneer hij niet langer een wilde of een kind is, wijkt hij af van de wet wanneer hij zich gedraagt als een kind of een primitieve mens. Zijn instinctieve impulsen kunnen de vooruitgang van de evolutie alleen maar dienen wanneer ze door het denkvermogen worden gecontroleerd.

Er zijn geen verdere consequenties verbonden aan deze afwijking van de wet. De natuur heeft de mens het vermogen tot denken gegeven dus hij kan in staat zijn om zijn wetten te begrijpen en in harmonie daarmee te leven. De mens kan door te denken een veel hogere graad van evolutie bereiken dan door te leven op zijn instinct. Dus wanneer hij zijn gevoelslichaam de overheersende macht bij zijn handelen laat blijven vertraagt hij niet alleen zijn eigen ontwikkeling, maar ook die van de planeet.

Wanneer hij geen moeite doet om de wet te begrijpen, maar hem veronachtzaamt en daardoor kennis ervan ontbeert, moet hij zijn eigen wetten maken, kleine kunstmatige wetjes van egocentrisme en egoïsme. En die veroorzaken weer scheidingsmuren tussen hemzelf en de rest van het mensengeslacht, tussen hemzelf en de natuur en tussen hemzelf en de Grote Wet, de Schepper.

De eerste afwijking van de wet door de mens, met zijn gevoelslichaam, zet de lange aaneenschakeling van afwijkingen in werking die alle menselijke disharmonie en al zijn lijden op deze aarde veroorzaakt.

Alle grote leermeesters der mensheid gedurende duizenden jaren hebben de mens al gewaarschuwd voor de consequenties van het afwijken van de wet van het gevoelslichaam. Buddha wees er al op hoe dit resulteert in lijden: lijden voor de individu en lijden voor de gehele mensheid.

De Essenen lieten zien dat het gevoelslichaam het allerkrachtigste middel kan zijn voor het voortbrengen van gezondheid, vitaliteit en geluk en dat door het op juiste wijze functioneren ervan, door het tot uitdrukking brengen van liefde, de mens het koninkrijk der hemelen in en rondom zichzelf en het gehele mensengeslacht.

De vrede met de familie van de Essenen is de Grote Wet, uitgedrukt in de liefde tussen mensen, een wet die de kinderen kennen, maar waar de volwassen mens vaak geen weet van heeft.

IV- VREDE MET DE MENSHEID

De vierde vrede van de Essenen had te maken met harmonie tussen groepen mensen, met sociale en economische vrede. De mensheid heeft nooit, in geen enkel tijdperk van de hele geschiedenis, sociale vrede genoten. De ene mens heeft altijd de andere economisch uitgebuit en hem politiek en met militair geweld onderdrukt.

De Essenen wisten dat die onrechtvaardigheden veroorzaakt waren door afwijking van de wet. Precies dezelfde afwijkingen die disharmonie veroorzaken in het persoonlijke leven van de mens: in zijn handelend-, denk- en gevoelslichaam, veroorzaken ook rijkdom en armoede, meesters en slaven en sociale onrust. De Essenen beschouwden zowel rijkdom als armoede als een resultaat van het afwijken van de wet.

Grote rijkdom is, zo geloofden zij, samengebundeld in de handen van weinigen als gevolg van de uitbuiting op de ene of andere wijze van de ene mens door de andere. Dit heeft zowel voor de onderdrukker als voor de onderdrukte ellende veroorzaakt. De grote massa voelt haat en de daaraan verwante destructieve emoties. Dit veroorzaakt angst in het hart van de uitbuiters: angst voor oproer, angst voor verlies van bezittingen en zelfs voor verlies van hun leven.

Ze vonden dat armoede een even grote afwijking van de wet was. Een mens is arm vanwege een verkeerde houding in zijn denken, voelen en handelen. Hij is onwetend over de weten werkt niet in overeenstemming ermee. De Essenen lieten zien dat er voor iedereen een overvloed is van alles wat een mens maar nodig kan hebben voor eigen gebruik en welzijn.

Gebrek en overvloed zijn beide kunstmatige toestanden, afwijkingen van de wet. Zij veroorzaken de vicieuze cirkel van vrees en oproer, een voortdurende atmosfeer van disharmonie die het denk-, gevoels- en handelende lichaam beïnvloedt van rijk èn arm en voortdurend een toestand van onrust, oorlog en chaos veroorzaakt. En zo is het gedurende de gehele vastgelegde geschiedenis gegaan.

De rijken lijden net zo goed als de armen onder de consequenties van hun afwijken. De Essenen wisten dat er geen mogelijkheid was om te ontsnappen aan die vicieuze cirkel van onderdrukking, haat en geweld, oorlog en revolutie, behalve dan door de onwetendheid van elk individu in de hele wereld te veranderen.

Zij wisten dat het voor een individu heel lang duurt om zijn denkbeelden, gedachten en gewoontes te veranderen en met de wet mee te werken. De individu zèlf moet veranderen; niemand anders kan dat voor hem doen.

Maar een steeds hogere mate van begrip van de wet kan geleidelijk aan tot stand gebracht worden, zo geloofden de Essenen, door te onderwijzen en het goede voorbeeld te geven.

Zij onderwezen een totaal tegengestelde leefwijze dan zowel armoede als grote rijkdom. Zij lieten in hun dagelijks leven zien dat wanneer de mens in overeenstemming met de wet leeft, de wet probeert te begrijpen en er bewust mee samenwerkt, hij geen gebrek zal kennen. Dan zal hij in staat zijn om een al-zijdige harmonie in elke handeling, gedachte en gevoel te handhaven en zal hij al zijn behoeften vervuld zien.

De oplossing die de Essenen boden voor het bereiken van economische en sociale harmonie kan in elke tijd toegepast worden, tegenwoordig net zo goed als in het verleden. Hij bestond uit vier factoren:

De Essenen trokken zich terug uit de disharmonie van de grote en kleine steden en vormden broederschappen aan de oevers van meren en rivieren, waar ze in gehoorzaamheid aan de wet konden leven en werken. Daar vestigden ze economische en sociale systemen die volledig gebaseerd waren op de wet. In hun broederschappen waren geen armen en geen rijken. Niemand had behoefte aan iets dat hij niet had en niemand had een overmaat aan dingen die hij niet kon gebruiken. Zij beschouwden de ene toestand namelijk als even ontaard als de andere. Zij lieten de mensheid zien dat 'mensen dagelijks brood, zijn voedsel en al zijn materiële behoeften door kennis van de wet zonder strijd verkregen kunnen worden. Strikte regels en voorschriften waren niet nodig want allen leefden in overeenstemming met de wet. Orde, doelmatigheid en individuele vrijheid bestonden naast elkaar. De Essenen waren uiterst praktisch en ook bijzonder spiritueel en intellectueel.

Zij deden niet mee aan politiek en hingen geen politieke partij aan omdat zij wisten dat politieke noch militaire middelen de chaotische toestand van de mens konden veranderen. Zij toonden door hun eigen concrete voorbeeld aan dat uitbuiting en onderdrukking van anderen volledig onnodig waren. Vele economisch- en sociaal- historici beschouwden de Essenen als de eerste sociale hervormers van de wereld op uitgebreide schaal.

Hun broederschappen waren deels coöperatief. Elk lid van de groep had zijn eigen huis en een tuin die groot genoeg was om zelf te verbouwen wat hij zelf precies wilde hebben. Maar hij nam ook deel aan gemeenschappelijke activiteiten waar zijn diensten ook maar nodig waren, zoals bij het weiden van dieren, het planten en oogsten van gewassen die op grote schaal het voordeligst verbouwd konden worden.

Zij waren zeer bedreven in de landbouw en een gedegen kennis van de plantenwereld, de bodem en de klimatologische omstandigheden. In relatief woestijnachtig gebied verbouwden zij een grote variëteit aan fruit en groente van de hoogste kwaliteit en in zo'n overvloed dat ze regelmatig over hielden om aan de behoeftigen uit te delen. Hun wetenschappelijke kennis was zo groot dat ze dit alles in relatief weinig uren per dag konden doen, zodat zij ruim voldoende tijd overhielden voor hun studie en spirituele gebruiken.

De natuur was hun Bijbel. Zij beschouwden tuinieren als educatief,een sleutel tot het begrijpen van het gehele universum, die al zijn wetten onthulde, net zoals het handelend lichaam dit doet. Hun hele leven lang lazen en bestudeerden zij het grote boek der natuur, in al hun broederschappen, als een onuitputtelijke bron van kennis, energie en harmonie. Wanneer zij in hun tuinen groeven en voor hun planten zorgden, hielden zij communie met de dingen die te maken hebben met de groei: de bomen, de zon, de bodem en de regen. Uit al die krachten verkregen zij hun educatie, voldoening en afleiding.

Een van de redenen voor hun grote succes was die houding tegenover hun werk. Zij beschouwden het niet als werk maar als een manier om de natuur-krachten en -wetten te bestuderen. In dat opzicht verschilde hun economisch stelsel van alle andere. De groente en fruit die zij produceerden waren slechts de toevallige resultaten van hun activiteiten; hun echte beloning lag in de kennis, harmonie en vitaliteit die zij erdoor verkregen als verrijking van hun leven. Tuinieren was bij hun een ritueel; een grote, indrukwekkende stilte heerste wanneer zij in harmonie met de natuur werkten en ware koninkrijken des hemels creëerden in hun broederschappen.

Hun economische en sociale organisatie was slechts één fase van hun gehele systeem van leven en onderwijs. Deze werd beschouwd als een middel, niet als doel. Zodoende was er in al hun activiteiten: gedachten, gevoelens en daden, een dynamische eenheid en harmonie. Zij gaven allen vrijelijk van hun tijd zonder dat ieders bijdrage mathematisch opgemeten en vergeleken werd. Door die harmonie in elke individu vorderde de evolutie van elke individu gestaag.

De Essenen wisten dat het vele generaties duurt om mensen of de mensheid als geheel te veranderen, maar zij zonden leermeesters en genezers vanuit hun broederschappen uit, wier levens en verrichtingen de waarheden die zij onderwezen duidelijk maakten en stukje bij beetje het begrip van de mensheid en het verlangen om in overeenstemming met de wet te leven deden toenemen. Eeuwenlang zond de Esseense broederschap bij de Dode Zee zulke leraren uit als Johannes de Doper, Jezus en Johannes de geliefde discipel. Keer op keer waarschuwden zij voor de gevolgen van het op sociaal en economisch gebied afwijken van de wet door de mens.

Profeet na profeet werd erop uitgestuurd om te waarschuwen voor de gevaren die teweeg werden gebracht door de sociale onrechtvaardigheid die zelfs toen al bestond, net als tegenwoordig. Niet alleen werden individuen en groepen gewaarschuwd, maar er werd aangetoond dat eenieder die op een of andere wijze degene die van de wet afweek hielp of met hem samenwerkte, ook gevaar liep. De overgrote meerderheid van de mensheid luisterde niet en kreeg geen enkel begrip van sociale en economische vrede. Slechts de weinigen die wat meer ontwikkeld waren, bekommerden zich erom. Hiervan werden er enkelen uitgekozen om als voorbeeld van vrede en harmonie in alle aspecten van het bestaan te werken in de broederschappen.De Essenen wisten dat de minderheid die de wet begrijpt en gehoorzaamt door het cumulatieve effect van voorbeeld en onderwijs eens op een dag gedurende generaties zal gaan toenemen en uiteindelijk de meerderheid van de mensheid zal gaan vormen.

Alleen dàn zal de mensheid deze, vierde vrede van de Essenen kennen: vrede met de mensheid.

V- VREDE MET DE CULTUUR

Vrede met de cultuur heeft te maken met het benutten van de meesterwerken van wijsheid uit alle tijdperken, inclusief het tegenwoordige. De Essenen geloofden vast dat de mens zijn rechtmatige plaats in het universum slechts kan innemen door alle mogelijke wijsheid van de grote leringen die door meesters der wijsheid aan de mensheid geschonken zijn, in zich op te nemen.

Volgens de Esseense overleveringen vertegenwoordigden die meesterwerken één-derde van alle kennis. Zij geloofden dat er drie manieren waren om de waarheid te vinden. Eén is het pad der intuïtie dat gevolgd werd door mystici en profeten. Een andere is het pad der natuur, dat van de wetenschapper. De derde is het pad der cultuur, die van de grote meesterwerken der literatuur en kunst. De Essenen bewaarden vele manuscripten in hun broederschappen die ze bestudeerden volgens een methode die bij geen enkele andere gedachtenstroming in de oudheid teruggevonden kan worden. Zij bestudeerden ze door het volgen van de eerste twee paden naar de waarheid: intuïtie en de natuur.

Door middel van de intuïtie probeerden zij de oorspronkelijke hogere intuïtie van de meester te begrijpen en op die wijze hun eigen hogere bewustzijn op te wekken. Door middel van de natuur, waaruit de grote meesters vergelijkingen trokken om hun intuïtieve kennis voor de grote massa uit te drukken, brachten de Essenen hun eigen intuïtieve waarnemingen in verband met de leringen van de meesters. Door dat voortdurende vergelijken tussen de natuur, hun eigen intuïtie en de grote meesterwerken van de cultuur werd hun eigen individuele ontwikkeling bevorderd.

Het werd ook beschouwd als eenieders plicht om zich de wijsheid van die meesterwerken eigen te maken opdat de ervaring, kennis en wijsheid die alreeds waren bereikt door vorige generaties, benut konden worden.

Zonder die leringen zou de vooruitgang en ontwikkeling van de mensheid veel langzamer gaan dan anders, omdat dan elke generatie telkens opnieuw zou moeten beginnen. In de universele cultuur heeft de mens de planeet iets nieuws gebracht en zodoende is hij een schepper geworden, een mede-schepper samen met God. Op die wijze vervult hij zijn functie op deze planeet door het werk der schepping voort te zetten. De universele cultuur is van grote waarde voor de mensheid, gezien van twee andere standpunten. Ten eerste vertegenwoordigt hij de hoogste idealen die de mensheid altijd heeft gehad. Ten tweede vertegenwoordigt hij een al-zijdige synthese van de kennis met betrekking tot de problemen van het leven en hun juiste oplossing.

Die kennis werd bekend gemaakt door hoogst ontwikkelde individuen, leermeesters die de macht hadden om in contact te treden met de universele bronnen van kennis, energie en harmonie die bestaan in de kosmische oceaan van gedachten. Bewijs van dit contact was dat zij de natuurkrachten op een manier konden dirigeren die de wereld van tegenwoordig wonderen noemt. Door die manifestaties van hun krachten voelde een beperkt aantal volgelingen, die ver genoeg waren in hun eigen ontwikkeling om de diepere betekenis van de leer van hun meester te begrijpen, zich tot hun aangetrokken. Die leerlingen probeerden de onderwezen waarheden te bewaren door de woorden van hun meester op te schrijven. Dat was de oorsprong van alle grote meesterwerken van de universele literatuur.

De waarheden die in die meesterwerken staan zijn van eeuwige waarde. Zij komen voort uit de ene eeuwige, onveranderlijke bron van alle kennis. De kosmische- en natuurwetten, de natuur en het innerlijke bewustzijn van de mens zijn heden ten dage hetzelfde als twee- of tienduizend jaren geleden. Zulke leringen behoren niet exclusief toe aan één bepaalde gedachtenstroming of religie. De Essenen geloofden dat de mens alle belangrijke heilige boeken van de mensheid moest bestuderen en alle grote bijdragen aan de cultuur, want zij wisten dat die allen dezelfde tijdloze wijsheid onderwijzen en dat alle schijnbare tegenstrijdigheden worden veroorzaakt door de eenzijdigheid van de volgelingen die hebben geprobeerd ze te interpreteren. Het doel van studie, vonden zij, is niet om een paar extra feitjes toe te voegen aan de voorraad van kennis die een individu misschien al heeft. Het is, bronnen van de universele waarheid voor hem te openen. Zij dachten dat wanneer iemand een belangrijk heilig boek van de mensheid leest, de symbolen, letters en woorden zèlf in het denklichaam krachtige trillingen en gedachtenstromen veroorzaken. Die trillingen en stromen brengen de individu in contact met het denklichaam van de grote meester die zo'n waarheid bekend had gemaakt.

Dit opent voor de individu een bron van kennis, harmonie en macht die op geen enkele andere manier verkregen kan worden. Dat is de grote waarde, de innerlijke betekenis, van de vijfde vrede van de Essenen. Die grote meesterwerken zijn voortgebracht in perioden van de geschiedenis waarin de mensheid in grote chaos verkeerde.

Het voortdurende afwijken van de wet door de mens schijnt op bepaalde tijden te culmineren in massale verwarring en uiteenscheuring, die de dreiging doet rijzen van het uiteenvallen van de bestaande sociale ordening en leefwijze, of dat zelfs volledig teweeg brengt. Gedurende zulke periodes zijn er wel grote meesters verschenen om de mensheid de weg te wijzen. Mensen zoals Zoroaster, Buddha, Mozes en Jezus brachten de mensheid nieuwe horizonten en nieuwe hoop.

Zij maakten hun leringen in twee vormen bekend. De ene was in parabels op de natuur die door de grote massa begrepen konden worden. De andere, die aan de kleine minderheid van ontwikkelde volgelingen werd gegeven, werd direct van het bewustzijn van de meester overgedragen op het bewustzijn van de leerling. De eerste categorie heet: de exoterische boeken en historici verwijzen ernaar als de geschreven overlevering. De andere soort leer werd de ongeschreven traditie genoemd en was de esotherische leer die de leerlingen voor zichzelf opschreven, niet voor het volk. Maar zelfs de leerlingen hebben de wijsheid van de meester niet altijd begrepen en juist geïnterpreteerd.

Enkele boeken uit de tijd zelf, hoewel het er maar héél weinig waren, bevatten dezelfde leringen als de meesters bekend maakten. Duizenden mensen schrijven tegenwoordig boeken en elk jaar worden er duizenden en nog eens duizenden boeken gepubliceerd. Bij zulk een massaproduktie van drukwerk is het onvermijdelijk dat de overgrote meerderheid ervan haast wel van een inferieure kwaliteit moeten zijn, waarvan zelfs de beste nog slechts ondiepe pseudo-waarheden verkondigen. En toch neigt de mens ertoe de weinige tijd die hij besteedt aan het lezen, te besteden aan dit soort oppervlakkig en over het algemeen waardeloos drukwerk, terwijl de meesterwerken der eeuwen liggen te verstoffen op de boekenplanken van de bibliotheken.

Vóór de uitvinding van de boekdrukkunst werden altijd alleen maar die manuscripten bewaard die van werkelijke waarde waren. Alleen buitengewone boeken werden uitgegeven. De gemiddelde mens kon niet lezen en schrijven. Het was bijzonder moeilijk om kennis te vergaren. Het reizen naar de paar centra van geleerdheid bracht grote gevaren met zich mee wegens de onstabiele toestand in verschillende landen en de primitieve wijzen van vervoer. Bovendien moest een student eerst jaren in de leer gaan voordat hij het waardig werd geacht om wijsheid te verkrijgen en moest hij nog eens jaren studeren om die wijsheid dan ook te verkrijgen. De materiële problemen bij het vervaardigen van een manuscript waren ook groot. Vanwege die obstakels werden er alleen werkelijk geniale werken overgeleverd aan latere generaties, en de paar die het overleefd hebben, vertegenwoordigen een allerhoogst soort wijsheid.

Dit derde deel van alle wijsheid, dat door de cultuur van de mensheid vertegenwoordigd wordt, werd door de Essenen noodzakelijk geacht voor de ontwikkeling van de mens. Op geen enkele andere wijze kon hij zich door contact met de kosmische oceaan van gedachten een alzijdig begrip verwerven van de wetten van het leven.

Dit contact door middel van het eeuwige denklichaam van een groot meester is het heilige doel en het onschatbare privilege van vrede en harmonie met de cultuur.

VI- VREDE MET HET KONINKRIJK VAN MOEDER AARDE

De zesde vrede leert harmonie met de aardse wetten, met het koninkrijk van Moeder Aarde. De eenheid van mens en natuur is een grondbeginsel van de Esseense wetenschap over het leven. De mens is een integraal deel van de natuur. Hij wordt geleid door alle wetten en krachten van de natuur. Zijn gezondheid, vitaliteit en welzijn zijn afhankelijk van de mate waarin hij in harmonie verkeert met de aardse krachten en de mate waarin elke individu, elke natie en de gehele mensheid in er in harmonie mee is, zijn altijd direct proportioneel aan de mate waarin mens zich aan de aardse wetten houdt. De universele geschiedenis toont aan dat elke natie zijn grootste luister bereikte door de grote wet van eenheid tussen de mens en de natuur te volgen.Vitaliteit en welvaart ervan floreerden wanneer de mensen een eenvoudig natuurlijk leven van samenwerking met de natuur leefden. Maar wanneer een natie of beschaving afwijkt van de eenheid, zal hij onvermijdelijk uiteenvallen en verdwijnen.

Tegen die eenheid tussen de mens en de natuur is nog nooit zo zwaar gezondigd als heden ten dage. Het bouwen van steden dat de moderne mens doet is volledig tegen de natuur. De stenen en betonnen muren van de grote stad zijn symbolen van de vervreemding van de mens van de natuur, van zijn agressieve manier van leven met zijn aandrang om anderen te onderwerpen en elkaar constant te beconcurreren. Zijn huidige gecentraliseerde, technische en gemechaniseerde leven schept een kloof die hem van de natuur scheidt, een kloof die nog nooit zo breed en diep is geweest.

Eenheid met de natuur is de grondslag van het bestaan van de mens op deze planeet. Het is de grondslag van alle economische systemen, van alle sociale betrekkingen tussen groepen mensen. Zonder die eenheid zal de tegenwoordige beschaving net als die uit het verleden achteruitlopen en vervallen. Die wet van de eenheid werd door de Essenen gezien als richtsnoer voor het dagelijks leven van de mens in het materiële universum.

De mensheid heeft al vanaf de tijd vóór de zondvloed in het pleistoceen weet gehad van die belangrijke wet. Volgens overleveringen die gebaseerd zijn op de hiëroglyphen van de Sumeriërs die zo'n tienduizend jaar geleden gemaakt zijn, leefde de mens uit het antediluvium voornamelijk in de bossen, onafscheidelijk van het leven van de bossen. De wetenschap heeft deze mens de naam "homo sapiens sylvanus" genoemd. De reusachtige bomen uit die tijd, honderden meters hoog, gaven niet alleen beschutting maar regelden ook de temperatuur en luchtvochtigheid van de atmosfeer. Bomen brachten ook het voedsel voor de mens voort in een overvloed van verschillende soorten vruchten. De mens hield zich voornamelijk bezig met bomen. Niet alleen plantte hij ze en zorgde hij ervoor, maar hij kweekte ook nieuwe variëteiten die nieuwe soorten vruchten opleverden. De mens was een groot boomkweker, die in harmonie met alle natuurkrachten leefde. Hij werkte op elke mogelijke manier met de natuur samen breidde de bossen uit en bracht nooit schade toe aan bomen. Die antediluviaanse mens uit de tijd van de oerwouden, zonder enige technische ontwikkeling, was een bijna perfect voorbeeld van de belangrijke wet van de eenheid en harmonie tussen mens en natuur.

In de filosofie van alle oude leringen was de eenheid van de mens met de wouden een elementair kenmerk. Het idee van eenheid tussen mens en natuur heeft grote denkers, filosofen en hele gedachten-stelsels geïnspireerd. Zoroaster baseerde veel van zijn leer in de Zend Avesta erop. Hij probeerde de oudere tradities te vernieuwen door de mens terug te voeren naar die harmonieuze manier van leven, samenwerking met de natuur van de aarde. Hij onderwees zijn volgelingen dat het hun plicht was om de deklaag in orde te houden, een studie te maken van tuinieren en alle wetten van de natuur en samen te werken met haar krachten om het gehele plantenrijk te verbeteren en het uit te doen breiden over het gehele oppervlak van de aarde. Hij drong er bij zijn volgelingen op aan een actieve rol te gaan spelen in de ontwikkeling van elk aspect van de natuur van de aarde: planten, bomen en al hun producten. Om dit te bevorderen instrueerde hij alle vaders om op elke verjaardag van al hun zonen een boom te planten en de jongeling op zijn eenentwintigste verjaardag de eenentwintig vruchtbomen mèt het land waarop ze groeiden cadeau te doen. Dat moest dan het erfdeel van de zoon zijn en de vader had ook de opdracht gekregen om de jongen alle wetten van het praktisch tuinieren en samenwerken met de natuur bij te brengen, zodat hij in de toekomst zelf volledig in zijn eigen behoeften kon voorzien.

Het ideale bestaan was, zo dacht Zoroaster, dat van tuinier, wiens werk samen met de bodem, buitenlucht, zonneschijn en regen hem constant in contact houdt met de natuurkrachten en hem die ook constant laat bestuderen. Het bestuderen van dit allerbelangrijkste boek, het boek der natuur, beschouwde hij als de eerste stap naar het scheppen van vrede en harmonie in het koninkrijk van Moeder Aarde.

De leer over die zelfde belangrijke eenheid tussen mens en natuur verscheen direct na de Zend Avesta in India, in de Brahmanistische filosofie van de Veda, in de Upanishads en later in de leer van Buddha. De Brahmaanse Wet van het Ene, "Gij Zijt Dat," (Tat Tvam Asi) bracht de eenheid van alle dingen tot uitdrukking, van universum, mens en natuur. De wijzen van India waren bosbewoners, die volledig in harmonie met de hele schepping leefden. Berosus, de Chaldeeuwse priester, beschreef zijn natuurlijke leefwijze in het bos.

Maar de eenheid tussen mens en natuur heeft zijn meest volledige en poëtische uitdrukking gekregen in het tweede hoofdstuk van het Esseense Evangelie van Johannes, waarin Jezus zijn gehele terminologie ontleende aan de natuur om te laten zien dat de mens er een integraal deel van uitmaakt. Jezus gaf nog een laatste waarschuwing met betrekking tot die tot die eenheid en de noodzaak, er weer naar terug te keren.

De antediluviaanse mens, de Zoroastriër, de Brahmaan, de Buddhist en de Esseen, allen beschouwen het woud en de natuur als vriend en beschermer van de mens, de moeder die in al zijn aardse behoeften voorziet. Zij beschouwden haar nooit als een vijandige kracht die bestreden en overwonnen diende te worden zoals de moderne mens dat doet. De twee symbolen, het woud en de stenen muur, benadrukken het enorme verschil tussen de oude en de moderne visie op de natuur, tussen harmonieuze vredigheid, samenwerking en de stenen muren van de grote steden, vernietiging van plantengroei, bodem en klimaat.

De mens van nu moet nog veel nodiger harmonie en vrede met de natuur leren dan in enig ander tijdperk in de geschiedenis. Over de gehele aarde bestaan er enorme gebieden waar hij de deklaag van de aarde laat ontaarden en verdwijnen. Nog nooit tevoren is er op zo'n grote schaal oerwoud en bos vernietigd, niet slechts in één of twee landen, maar in alle vijf de continenten. Als gevolg van dit gebrek aan samenwerken met de natuur wordt het woestijngebied op de aarde almaar groter, er komt steeds regelmatiger droogte voor en overstromingen zetten het land regelmatig blank. Het klimaat wordt onmiskenbaar steeds slechter; overmatige koude, overmatige hitte en steeds grotere hordes insektenplagen beschadigen over de gehele wereld de oogsten. In plaats van de edele traditie van de Essenen na te volgen, herkent de tegenwoordige mens de belangrijke wet van de eenheid en samenwerking met de natuur niet en hij schijnt erop uit te zijn, zijn erfdeel te bederven en te weigeren het grote open boek der natuur te lezen dat alle wetten van het leven onthult en de weg toont naar steeds groter geluk voor de mens. De Esseense leer laat de enige wijze van organisatie van het leven van de mens op deze aarde zien, de enige basis voor een gezonde mensheid, vrede met het koninkrijk van Moeder Aarde.

VII- VREDE MET HET KONINKRIJK VAN DE HEMELSE VADER

Deze, zevende, vrede omvat alle overige aspecten van de vrede. Het koninkrijk van de Hemelse Vader is het universum, de gehele kosmos. Het wordt geregeerd door de Ene Wet, de totaliteit van alle wetten. De Hemelse Vader is de Wet.

De Wet is alomtegenwoordig. Hij schuilt achter al het zichtbare en al het onzichtbare. Een steen valt, een berg wordt gevormd, zeeën stromen volgens wetten. In overeenstemming met wetten ontstaan, groeien en verdwijnen er zonnestelsels. Ideeën, gevoelens en intuïties komen en gaan in het bewustzijn van de mens volgens wetten. Alles wat er maar is: concreet of abstract, materieel of immaterieel, zichtbaar of onzichtbaar, wordt beheerst door de wet, door de Ene Wet.

De Wet is vormloos zoals een wiskundige vergelijking ook vormloos is. En toch bevat hij alle kennis, alle liefde, alle macht. Hij manifesteert eeuwig alle waarheid en alle realiteit. Hij is de leraar en vriend van de mens, die hem alles laat zien wat hij moet doen, weten en zijn om zich te ontwikkelen tot het wezen dat hij eens zal worden. De Wet leidt de mens bij elk probleem, door elke hindernis heen, vertelt hem altijd de perfecte oplossing.

Vrede met de Wet betekent vrede en harmonie met de kosmische oceaan van alle kosmische krachten in het gehele universum. Door die vrede maakt de mens contact met alle hogere stromen en straling van alle planeten in de kosmische ruimte. Daardoor is hij in staat zich te realiseren dat hij één is met alle krachten in het universum, die van de aarde en die van alle andere planeten in het zonnestelsel en in alle melkwegstelsels.

Door die vrede kan hij verenigd worden met al de hoogste waarden in het universum. Door die vrede wordt de innerlijke intuïtie gewekt die werd gevolgd door de mystici en profeten aller tijden.

Door die vrede treedt de mens in contact met zijn Schepper. Die vrede vervolmaakt de ontwikkeling van de mens. Hij brengt hem volledige gelukzaligheid. Dat is zijn uiteindelijke doel. De mens maakt deel uit van de totaliteit van het universum. Hij vormt een onverdeelde eenheid met het geheel. Hij denkt dat hij er los van staat omdat hij zich bewust is geworden van zichzelf als individu. Hij is zelfbewust geworden en egocentrisch, meer dan het nodig is om egocentrisch te zijn om te overleven. Dit gevoel van afgescheiden zijn geeft aanleiding tot zijn gevoel van gebrek, van beperktheid. In gedachten heeft hij zich afgescheiden van de overvloed van het universum, heeft hij zich afgesloten van de Bron van alle voorraad. Voorraad is materieel en immaterieel, de tastbare en zichtbare benodigdheden voor elke dag en de universele voorraad van energie, vitaliteit en kracht, waarvan de grootste de liefde is. De Essenen geloofden dat de mens temidden van een krachtenveld leeft, zowel aards als planetair en dat zijn individuele ontwikkeling vordert naarmate hij samenwerkt met die krachten. Maar er zijn ook krachten van een hogere orde, waarvan het nog belangrijker is dat hij ermee in harmonie is. Dat zijn de spirituele stromen in de kosmische oceaan van kosmisch bewustzijn. Die hogere stromen vermengen zich niet met de aardse en planetaire stromen. De mens moet zelf, door eigen inspanning en eigen wilskracht opstijgen naar die kosmische oceaan van universeel leven. Dan, en alleen dan kan hij zijn eenwording met de Wet verwezenlijken.

Om dit duidelijk te begrijpen is het nodig om naar het universum als geheel te kijken en te begrijpen dat het een totaliteit is die al zijn delen omvat: alle liefde, alle leven, alle kennis, alle kracht, alle materie. Het is de som totaal van alle materie, want alle dingen worden eruit gevormd. Het is de som totaal van alle liefde die overal aanwezig is, want liefde is de allerhoogste bron en de samenbindende kracht die het universum in al zijn delen bijeenhoudt. De mens kan niet méér separaat zijn van die totaliteit dan een cel van zijn lichaam gescheiden kan zijn.

De Essenen hadden het over de drie delen van de mens: het materiële (handelende) lichaam, het gevoelslichaam en het denklichaam. Maar zij waren er zich altijd van bewust dat die drie delen in realiteit geen scheiding betekenden omdat ze alledrie deel uitmaken van een hoger lichaam, het spirituele lichaam. En dit spirituele lichaam is één met en deel van al het andere in het universum.

Dat de mens dit niet begrijpt, veroorzaakt een oneindige complexiteit van onjuiste beperkingen. Hij beperkt zichzelf niet alleen wat betreft het voorzien in zijn materiële behoeften, maar ook wat betreft zijn vermogens, vaardigheden en vermogen tot denken, voelen en handelen.Hij leeft een middelmatig leven wegens die onjuiste ideeën over beperkingen die hij zichzelf oplegt. De moderne wetenschap bevestigt dit door te melden dat de mens vele vermogens heeft die hij zelden of nooit gebruikt. De Esseense leer laat zien dat die toestand veroorzaakt wordt door zijn gevoel van afgescheiden zijn, zijn zelf-opgelegde beperkingen waarin hij verstrikt is geraakt door zijn afwijken van de wet.

Vrede met het koninkrijk van de Hemelse Vader is daarom alleen maar mogelijk wanneer de mens die afwijkingen elimineert en leert samen te werken met de Wet en vrede en harmonie met elk van de zeven aspecten van de Zevenvoudige Vrede tot stand te brengen: het handelend-, denk- en gevoelslichaam, de familie, de mensheid, de cultuur en de natuur. Alleen dàn kan hij de zevende vrede kennen: totale vrede.

De Essenen onderwezen die vrede aan de mensheid opdat zij al hun beperkingen zouden kunnen te boven komen en in contact zouden kunnen komen met hun universele Bron, dezelfde Bron waarmee de grote meesters door alle eeuwen hun bewustzijn hebben verenigd toen zij hun intuïtieve leringen bekend maakten, die lieten zien hoe de mens zich bewust kan worden van de wet en hem begrijpen, er mee werken en hem in actie manifesteren kan.

De gehele geschiedenis is een verslag van de zelf-opgelegde beperkingen van de mens en zijn pogingen ze te boven te komen.

Die pogingen werden individueel ondernomen, door groepen en door naties en in planetaire zin. Maar zij zijn bijna altijd op negatieve, onharmonieuze wijze ondernomen, door middel van strijd en verdere afwijkingen van de wet. Op die manier hebben ze de mens gebonden aan nog verdere beperkingen, disharmonie en scheiding van de Bron in gedachten. Het koninkrijk van de Hemelse Vader staat altijd voor hem open. Zijn terugkeer naar het universele bewustzijn, de universele voorraad, is altijd mogelijk. Wanneer hij eenmaal beslist terug te keren en zich er met doorzettingsvermogen voor inzet, kan hij altijd terugkeren naar de Bron, zijn Hemelse Vader, waarvandaan hij ook gekomen is en in werkelijkheid ook nooit weg is geweest.

De grote vrede van de Essenen leert de mens hoe hij terug kan keren, hoe hij de laatste stap kan zetten die hem verenigt met de kosmische oceaan van hogere straling van het gehele universum en volledige eenheid bereiken met de Hemelse Vader, de totaliteit van alle wetten, de Ene Wet.

Dat was het hoogste doel van alle Essenen en dat leidde hun bij al hun gedachten, gevoelens en daden. Dat is het uiteindelijke doel dat de gehele mensheid eens op een dag zal bereiken.

 

 

 Snel naar Boven

 

 

 

DE BIOGENE LEEFWIJZE    Deel 2

 

HET CREDO VAN DE INTERNATIONAL BIOGENIC SOCIETY

WAAROM DE BIOGENE LEEFWIJZE?

DE BIOGENE LEEFWIJZE IN HET PERSPECTIEF VAN HET WERELDGEBEUREN

DE BIOGENE VOEDINGSWIJZE EN BIOGEEN TUINIEREN

DE BIOGENE LEEFWIJZE

HET BIOGENE HUIS

DE BIOGENE MEDITATIE

DE BIOGENE SEXUELE VERVULLING

DE BIOGENE PSYCHOLOGIE EN ZELF-ANALYSE

DE BIOGENE EDUCATIE